Handgeschreven verzoekschrift.
Origineel
Handgeschreven verzoekschrift. 30 mei 1942. J.J. Hoogendorp (3e Looiersdwarsstraat 3, Amsterdam). [Linksboven, stempel en pen:]
№ 46A/29811 M. 1942 6/6
[Rode diagonale tekst:]
mondeling
afgedaan
de W
[Rechtsboven:]
Amsterdam. 30 Mei. 42.
Den Heer v. Duinhoven
lid der verdeelingscommissie.
Geachte Commissie,
ondergetekende J.J. Hoogendorp doet door deze een beleefd verzoek aan U of zijn toewijzing van 24 pnd aal niet verhoogd kan worden. Zijn vaste staanplaats en tentwagen heeft hij in moeten leveren en van deze toewijzing kan hij zijn gezin niet onderhouden.
Nog deelt hij U mede dat hij de laatste jaren gerookte aal heeft betrokken van Kees Oosterbaan en van B. de Kort.
Hopende dat de Commissie zijn verzoek in overweging zal nemen teeken ik
Hoogachtend
J.J. Hoogendorp
3e Looiersdwstr 3. * Taal en handschrift: Het document is geschreven in duidelijk leesbaar Nederlands met een zakelijke maar beleefde toon ("beleefd verzoek"). Het handschrift is een typisch voorbeeld van het onderwijs uit het begin van de 20e eeuw.
* Inhoud: De heer Hoogendorp vraagt om een verhoging van zijn quotum paling (aal). Hij kreeg blijkbaar 24 pond toegewezen, maar dit is onvoldoende om zijn gezin te onderhouden, zeker omdat hij zijn fysieke handelsmiddelen (staanplaats en tentwagen) heeft moeten opgeven.
* Argumentatie: Om zijn rechtmatigheid als vishandelaar aan te tonen, noemt hij zijn eerdere leveranciers (Kees Oosterbaan en B. de Kort). Dit suggereert dat hij een gevestigde handelaar was die door de oorlogsomstandigheden in de knel is gekomen.
* Afhandeling: De rode aantekening "mondeling afgedaan" wijst erop dat er na dit schrijven contact is geweest tussen de commissie en de verzoeker, waarbij de zaak is besproken en gesloten zonder dat er een uitgebreide schriftelijke beschikking volgde. Dit document stamt uit mei 1942, midden in de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode was de schaarste groot en werd de distributie van goederen, waaronder vis, streng gereguleerd door de overheid via "Verdeelingscommissies".
De afzender woont in de 3e Looiersdwarsstraat in de Jordaan, een buurt die van oudsher nauw verbonden was met de vishandel. De brief illustreert de precaire positie van kleine zelfstandigen tijdens de oorlog: door beperkingen op straathandel en schaarste aan brandstof of materialen raakten zij hun inkomen kwijt en waren zij volledig afhankelijk van de grillen van bureaucratische toewijzingssystemen om het hoofd boven water te houden. De genoemde leveranciers (zoals Oosterbaan) waren bekende namen in de Amsterdamse palinghandel van die tijd. B. de Kort Hoogendorp vraagt (De heer) J.J. Hoogendorp Van Duinhoven (De heer)
Samenvatting
- Taal en handschrift: Het document is geschreven in duidelijk leesbaar Nederlands met een zakelijke maar beleefde toon ("beleefd verzoek"). Het handschrift is een typisch voorbeeld van het onderwijs uit het begin van de 20e eeuw.
- Inhoud: De heer Hoogendorp vraagt om een verhoging van zijn quotum paling (aal). Hij kreeg blijkbaar 24 pond toegewezen, maar dit is onvoldoende om zijn gezin te onderhouden, zeker omdat hij zijn fysieke handelsmiddelen (staanplaats en tentwagen) heeft moeten opgeven.
- Argumentatie: Om zijn rechtmatigheid als vishandelaar aan te tonen, noemt hij zijn eerdere leveranciers (Kees Oosterbaan en B. de Kort). Dit suggereert dat hij een gevestigde handelaar was die door de oorlogsomstandigheden in de knel is gekomen.
- Afhandeling: De rode aantekening "mondeling afgedaan" wijst erop dat er na dit schrijven contact is geweest tussen de commissie en de verzoeker, waarbij de zaak is besproken en gesloten zonder dat er een uitgebreide schriftelijke beschikking volgde.
Historische Context
Dit document stamt uit mei 1942, midden in de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode was de schaarste groot en werd de distributie van goederen, waaronder vis, streng gereguleerd door de overheid via "Verdeelingscommissies".
De afzender woont in de 3e Looiersdwarsstraat in de Jordaan, een buurt die van oudsher nauw verbonden was met de vishandel. De brief illustreert de precaire positie van kleine zelfstandigen tijdens de oorlog: door beperkingen op straathandel en schaarste aan brandstof of materialen raakten zij hun inkomen kwijt en waren zij volledig afhankelijk van de grillen van bureaucratische toewijzingssystemen om het hoofd boven water te houden. De genoemde leveranciers (zoals Oosterbaan) waren bekende namen in de Amsterdamse palinghandel van die tijd.