A.H. Polstra
Bekijk Verhaal ➔AI-Synthese 45
Anton Hendrik Polstra (geb. 1912) was een visboer en marktkoopman in Amsterdam. Hij verkocht vis op diverse locaties, waaronder de Albert Cuypstraat, de Vischmarkt, de Nieuwmarkt en de Waterlooplein. In 1942 werd hij meerdere keren geconfronteerd met sancties wegens illegale handel (venten), het verkopen van vis zonder vereiste papieren en het overtreden van oorlogsreglementering. Zijn vis-toewijzingen werden ingetrokken en hij kreeg officiële berispingen. In 1943 verzoekt hij om een standplaats op de Nieuwmarkt vanwege schaarste. In 1944 verzoekt zijn echtgenote, mevrouw Polstra-Wolf, om een standplaats voor tweedehands goederen op het Waterlooplein.
Lotgevallen
Relaties
Handel
Archiefdocumenten
Proces-verbaal (uittreksel/vervolgblad)
* **Inhoud:** Het document betreft een gedetailleerd verslag van de inbeslagname van een partij vis die illegaal (of tegen niet-reglementaire voorwaarden) werd verhandeld door Anton Hendrik Polstra. De vis werd direct naar de Gemeentelijke Vischafslag gebracht en verkocht tegen de destijds geldende maximumprijzen. * **Financiële afwikkeling:** Er is een nauwkeurige berekening van de opbrengst (76,15 gulden), waarbij opslagkosten en transportkosten in mindering zijn gebracht, resulterend in een netto bedrag voor de staatskas ("ten behoeve van de Justitie"). * **Opvallend detail:** Hoewel de eerste gebeurtenis om 13.45 uur wordt beschreven, noemt de laatste alinea een incident om 11.15 uur op diezelfde dag op de Albert Cuypmarkt. Dit suggereert dat de verdachte die dag herhaaldelijk gecontroleerd of geschaduwd werd. * **Terminologie:** Gebruik van verouderde spelling ("visch", "alwaar") en specifieke termen uit de bezettingstijd zoals het "persoonsbewijs".
Proces-verbaal / Getuigenverklaring (onderdeel van een groter dossier).
Dit document betreft een onderzoek naar de illegale handel in vis tijdens de Tweede Wereldoorlog. De kern van de zaak is de verdenking tegen een zekere **A.H. Polstra**, die op 4 november 1942 gerookte vis aanbood zonder de vereiste papieren of bewijs van legale inkoop via de officiële kanalen (de afslag). De getuige, **Frans Eckhard Wilhelm Jansen**, ontkent stellig dat hij de leverancier is. Zijn verklaring belicht een cruciaal aspect van de toenmalige distributie: de "toewijzing". Handelaren waren doodsbang hun vergunning te verliezen, omdat dit hun enige bron van inkomsten was ("gezin broodeloos maken"). Jansen suggereert dat zijn veelvoorkomende achternaam door de verdachte misbruikt is als dekmantel voor een illegale aankoop op de zwarte markt. Aan het einde van het document wordt de juridische grondslag vermeld: overtreding van het **Visscherijbesluit 1941/1942**. Polstra heeft de vis buiten de officiële afslag om gekocht, wat destijds een economisch delict was. De verdachte geeft de feiten feitelijk toe door aan te geven te willen "schikken" (een boete betalen om verdere vervolging te voorkomen).
Doorslag van een officiële brief/beschikking.
De brief is een officiële berisping en strafmaatregel tegenover een vishandelaar, de heer A.H. Polstra. De kern van de overtreding is "venten" (het op straat verkopen van goederen) met vis die buiten de officiële kanalen om is verkregen. In de oorlogsterminalogie betekent dit dat de vis is onttrokken aan de centrale distributie (de "afslag"). De maatregelen zijn tweeledig: 1. **Directe sanctie:** De handelaar wordt voorlopig uitgesloten van de visverdeling bij de afslag, wat effectief een beroepsverbod of een ernstige belemmering van zijn bedrijfsvoering betekent. 2. **Escalatie:** De zaak wordt voorgelegd aan de Burgemeester van Amsterdam voor verdere maatregelen, wat kan wijzen op een mogelijke intrekking van de handelsvergunning of verdere juridische vervolging. De toon is zakelijk, autoritair en strikt juridisch, passend bij de repressieve sfeer van het vigerende bezettingsbestuur.
