Dienstbrief / Rapportage betreffende visallocaties.
Origineel
Dienstbrief / Rapportage betreffende visallocaties. 25 mei 1942 (ontvangststempel 26/5/42). [Linksboven]
Toewijzing visch
J. J. Looyen Sr.
[Rechtsboven]
A’dam, 25/5 1942
26/5/42 [paraaf]
[Midden boven, in rood]
W.L.M. 46A/193/217
[Body tekst]
Naar aanleiding van Uw brief dd. 21 dezer
Nº 481 L.M. heb ik de eer U het volgende te berichten.
Dat de toewijzing va visch van den heer
J. J. Looyen Sr. door den heer Sieburgh zou zijn inge-
houden onder het motief, dat hij slechts 2 jaar lid
was va de N. S. B., is niet juist. Ter toelichting
van een en ander diene het navolgende.
In verband met een op de V.M. plaatsgehad
hebbende relletje, waarbij o.a. de N.S.B. ers Looyen en
Posthumus waren betrokken, waren beiden bij den
heer Sieburg geroepen, bij welke gelegenheid zij hunne
bezwaren tegen de voor hen door de Verdichtingscommissie
vastgestelde toewijzingen ter sprake brachten. Zij wezen
erop, dat de toewijzingen waren gebaseerd op de om-
zetten in de jaren 1939 en 1940, (hetgeen door de N.V.C.
was voorgeschreven), hetgeen voor hen als N.S.B.ers
noodwendig ongunstig d.w.z. op een lage toewijzing,
moest uitvallen, omdat zij als N.S.B. ers in de
voorafgaande jaren waren gebroodroofd.
Aangezien volgens de heer Sieburgh de „broodroofjaren”
liggen tusschen de jaren 1936 – 1940, diende te worden
nagegaan, in welk jaar beide genoemde vishandelaren
lid waren geworden va de N.S.B. Uit een desbetreffen[d]
ingesteld onderzoek bleek, dat Posthumus reeds in 1937
lid was geworden, zoodat voor hem onmiddellijk
het geleden onrecht werd hersteld en er... [tekst breekt af] * Onderwerp: De brief behandelt een klacht over de hoogte van de visquota (toewijzingen) voor twee NSB-gezinninge handelaren in Amsterdam.
* Kern van het conflict: De vishandelaren Looyen en Posthumus stellen dat zij benadeeld worden door de officiële berekeningsmethode. Omdat de toewijzing gebaseerd is op de omzet van 1939-1940, vallen hun quota laag uit. Zij claimen dat hun lage omzet in die jaren het gevolg was van "broodroof" (maatschappelijke en economische boycot) vanwege hun NSB-lidmaatschap vóór de bezetting.
* Terminologie:
* V.M.: Waarschijnlijk de Vischmarkt.
* N.V.C.: De Nederlandsche Vischcentrale, het orgaan dat tijdens de bezetting de handel in vis reguleerde.
* Verdichtingscommissie: Commissies die belast waren met de sanering en reorganisatie van de middenstand tijdens de bezetting.
* Gebroodroofd: Een veelgebruikte term door NSB'ers om aan te geven dat zij vanwege hun politieke keuze door de rest van de Nederlandse bevolking werden buitengesloten of geboycot.
* Status: De brief ontkracht het gerucht dat Looyen opzettelijk zou zijn achtergesteld door ambtenaar Sieburgh. In plaats daarvan wordt gezocht naar een bureaucratische oplossing waarbij de "status" van NSB-er (als slachtoffer van broodroof) wordt gebruikt om hogere toewijzingen te rechtvaardigen. Bij Posthumus is dit reeds "hersteld". Dit document stamt uit mei 1942, een periode waarin de Duitse bezetter de Nederlandse economie steeds strakker reguleerde via distributiestelsels en centrale organen. NSB-leden probeerden hun politieke positie vaak te verzilveren door "herstel" te eisen voor de economische schade die zij naar eigen zeggen hadden opgelopen vóór 1940. Het document illustreert de dagelijkse spanningen op de markt ("relletje") en de wijze waarop politieke voorkeur directe invloed kreeg op de verdeling van schaarse goederen en de overleving van ondernemingen. De bureaucratie moest hierbij laveren tussen de vastgestelde regels van de vishandel en de politieke druk van de bezettingsautoriteiten om NSB-ers te bevoordelen.