Archief 745
Inventaris 745-381
Pagina 522
Dossier 92
Jaar 1942
Stadsarchief

Handgeschreven conceptnotitie of kladverslag op ongelinieerd papier.

Origineel

Handgeschreven conceptnotitie of kladverslag op ongelinieerd papier. (Opmerking: woorden tussen vierkante haken zijn onzeker vanwege het handschrift of doorhalingen.)

J.J. Looye sr. die tot ...... van de 12 /
vooringedeeld heeft is, dat [indertijd] bekend was
tot [........] welke aanvankelijk
voor de B afd. ingedeeld, maar bij de herziening
van de nieuwe inschrijving, [worden] vastgesteld
is zijn beroep, evenals die van verschillende
anderen, teruggebracht tot 40 B. Zijn beroep
dat zijn omzet in 1939/40 (basisjaar) slechts als
gevolg van terreur te laag geweest zou zijn,
werd aanvankelijk niet juist geoordeeld,
daar hij eerst in sept. 1940 lid zou zijn
geworden van de N.S.B. En door de heer
betr. ter zake ingesteld onderzoek
waarbij ook Looye jr. werd
gehoord (op 22 dezer) heeft de heer R. Keulder,
[verklaard] dat zijn beroep niet [gehandhaafd] kan
worden, eenige aanleiding gegeven, aannemelijk
gemaakt dat * Onderwerp: Het document betreft een bezwaarschrift (in de tekst "beroep" genoemd) van J.J. Looye Sr. tegen een administratieve of professionele herclassificatie. Hij is ingedeeld in een lagere categorie ("teruggebracht tot 40 B").
* Kern van het geschil: Looye Sr. voert aan dat zijn omzetcijfers uit het basisjaar 1939/1940 niet representatief zijn. Hij beweert dat deze omzet te laag was als gevolg van "terreur" (vermoedelijk maatschappelijke of politieke druk vanwege zijn politieke voorkeur vóór de bezetting).
* Beoordeling: De instantie die dit beoordeelde, vertrouwde het argument aanvankelijk niet. De reden hiervoor was dat Looye Sr. pas in september 1940 (na de Duitse inval) lid werd van de N.S.B., waardoor het onwaarschijnlijk werd geacht dat hij vóór die tijd al doelwit was van zodanige "terreur" dat het zijn omzet beïnvloedde.
* Nader onderzoek: Een onderzoeker genaamd Keulder heeft de zaak opnieuw bekeken en ook de zoon (Looye Jr.) gehoord. Uit dit nadere onderzoek is gebleken dat de beweringen van Looye Sr. toch "aannemelijk" zijn gemaakt. Dit document is hoogstwaarschijnlijk afkomstig uit een dossier van een naoorlogse zuiveringsraad, een tribunaal of een specifiek Bedrijfschap. In de periode 1945-1950 werden veel ondernemers gescreend op hun gedrag tijdens de bezetting. Lidmaatschap van de N.S.B. leidde vaak tot sancties, zoals het verlies van vergunningen of een lagere indeling in beroepsregisters. De term "40 B" verwijst vermoedelijk naar een specifieke inschrijvingscategorie die bepalend was voor de omvang van de bedrijfsactiviteiten die men mocht ontplooien. Het verweer dat men al vóór de oorlog slachtoffer was van "anti-Duitse terreur" was een veelgebruikte strategie van (voormalige) N.S.B.-ers om hun economische positie te verdedigen of te herstellen.

Samenvatting

  • Onderwerp: Het document betreft een bezwaarschrift (in de tekst "beroep" genoemd) van J.J. Looye Sr. tegen een administratieve of professionele herclassificatie. Hij is ingedeeld in een lagere categorie ("teruggebracht tot 40 B").
  • Kern van het geschil: Looye Sr. voert aan dat zijn omzetcijfers uit het basisjaar 1939/1940 niet representatief zijn. Hij beweert dat deze omzet te laag was als gevolg van "terreur" (vermoedelijk maatschappelijke of politieke druk vanwege zijn politieke voorkeur vóór de bezetting).
  • Beoordeling: De instantie die dit beoordeelde, vertrouwde het argument aanvankelijk niet. De reden hiervoor was dat Looye Sr. pas in september 1940 (na de Duitse inval) lid werd van de N.S.B., waardoor het onwaarschijnlijk werd geacht dat hij vóór die tijd al doelwit was van zodanige "terreur" dat het zijn omzet beïnvloedde.
  • Nader onderzoek: Een onderzoeker genaamd Keulder heeft de zaak opnieuw bekeken en ook de zoon (Looye Jr.) gehoord. Uit dit nadere onderzoek is gebleken dat de beweringen van Looye Sr. toch "aannemelijk" zijn gemaakt.

Historische Context

Dit document is hoogstwaarschijnlijk afkomstig uit een dossier van een naoorlogse zuiveringsraad, een tribunaal of een specifiek Bedrijfschap. In de periode 1945-1950 werden veel ondernemers gescreend op hun gedrag tijdens de bezetting. Lidmaatschap van de N.S.B. leidde vaak tot sancties, zoals het verlies van vergunningen of een lagere indeling in beroepsregisters. De term "40 B" verwijst vermoedelijk naar een specifieke inschrijvingscategorie die bepalend was voor de omvang van de bedrijfsactiviteiten die men mocht ontplooien. Het verweer dat men al vóór de oorlog slachtoffer was van "anti-Duitse terreur" was een veelgebruikte strategie van (voormalige) N.S.B.-ers om hun economische positie te verdedigen of te herstellen.

Gerelateerde Documenten 6