Brief (getypt met handgeschreven kanttekeningen en ondertekening).
In deze brief verzoekt A.H. Polstra, een visboer uit Amsterdam, om clementie nadat zijn officiële toewijzing (vergunning/levering) van vis is ingetrokken. Hij geeft toe dat hij de regels heeft overtreden door vis buiten de geldende bepalingen om te verkopen (mogelijk illegale handel of prijsopdrijving). De toon van de brief is deemoedig en urgent. Polstra benadrukt de precaire financiële situatie van zijn gezin en stelt dat de huidige omstandigheden (de oorlog) hem tot deze daden hebben gedreven. Opvallend is de handgeschreven notitie die aangeeft dat de zaak ook via de Wethouder ("Weth.") loopt, wat suggereert dat Polstra via meerdere kanalen heeft geprobeerd zijn broodwinning veilig te stellen.
Getypt bericht (doorslag/archiefkopie).
Dit document is een formele afwijzing van een aanvraag voor vis-toewijzingen. De toon is kort en bureaucratisch. Uit de tekst blijkt dat een specifieke commissie binnen de 'Visscherijcentrale' het verzoek heeft beoordeeld en negatief heeft beschikt. Er wordt geen specifieke reden voor de afwijzing gegeven, enkel dat de geadresseerde "niet in aanmerking komt". De handgeschreven notitie "Verzonden 28/9" bevestigt dat de correspondentie op de dag van datering is verwerkt.
Getypte brief (afschrift/kopie).
* **Inhoud:** De heer A.H. Polstra verzoekt de Amsterdamse wethouder van Sociale Zaken, Dr. J.L. Strak, om bemiddeling. Polstra heeft een brief gestuurd naar de Directie van de Centrale Markthallen omdat een bepaalde "toewijzing" hem is ontnomen. Hij hoopt dat de wethouder hem kan helpen deze toewijzing terug te krijgen. * **Toon:** De brief is uiterst formeel en eerbiedig opgesteld, passend bij de sociale verhoudingen en de ambtelijke etiquette van die tijd. De afsluiting "Uw dw." staat voor "Uw dienstwillige". * **Status document:** De aanduiding "AFSCHRIFT" en "w.g." (was getekend) duiden aan dat dit een getypte kopie is voor het archief, niet het handgetekende origineel dat naar de wethouder is gestuurd.
Ambtsbericht/Rapportage.
* **Kern van de zaak:** Het rapport betreft een onderzoek naar de illegale handel in vis (sprothe-filet) door A.H. Polstra. Er wordt gezocht naar bewijs voor handel "buiten den afslag om", wat in oorlogstijd een economisch delict was. * **Tegenstrijdigheid:** Er is een duidelijke discrepantie tussen de verklaring van de verdachte (Polstra) en de observatie van de politie. Polstra beweert dat hij slechts eenmalig een partij aannam om van de verkopers af te zijn. Rechercheur Prins verklaart echter dat er actieve overslag van kisten is waargenomen bij het pakhuis van Polstra en dat een andere betrokkene (Ronchette) Polstra als leverancier heeft aangewezen. * **Betrokken personen:** * *G.J.F. Nisscher:* Opdrachtgever van het onderzoek. * *De Heer:* Inspecteur van het Marktwezen. * *A.H. Polstra:* Verdachte/betrokkene, wonend aan de Oetewalerstraat. * *Ronchette:* Een "venter" die geverbaliseerd is. * *Prins:* Rechercheur van bureau Linnaeusstraat.
Handgeschreven brief met ambtelijke kanttekeningen.
