Handgeschreven brief of kladnotitie in een gelinieerd schrift.
Origineel
Handgeschreven brief of kladnotitie in een gelinieerd schrift. 5 augustus 1942. Een onbekende vishandelaar of detaillist. 5 - 8 - 1942 91
MHeer
daar den Chef den Heer
stam my mede deelde
als dat ik niet voor
kom op de lysten van
zoetwater visch en
van gerookte paling
en van noord zee
visch ook niet zoo
vraag ik de heeren
beleeft myn die
toewyzing ook
te verstrekken van
zoetwater visch dan
moet ik op de lyst
staan want daar
ben ik in het begin * Afzender: Een onbekende vishandelaar of detaillist.
* Geadresseerde: Gericht aan "MHeer" (Mijnheer) en verderop aan "de heeren", waarschijnlijk een distributie-instantie of overheidsorgaan.
* Inhoud: De schrijver maakt bezwaar tegen het feit dat hij niet voorkomt op de officiële distributielijsten voor diverse soorten vis (zoetwatervis, gerookte paling en Noordzeevis). Hij verwijst naar informatie die hij kreeg van een "Chef den Heer Stam". De schrijver verzoekt beleefd om alsnog een toewijzing te krijgen, met als argument dat hij "in het begin" ook al op de lijst stond of bij de regeling betrokken was.
* Taal en Spelling: Gebruik van verouderde spelling (bijv. 'visch', 'lysten', 'mede deelde') en een formele, ietwat onderdanige toon ("beleeft myn die toewyzing ook te verstrekken"). Het document dateert uit augustus 1942, midden in de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. In deze periode was er sprake van schaarste en werden vrijwel alle levensmiddelen via een strikt distributiesysteem met bonnen en lijsten verdeeld.
De handel in vis was eveneens streng gereguleerd door de bezetter en de Nederlandse crisisorganen (zoals het Rijksbureau voor de Voedselvoorziening). Vishandelaren moesten officieel geregistreerd staan om voorraad toegewezen te krijgen. De visserij op de Noordzee was door de oorlogsvoering bovendien zeer beperkt en gevaarlijk, wat de schaarste aan zeevis verklaart. De brief illustreert de bureaucratische strijd van kleine ondernemers om hun nering voort te kunnen zetten in een tijd van rantsoenering. Rijksbureau