Ambtelijke correspondentie / Melding van onregelmatigheden in de voedselvoorziening.
Origineel
Ambtelijke correspondentie / Melding van onregelmatigheden in de voedselvoorziening. 23 mei 1942 A’dam, 23/5 ’42.
Dir. N.V.C.
Hiermede heb ik de eer U de
te berichten, dat de groothandelaren
P. Hansen, J. Visser en Gebr.
Klooster te Enkhuizen
regelmatig doode aal aan
de Vischmarkt ter verdeeling
aanbieden, terwijl deze gros-
siers in normale tijden hun
aal steeds in levende toestand
aan de markt brachten; dit
kon toen geschreven aan dat ze
de meest mogelijke zorg aan hun
artikel besteden, hetgeen thans
blijkbaar niet meer het geval
is! De afstand Enkhuizen-
A’dam is toch niet zoo groot,
dat de aal van het transport veel
te lijden heeft. ~~Ik meent dan~~
~~ook aan te nemen dat genoemde~~
~~grossiers moedwillig hun aal~~
~~in slechten toestand aanvoeren.~~ In deze handgeschreven brief beklaagt een functionaris (waarschijnlijk verbonden aan de visafslag of de voedselinspectie in Amsterdam) zich over drie visgroothandelaren uit Enkhuizen: P. Hansen, J. Visser en de Gebroeders Klooster.
De kern van de klacht is dat deze handelaren voorheen altijd levende aal leverden, maar nu consequent dode aal aanbieden voor de "verdeeling" (de distributie onder het volk). De schrijver suggereert dat dit niet aan de transportduur kan liggen, aangezien de afstand tussen Enkhuizen en Amsterdam daarvoor te klein is. Er wordt geconcludeerd dat de handelaren niet langer de nodige zorg aan hun product besteden. De laatste zin, waarin expliciet wordt gesproken over "moedwillig" aanvoeren van vis in slechte staat, is doorgehaald, mogelijk om de beschuldiging iets te matigen of omdat het bewijs voor opzet ontbrak. Het document dateert uit mei 1942, tijdens de Duitse bezetting van Nederland. De voedselvoorziening was in deze periode strikt gereguleerd door de Rijksdienst voor de Voedselvoorziening in Oorlogstijd (waar de afkorting N.V.C. waarschijnlijk naar verwijst, mogelijk de Nederlandsche Visscherij Centrale of een onderafdeling).
Producten zoals vis werden via een centraal systeem verdeeld. Omdat prijzen vaststonden en de schaarste toenam, ontstonden er vaak spanningen tussen handelaren en de controlerende instanties. Er was destijds veel argwaan jegens handelaren; men verdacht hen er soms van de beste kwaliteit producten achter te houden voor de zwarte markt en de mindere kwaliteit aan de officiële distributiekanalen te leveren. Deze brief is een direct voorbeeld van het toezicht en de bureaucratische controle op de kwaliteit van de voedselstroom in oorlogstijd. J. Visser N.V.C.
Samenvatting
In deze handgeschreven brief beklaagt een functionaris (waarschijnlijk verbonden aan de visafslag of de voedselinspectie in Amsterdam) zich over drie visgroothandelaren uit Enkhuizen: P. Hansen, J. Visser en de Gebroeders Klooster.
De kern van de klacht is dat deze handelaren voorheen altijd levende aal leverden, maar nu consequent dode aal aanbieden voor de "verdeeling" (de distributie onder het volk). De schrijver suggereert dat dit niet aan de transportduur kan liggen, aangezien de afstand tussen Enkhuizen en Amsterdam daarvoor te klein is. Er wordt geconcludeerd dat de handelaren niet langer de nodige zorg aan hun product besteden. De laatste zin, waarin expliciet wordt gesproken over "moedwillig" aanvoeren van vis in slechte staat, is doorgehaald, mogelijk om de beschuldiging iets te matigen of omdat het bewijs voor opzet ontbrak.
Historische Context
Het document dateert uit mei 1942, tijdens de Duitse bezetting van Nederland. De voedselvoorziening was in deze periode strikt gereguleerd door de Rijksdienst voor de Voedselvoorziening in Oorlogstijd (waar de afkorting N.V.C. waarschijnlijk naar verwijst, mogelijk de Nederlandsche Visscherij Centrale of een onderafdeling).
Producten zoals vis werden via een centraal systeem verdeeld. Omdat prijzen vaststonden en de schaarste toenam, ontstonden er vaak spanningen tussen handelaren en de controlerende instanties. Er was destijds veel argwaan jegens handelaren; men verdacht hen er soms van de beste kwaliteit producten achter te houden voor de zwarte markt en de mindere kwaliteit aan de officiële distributiekanalen te leveren. Deze brief is een direct voorbeeld van het toezicht en de bureaucratische controle op de kwaliteit van de voedselstroom in oorlogstijd.