Dit document is een verzoekschrift van A.H. Polstra aan de directeur van de Amsterdamse markten in september 1943. Polstra vraagt om een vaste standplaats op de Nieuwmarkt vanwege een aanstaande reorganisatie. De schrijver voert een aantal persoonlijke redenen aan: 1. **Beroepsverandering:** Voorheen verkocht hij vis op de Albert Cuypstraat, maar door schaarste ("weinig of geen vis meer") is men overgestapt op de handel in tweedehands goederen op de Nieuwmarkt. 2. **Gezondheid:** De schrijver geeft aan "ziekelijk" te zijn, waardoor zijn vrouw de eigenlijke handel drijft. 3. **Legitimiteit:** Hij benadrukt in het bezit te zijn van een "wettelijk inkoop register", wat essentieel was voor de handel in tweedehands goederen (om heling tegen te gaan en controle uit te oefenen). De ambtelijke reacties in de kantlijn tonen de bureaucratische afhandeling. Er wordt genoteerd dat de aanvrager eerder is "gestraft voor vischvervalsing", wat blijkbaar een rol speelde in de beoordeling. Desondanks adviseert inspecteur Ströer positief omdat ze al geregeld op de markt staan ("losse plaatsen"). Uiteindelijk lijkt er groen licht te zijn gegeven ("vaste plaats geven") in november 1943. ---
Zakelijke correspondentie (brief)
De kern van dit document is een verificatieverzoek in het kader van de distributie en regelgeving van levensmiddelen tijdens de Tweede Wereldoorlog. De Nederlandsche Visscherijcentrale vraagt aan de Directie van het Marktwezen in Amsterdam of de heer A.H. Polstra (wonend aan de Oetewalerstraat 46-I) terecht aanspraak maakt op een toewijzing van gerookte vis. Er is sprake van een conflict tussen de bewering van Polstra en het advies van de 'Ondervakgroep Detailhandel in Visch'. Deze vakgroep heeft negatief geadviseerd over zijn officiële erkenning als visdetailhandelaar. De handgeschreven aantekeningen onderaan de brief geven het antwoord of de bevindingen weer: Polstra is geboren in 1912 en is blijkbaar pas sinds 1940 (het begin van de bezetting) werkzaam in de vissector. Dit was in die tijd een belangrijk criterium, omdat de autoriteiten vaak probeerden 'nieuwkomers' die profiteerden van de oorlogsschaarste te weren ten gunste van gevestigde handelaren.
Document
* **Taal en spelling:** De brief is opgesteld in het Nederlands met de toenmalige spelling (bijv. "visch", "vischverdeeling"). * **Kern van de boodschap:** De brief is een reactie op een eerdere correspondentie over een zekere A.H. Poelstra. Er wordt bevestigd dat hij is opgenomen in de visdistributie, maar onder strikte voorwaarden: uitsluitend voor gerookte vis en voor slechts één toewijzing. * **Handhavingsaspect:** De directeur meldt een negatief precedent: Poelstra is pas sinds 1940 actief in de branche en is al eens vier maanden geschorst geweest omdat hij vis buiten de officiële distributiekanalen om (de zwarte markt) had ingekocht. Dit verklaart de terughoudende opstelling van de instantie.
Handgeschreven ambtelijke notitie of memo.
Dit document is een samengesteld vel papier dat waarschijnlijk dienst deed als kladblok voor een ambtenaar, vermoedelijk werkzaam bij de gemeente Amsterdam (gezien de verwijzing naar 'weth.' en 'A'dam'). Het bovenste gedeelte bevat oudere aantekeningen (1912) met namen en een adres in de Westermanstraat te Amsterdam. Het onderste, belangrijkste deel dateert uit de bezettingstijd (oktober 1942). De kern van de notitie betreft de voedselvoorziening: 1. **Visdistributie:** Er wordt gesproken over het opnemen van Volendamse vissers in de verdeling van zoetwatervis, nu het aalseizoen ten einde loopt. 2. **Logistiek & N.V.C.:** De 'Nederlandsche Visscherij Centrale' (N.V.C.) moet worden gecontacteerd om te zien of er meer aanvoer naar Amsterdam mogelijk is. De N.V.C. was tijdens de oorlog het centrale orgaan dat toezag op de visserij en distributie. 3. **Beleid:** Er wordt geopperd om de marges (het percentage) voor de grossiers te verhogen. De schrijver noteert dat de adviseur geraadpleegd moet worden en dat het voorstel eventueel aan de wethouder moet worden voorgelegd.
