Archief 745
Inventaris 745-381
Pagina 523
Dossier 92
Jaar 1942
Stadsarchief

Concept-brief of intern verslag.

Origineel

Concept-brief of intern verslag. Naar aanleiding van Uw hoofdd 22 dezer No 4016 M heb ik de eer U
het navolgende te berichten
Dat de toewijzing van verk van den Heer Looyen Jr. door den Heer Siebert
ter zijner ingehouden onder het motief, dat hij slechts 2 jaar lid was
van de NSB is niet juist. Ter toelichting diene het navolgende.
In verband met een op de VM plaats gehad hebbende ruïne, waarbij
Looyen & Posthumus het lid van de Verdeel commissie H Lammerts verwenste
e uitscholden dat bij de [doorgehaald: herziening] algeheele herziening de toewijzingen
o.a. ook hun aandeel was verlaagd, meende hij door den Heer S. [daarin ingevoegd: moesten worden] op te geven
Zij wezen erop dat de toewijzingen, die door de V.C. [doorgehaald: waren] gebaseerd
op de omzetten in de jaren 1939 e 1940, voor hen noodwendig ongunstig
moesten uitvallen, omdat zij als NSB-ers in de voorafgaande
jaren waren gebroodroofd.
Waar Posthumus in het jaar 1937 lid werd van de NSB werd voor
hem dit [doorgehaald: verweer] argument door de Verd. Comm. [doorgehaald: geaccepteerd]
aanvaard, doch niet voor Looyen die, eerst in September 1940 tot
de NSB toetrad.
Onder anderen door het bezoek van Looyen Jr aan den Heer S. bleek [daarboven: echter]
weliswaar ook door [doorgehaald: den] familieomstandigheden doch vooral [daarboven: in h.z. (hoofdzaak)]
[doorgehaald: doordat] in hoofdzaak door hoofdmotief [doorgehaald: dat de] van Looyen Jr was een
het strijden voor de NSB) de zaken van Looyen Sr. waren achteruit gegaan.
Derhalve heb ik de verdeel Comm. geadviseerd de toewijzing van Looyen Jr weder
te verdubbelen, waarmede deze Commissie [doorgehaald: zich heeft vereenigd].
hetgeen inmiddels is geschied.
Het is juist, dat een zoon van Looyen een dubbele toewijzing heeft, omdat
de omvang van zijn omzetten in 1939-40 volgens de Verd. Comm.
belangrijk groter was dan van die van zijn vader, hetgeen nu door de
na ons gekomen feiten thans niet begrijpelijk is.
De [doorgehaald: toewijzing] dubbele toewijzing ten aanzien van J Dolsch was aan een
schrijffout te wijten die echter werd hersteld nog vóór de opmerking
bij ons was binnengekomen. Dit document is een kladversie van een ambtelijke correspondentie waarin ver tekstcorrecties zijn aangebracht. De kern van het geschil betreft de economische toewijzingen aan ondernemers die lid waren van de NSB.

De heren Looyen en Posthumus klaagden dat zij benadeeld werden door de Verdeelingscommissie (V.C.). De commissie baseerde toewijzingen op de omzetcijfers van 1939 en 1940. De betrokkenen stelden echter dat hun omzet in die jaren onnatuurlijk laag was omdat zij "gebroodroofd" werden: een term die door NSB-ers veelvuldig werd gebruikt om aan te geven dat zij vóór de oorlog door de Nederlandse samenleving werden geboycot of sociaal uitgesloten vanwege hun politieke keuze.

Er is sprake van een ongelijke behandeling: Posthumus kreeg wel een correctie omdat hij al in 1937 lid was, terwijl Looyen Jr. aanvankelijk werd afgewezen omdat hij pas in september 1940 (na de Duitse inval) lid werd. Uiteindelijk adviseert de schrijver toch tot een verdubbeling van de toewijzing voor Looyen, gebaseerd op de achteruitgang van de zaken van zijn vader door politieke strijd. De tekst biedt een zeldzaam inkijkje in de bureaucratische afwikkeling van de naoorlogse economie in relatie tot de zuivering en de positie van ex-collaborateurs. Het woord "gebroodroofd" is hierbij een sleutelbegrip; het was het standaardverweer van NSB-ers om economische privileges of herstelbetalingen te eisen voor de "vervolging" die zij naar eigen zeggen vóór mei 1940 hadden ondergaan. De brief laat zien hoe commissies worstelden met de feitelijke omzetcijfers versus de politieke argumenten van de aanvragers. Tevens duidt de vermelding van een "schrijffout" bij een zekere Dolsch op de administratieve chaos of mogelijke onregelmatigheden bij de toewijzingen in de overgangstijd. Heer Looyen (Sr. en Jr.) Heer Siebert H. Lammerts Posthumus J. Dolsch.

Samenvatting

Dit document is een kladversie van een ambtelijke correspondentie waarin ver tekstcorrecties zijn aangebracht. De kern van het geschil betreft de economische toewijzingen aan ondernemers die lid waren van de NSB.

De heren Looyen en Posthumus klaagden dat zij benadeeld werden door de Verdeelingscommissie (V.C.). De commissie baseerde toewijzingen op de omzetcijfers van 1939 en 1940. De betrokkenen stelden echter dat hun omzet in die jaren onnatuurlijk laag was omdat zij "gebroodroofd" werden: een term die door NSB-ers veelvuldig werd gebruikt om aan te geven dat zij vóór de oorlog door de Nederlandse samenleving werden geboycot of sociaal uitgesloten vanwege hun politieke keuze.

Er is sprake van een ongelijke behandeling: Posthumus kreeg wel een correctie omdat hij al in 1937 lid was, terwijl Looyen Jr. aanvankelijk werd afgewezen omdat hij pas in september 1940 (na de Duitse inval) lid werd. Uiteindelijk adviseert de schrijver toch tot een verdubbeling van de toewijzing voor Looyen, gebaseerd op de achteruitgang van de zaken van zijn vader door politieke strijd.

Historische Context

De tekst biedt een zeldzaam inkijkje in de bureaucratische afwikkeling van de naoorlogse economie in relatie tot de zuivering en de positie van ex-collaborateurs. Het woord "gebroodroofd" is hierbij een sleutelbegrip; het was het standaardverweer van NSB-ers om economische privileges of herstelbetalingen te eisen voor de "vervolging" die zij naar eigen zeggen vóór mei 1940 hadden ondergaan. De brief laat zien hoe commissies worstelden met de feitelijke omzetcijfers versus de politieke argumenten van de aanvragers. Tevens duidt de vermelding van een "schrijffout" bij een zekere Dolsch op de administratieve chaos of mogelijke onregelmatigheden bij de toewijzingen in de overgangstijd.

Genoemde Personen 5

Gerelateerde Documenten 6