Archief 745
Inventaris 745-382
Pagina 134
Dossier 44
Jaar 1942
Stadsarchief

Getypte brief (doorslag).

28 mei 1942. Van: De waarnemend Directeur (naam niet vermeld op deze doorslag).

Origineel

Getypte brief (doorslag). 28 mei 1942. De waarnemend Directeur (naam niet vermeld op deze doorslag). Extra

vB/HB.

den Heer Directeur der
Nederlandsche Visscherijcentrale,
Jul.v.Stolbergplein 3-4,
Den Haag.

46A/236/1 M. 28 Mei 1942.

Hiermede heb ik de eer U te berichten, dat de groothande-
laren P.Hansen, J.Visser en Gebr.Klooster te Enkhuizen regelmatig
doode aal aan de Vischmarkt ter verdeeling aanbieden, terwijl
deze grossiers in normale tijden hun aal steeds in levende toe-
stand aan de markt brachten, dit kon toen geschieden, omdat ze
de meest mogelijke zorg aan hun artikel besteedden, hetgeen thans
blijkbaar niet meer het geval is. De afstand Enkhuizen-Amsterdam
is toch niet zoo groot, dat de aal van het transport veel te lij-
den heeft. Bovendien wordt van P.Hansen veel ondermaatsche aal
ontvangen.
Ik verzoek U met klem tegen de door mij genoemde grossiers
strenge maatregelen te nemen.

De Directeur,
waarnemend, In deze zakelijke correspondentie uit 1942 wordt een klacht geuit over drie vishandelaren uit Enkhuizen: P. Hansen, J. Visser en de Gebroeders Klooster. De kern van de klacht is een verslechtering van de kwaliteit van de geleverde aal (paling). Waar zij voorheen levende paling aanleverden op de vismarkt voor verdere distributie, bieden zij nu regelmatig dode paling aan.

De schrijver suggereert dat dit te wijten is aan onzorgvuldigheid van de handelaren, aangezien de transportafstand tussen Enkhuizen en Amsterdam (waar de markt zich vermoedelijk bevond) te kort is om de sterfte te verklaren door puur transportleed. Daarnaast wordt P. Hansen expliciet beschuldigd van het leveren van 'ondermaatse aal' (paling die kleiner is dan de wettelijk toegestane minimummaat). De brief sluit af met een dringende oproep aan de Nederlandsche Visscherijcentrale om sancties op te leggen. Het document dateert van mei 1942, midden in de Tweede Wereldoorlog tijdens de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode was de voedselvoorziening en -distributie streng gereguleerd en gecentraliseerd. De Nederlandsche Visscherijcentrale (NVC) was een door de bezetter ingestelde instantie die toezicht hield op de gehele visserijketen, van vangst tot distributie.

Vanwege de oorlogssituatie en de daarmee gepaard gaande voedselschaarste was een efficiënte distributie van vis van groot belang. Het aanbieden van dode paling in plaats van levende werd gezien als kwaliteitsverlies en mogelijke verspilling van schaars voedsel. De klacht over ondermaatse aal duidt op een overtreding van de visserijregels die bedoeld waren om de visstand te beschermen. Dergelijke rapportages van ambtenaren of directeurs aan centrale instanties waren in die tijd gebruikelijk om de controle op de economie en de voedselvoorraad te handhaven. J. Visser P. Hansen

Samenvatting

In deze zakelijke correspondentie uit 1942 wordt een klacht geuit over drie vishandelaren uit Enkhuizen: P. Hansen, J. Visser en de Gebroeders Klooster. De kern van de klacht is een verslechtering van de kwaliteit van de geleverde aal (paling). Waar zij voorheen levende paling aanleverden op de vismarkt voor verdere distributie, bieden zij nu regelmatig dode paling aan.

De schrijver suggereert dat dit te wijten is aan onzorgvuldigheid van de handelaren, aangezien de transportafstand tussen Enkhuizen en Amsterdam (waar de markt zich vermoedelijk bevond) te kort is om de sterfte te verklaren door puur transportleed. Daarnaast wordt P. Hansen expliciet beschuldigd van het leveren van 'ondermaatse aal' (paling die kleiner is dan de wettelijk toegestane minimummaat). De brief sluit af met een dringende oproep aan de Nederlandsche Visscherijcentrale om sancties op te leggen.

Historische Context

Het document dateert van mei 1942, midden in de Tweede Wereldoorlog tijdens de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode was de voedselvoorziening en -distributie streng gereguleerd en gecentraliseerd. De Nederlandsche Visscherijcentrale (NVC) was een door de bezetter ingestelde instantie die toezicht hield op de gehele visserijketen, van vangst tot distributie.

Vanwege de oorlogssituatie en de daarmee gepaard gaande voedselschaarste was een efficiënte distributie van vis van groot belang. Het aanbieden van dode paling in plaats van levende werd gezien als kwaliteitsverlies en mogelijke verspilling van schaars voedsel. De klacht over ondermaatse aal duidt op een overtreding van de visserijregels die bedoeld waren om de visstand te beschermen. Dergelijke rapportages van ambtenaren of directeurs aan centrale instanties waren in die tijd gebruikelijk om de controle op de economie en de voedselvoorraad te handhaven.

Genoemde Personen 2

Producten

A.G.F. (Aardappelen): Aardappel A.G.F. (Aardappelen): Klei A.G.F. (Fruit): Appel A.G.F. (Fruit): Fruit A.G.F. (Groenten): Groente A.G.F. (Groenten): Sla Vis & Zee: Aal Vis & Zee: Paling Vis & Zee: Vis Vis & Zee: Visch Vleeswaren: Lever Vleeswaren: Vlees

Thema's

Jodenster/Maatregelen

Kooplieden in dit dossier 100

Willem Wit (46 jaar) Waterlooplein "
50) en J. Bergmans (f 1 Zwanenburgwal "
J.J. Korff (Middelweg 53a Waterlooplein "
BH 54 Nieuwmarkt "
BH 55 Waterlooplein "
BH 58 Waterlooplein "
BH 66 Waterlooplein "
BH 67 Waterlooplein "
heeft personeelsnummer 68 Zwanenburgwal "
BH 69 Waterlooplein "
BH 70 Waterlooplein "
BH 71 Waterlooplein "
BH 72 Waterlooplein "
BH 73 Waterlooplein "
76 jaar) Nieuwmarkt "
geb. 07-02-1878). Waterlooplein "
geboren 1879. Waterlooplein "
BH 80 Waterlooplein "
K. Schuitema Waterlooplein "
BH 82 Waterlooplein "
Waterlooplein 84 (Koopman) Zwanenburgwal "
geb. 1926) Waterlooplein "
A. Jansen (Lindenstraat 93 Waterlooplein "
Alle 100 kooplieden →

Gerelateerde Documenten 6