Handgeschreven verzoekbrief.
* **Inhoud:** Mevrouw Polstra-Wolf verzoekt om een staanplaats op de markt aan het Waterlooplein voor de verkoop van tweedehands goederen. Zij geeft aan dat zij bezig is met het verkrijgen van een 'opkoopersregister', wat destijds een vereiste vergunning was voor handelaren in gebruikte goederen. * **Motivatie:** De reden voor het verzoek is puur economisch; zij wil bijverdienen omdat het loon van haar echtgenoot te laag is om van rond te komen. * **Taal en Vorm:** De brief is geschreven in een beleefde, enigszins formele toon, passend bij de tijdgeest. Het handschrift is verzorgd. Opvallend is het gebruik van oudere spellingvormen zoals "opkoopers" en "rede" (voor reden). * **Adres:** De afzendster woonde in de Celebesstraat, in de Indische Buurt in Amsterdam-Oost.
Archieflijst-vermeldingen
Administratieve lijst van marktmutaties.
| A.H.Polstra | 5-12-12 | 1e Conradstraat 7 hs | Alb.Cuypstraat | 13-4-42 | ger.visch. |
Koopliedenlijsten
Uilenburg — standplaats Alb
Uilenburg — standplaats Albert Cuypstraat 13-4-42 ger
Uilenburg — standplaats Alb
Waterlooplein — standplaats A
Relevante Archieffragmenten
# TRANSCRIPTIE [Handgeschreven in blauw potlood/inkt]: Verzonden 28/9 HB. den Heer A.H. Polstra, Oeterwalenstraat 46 I, Amsterdam-Oost. Wijk 18. 46A/631/2 M. 28 September 1942. Naar aanleiding van Uw desbetreffend verzoek, deel ik U mede, dat na behandeling hiervan in de door de Visscherijcentrale ingestelde Commissie is gebleken, dat U niet voor toewijzingen van visch in aanmerking kunt kom...
# DOCUMENT INFO * **Type document:** Proces-verbaal (uittreksel/vervolgblad) * **Pagina:** 2 * **Datum:** 4 november 1942 * **Locatie:** Amsterdam (Beukenweg en Albert Cuypstraat) * **Betrokkene:** Anton Hendrik Polstra (geb. 1914), vischhandelaar * **Instantie:** Vermoedelijk de Economische Opsporingsdienst of de Amsterdamse Politie tijdens de bezetting.
# TRANSCRIPTIE -5- Een verklaring, dat Polstra nog niet bij de Nederlandsche Visscherijcentrale is georganiseerd wordt bij dit proces- verbaal gevoegd. Het is mij bekend, dat verdachte reeds eerder is gever- baliseerd terzake prijsopdrijving bij den verkoop van visch en dat hij bekend staat als zijnde niet bonafide, een zoogenaamde scharrelaar. Hiervan is door mij op ambtseed opgemaakt, geteek...
# TRANSCRIPTIE Centrale Controle-dienst. Afd: Spijsvetten en Visscherij Uw schrijven 46A/321/129M dd: 16 Februari 1943 Amsterdam 3 Maart 1943 Aan De Directeur van het Marktwezen Jan van Galenstraat 17 Amsterdam. W. Rapport. Naar aanleiding van het rapport als bedoeld in bovenvermeld schrijven, is door ondergetekende, in opdracht van den Heer G. J. F. Nisscher, een onderzoek ingesteld. Hierb...
# DOCUMENT INFO * **Type document:** Slotpagina (pagina 5) van een proces-verbaal. * **Datum:** 27 november 1942. * **Locatie:** Amsterdam. * **Instantie:** Centrale Contrôledienst (CCD). * **Betrokkenen:** Polstra (verdachte), een controleur van de CCD. * **Fysieke kenmerken:** Getypt op grijsachtig papier, voorzien van een handgeschreven datumtoevoeging, een handtekening en een blin...