Brief (getypt met handgeschreven kanttekeningen en ondertekening).
Origineel
Brief (getypt met handgeschreven kanttekeningen en ondertekening). 10 november 1942. A.H. Polstra, Oeterwalestraat 46', Amsterdam-Oost. Directie van de Centrale Markthallen, Afdeeling Vischmarkt, Jan van Galenstraat 14, Amsterdam-West. [Stempel/Kenmerk bovenin:]
Nᵒ 46A/321/129ᶜ M. 1942 17/11
A.H. Polstra
Oeterwalestraat 46'
A m s t e r d a m .O.
Amsterdam, 10 November 1942.
Aan de Directie van de Centrale Markthallen,
Afdeeling Vischmarkt
Jan van Galenstraat 14.
A m s t e r d a m .W.
[Handgeschreven in de kantlijn/midden:]
is op 17/11 eveneens via Weth. binnengekomen; wordt dus door weth. behandeld. [Onleesbaar paraaf]
Weledelgeboren Heeren,
Doordat ik de vorige week niet overeenkomstig de daarvoor geldende bepalingen visch verkocht, werd mijn toewijzing mij afgenomen, zoodat ik momenteel zonder toewijzing en dienovereenkomstig ook zonder visch zit.-
Ik moet bekennen, dat ik niet juist gehandeld heb, zoodat het opleggen van een straf alleszins gerechtvaardigd is, maar wat het voor mij, maar zeer in het bijzonder voor mijn gezin beteekent, dat mij thans mijn toewijzing ontnomen is, vermag alleen hij te beoordeelen, die zelf al eens broodeloos geweest is. Het ontnemen van mijn toewijzing beteekent nl. voor mijn gezin een catastropphe en zeker in deze meer dan benarde tijden.-
In normale omstandigheden zou ik niet tot handelingen komen als die waarvoor mij de toewijzing werd ontnomen, maar in dit tijdsgewricht wordt men tegen wil en dank wel eens in die richting gedreven, waarin men onder andere omstandigheden zich nimmer zou laten drijven.-
In het belang van mijn gezin zou ik U door dezen dan willen verzoeken, de noodige clementie te willen gebruiken en mij de toewijzing weer terug te geven en mij eventueel op andere wijze te straffen. Op grond van de toewijzing kan ik dan toch in ieder geval het brood voor mij en de mijnen verdienen.-
Ik wil hiermede dan tevens gaarne verklaren, dat ik mij voortaan van onjuiste handelingen, als de onderhavige, zal onthouden.
Gaarne zie ik Uw antwoord zoo spoedig mogelijk tegemoet, opdat mijn vrouw niet onnoodig lang in zenuwachtige spanning behoeft te verkeeren.-
Terwijl ik U bij voorbaat mijn grooten dank betuig, teeken ik
met de meeste hoogachting
Uw dw.
[Ondertekend:]
A.H. Polstra
[Rechtsonder handgeschreven:]
46A In deze brief verzoekt A.H. Polstra, een visboer uit Amsterdam, om clementie nadat zijn officiële toewijzing (vergunning/levering) van vis is ingetrokken. Hij geeft toe dat hij de regels heeft overtreden door vis buiten de geldende bepalingen om te verkopen (mogelijk illegale handel of prijsopdrijving).
De toon van de brief is deemoedig en urgent. Polstra benadrukt de precaire financiële situatie van zijn gezin en stelt dat de huidige omstandigheden (de oorlog) hem tot deze daden hebben gedreven. Opvallend is de handgeschreven notitie die aangeeft dat de zaak ook via de Wethouder ("Weth.") loopt, wat suggereert dat Polstra via meerdere kanalen heeft geprobeerd zijn broodwinning veilig te stellen. De brief dateert uit november 1942, midden in de Duitse bezetting van Nederland. Dit was een periode van toenemende schaarste, strenge rantsoenering en een groeiende zwarte markt. De Centrale Markthallen in Amsterdam waren het middelpunt van de voedseldistributie.
Handelaren waren volledig afhankelijk van de officiële "toewijzing" om legaal goederen te kunnen verkopen. Het overtreden van de distributieregels werd door de autoriteiten streng gestraft. De "benarde tijden" waar de schrijver naar verwijst, duiden niet alleen op de economische nood, maar ook op de voortdurende dreiging en de moeite om in het levensonderhoud te voorzien onder het nazi-regime. De vermelding van de "zenuwachtige spanning" bij zijn echtgenote illustreert de psychologische druk waaronder gezinnen in oorlogstijd leefden wanneer hun bron van inkomsten wegviel. A.H. Polstra