Doorslag van een officiële brief/beschikking.
Origineel
Doorslag van een officiële brief/beschikking. 8 juni 1942 (verzonden op 12 juni 1942). De Directeur (vermoedelijk van de Gemeentelijke Visafslag Amsterdam). [Handgeschreven, boven midden:] 46a/306/7
[Handgeschreven, boven midden:] 12/6/1942 verzonden w/b
[Handgeschreven/stempel rechtsboven:] U.17 HG.
den Heer W. Sterkenburg,
Veerstraat 33,
HILVERSUM.
46A/306/5 H. 8 Juni 1942.
Mij is gerapporteerd, dat U de in de week van 26 tot 30 Mei
jl. aan U op den Vischafslag alhier toegewezen levende aal niet op Uw
plaats aan de markt Dapperstraat heeft verkocht. U heeft zich derhalve
niet gehouden aan het bepaalde in artikel 7 van het Tweede Uitvoe-
ringsbesluit van het Visscherijbesluit 1941; ingevolge artikel 11
van dit besluit sluit ik U mitsdien voor onbepaalden tijd van de ver-
deeling van zoetwatervisch enz. op den afslag aan de Vischmarkt al-
hier uit.
De Directeur,
[Handgeschreven handtekening/paraf] In deze brief wordt een vishandelaar uit Hilversum, de heer W. Sterkenburg, gestraft voor een overtreding van de distributievoorschriften. In de laatste week van mei 1942 heeft hij levende paling (aal) toegewezen gekregen op de visafslag (gezien de vermelding van de Dapperstraat betreft dit de Amsterdamse visafslag). Hij heeft deze vis echter niet verkocht op zijn officiële standplaats op de Dappermarkt.
De consequentie is zwaar: op basis van het Visscherijbesluit 1941 wordt hij voor onbepaalde tijd uitgesloten van de verdeling van zoetwatervis. Dit betekent in feite een beroepsverbod voor deze specifieke handel, aangezien hij via de officiële weg geen voorraad meer zal ontvangen. De handgeschreven aantekeningen bovenin geven het administratieve proces aan: de brief is op 8 juni opgesteld, maar op 12 juni 1942 daadwerkelijk verzonden. Tijdens de Duitse bezetting was de voedselvoorziening in Nederland strikt gereguleerd via distributiestelsels. Om de zwarte handel tegen te gaan en de voedselvoorziening voor de bevolking (en de bezetter) te garanderen, moesten handelaren zich strikt houden aan toegewezen locaties en quota.
Het "Visscherijbesluit 1941" was een instrument van de bezettingsautoriteiten (onder auspiciën van het Departement van Landbouw en Visserij) om de totale visvangst en -verkoop te controleren. Wanneer een handelaar zijn vis niet op de aangewezen markt verkocht, rerees direct het vermoeden dat de waar op de zwarte markt was verdwenen tegen veel hogere prijzen. De sanctie van uitsluiting was een veelgebruikt middel om handelaren in het gareel te houden. De Dapperstraat in Amsterdam-Oost was (en is) een van de belangrijkste marktlocaties van de stad, waar strenge controle werd uitgeoefend. W. Sterkenburg
Samenvatting
In deze brief wordt een vishandelaar uit Hilversum, de heer W. Sterkenburg, gestraft voor een overtreding van de distributievoorschriften. In de laatste week van mei 1942 heeft hij levende paling (aal) toegewezen gekregen op de visafslag (gezien de vermelding van de Dapperstraat betreft dit de Amsterdamse visafslag). Hij heeft deze vis echter niet verkocht op zijn officiële standplaats op de Dappermarkt.
De consequentie is zwaar: op basis van het Visscherijbesluit 1941 wordt hij voor onbepaalde tijd uitgesloten van de verdeling van zoetwatervis. Dit betekent in feite een beroepsverbod voor deze specifieke handel, aangezien hij via de officiële weg geen voorraad meer zal ontvangen. De handgeschreven aantekeningen bovenin geven het administratieve proces aan: de brief is op 8 juni opgesteld, maar op 12 juni 1942 daadwerkelijk verzonden.
Historische Context
Tijdens de Duitse bezetting was de voedselvoorziening in Nederland strikt gereguleerd via distributiestelsels. Om de zwarte handel tegen te gaan en de voedselvoorziening voor de bevolking (en de bezetter) te garanderen, moesten handelaren zich strikt houden aan toegewezen locaties en quota.
Het "Visscherijbesluit 1941" was een instrument van de bezettingsautoriteiten (onder auspiciën van het Departement van Landbouw en Visserij) om de totale visvangst en -verkoop te controleren. Wanneer een handelaar zijn vis niet op de aangewezen markt verkocht, rerees direct het vermoeden dat de waar op de zwarte markt was verdwenen tegen veel hogere prijzen. De sanctie van uitsluiting was een veelgebruikt middel om handelaren in het gareel te houden. De Dapperstraat in Amsterdam-Oost was (en is) een van de belangrijkste marktlocaties van de stad, waar strenge controle werd uitgeoefend.