Zakelijke brief / Verzoekschrift
Origineel
Zakelijke brief / Verzoekschrift 19 mei 1942. Corn. van Bavel ("Koks Vischhandel"), Raamsteeg 5, Amsterdam-C. CORN. VAN BAVEL
„KOKS VISCHHANDEL”
Raamsteeg 5 - Amsterdam-C
TELEFOON 32143 - POSTGIRO 204322
AMSTERDAM, 19 mei 1942
WelEd: Heer Directeur
Bij deze vraag ik UEd aandacht voor een maatregel betreffende de Vischverdeeling.
Ik drijf een Vischzaak waar alleen uitsluitend Visch verkocht word en krijg ook een zoogenaamde dubbele toewijzing die bestaat uit 20 pond gepelde garnalen en vanaf 19 Mei 40 pond gerookte aal.
Nu is het mij vreemd alsdat gecombineerde zaken, Visch en fruit, Visch of fruit en Comestibles ook een dubbele toewijzing krijgen.
En enkele bevoorrechte Vischzaken die aan Hotels en Café’s leveren een toewijzing meer ontvangen dus 30 pond gepelde garnalen en 60 pond gerookte aal.
Daar gevoel ik mij in te kort gedaan.
Volgens mij had elke speciale Vischzaak daar ook recht op.
Het papier dat mij gisteren ter teekening is voorgelegd verplicht mij direkt het mij toebedeelde direkt in mijn winkel te verkoopen wat ik ook volkomen juist vind maar dan zou het mij ook zeer tevreden stellen als ook ik een toewijzing van 30 pond gepelde garnalen en 60 pond gerookte aal want daar moet ik mijn onkosten en huishouding onderhouden want bijartikelen verkoop ik niet.
Hopende alsdat het bovenstaande een goed gevolg mag hebben teeken ik UEd Hoogachtend
Corn: v Bavel. In dit schrijven beklaagt Cornelis van Bavel, eigenaar van een gespecialiseerde vishandel in Amsterdam, zich over de distributiequota (de 'toewijzing') van visproducten tijdens de Tweede Wereldoorlog. Zijn kernargumenten zijn:
- Onbillijkheid: Hij vindt het onrechtvaardig dat gemengde zaken (die ook fruit of fijne eetwaren/comestibles verkopen) dezelfde hoeveelheid vis toegewezen krijgen als een speciaalzaak.
- Concurrentie: Hij wijst op "bevoorrechte" zaken die aan de horeca leveren en daardoor een substantieel hogere toewijzing krijgen (30 pond garnalen/60 pond aal versus zijn 20 pond garnalen/40 pond aal).
- Bestaansrecht: Omdat hij geen "bijartikelen" verkoopt, is hij volledig afhankelijk van de visverkoop om zijn bedrijfskosten en gezin ("huishouding") te onderhouden.
De brief is formeel van toon maar dwingend in de onderbouwing, wat de economische druk op kleine ondernemers tijdens de bezetting illustreert. Het document dateert uit mei 1942, een periode waarin de Duitse bezetter de Nederlandse economie en voedselvoorziening strak controleerde via distributiestelsels. De "Vischverdeeling" was onderdeel van dit bureaucratische apparaat om schaarste te beheersen.
De Raamsteeg 5, waar de winkel gevestigd was, is een zijsteeg van het Spui in Amsterdam. De vermelding dat hij alles "direkt in mijn winkel" moet verkopen, verwijst naar de strenge regels die zwartmarkthandel moesten tegengaan. De brief geeft een zeldzaam inkijkje in hoe individuele winkeliers probeerden te navigeren binnen de beperkingen van de oorlogseconomie door middel van officiële bezwaarschriften. W. Turp Rijksbureau