Handgeschreven ambtelijke notitie of memo.
Origineel
Handgeschreven ambtelijke notitie of memo. 13 oktober 1942 (onderste gedeelte), 5 december 1912 (bovenste gedeelte). [Bovenaan, gescheiden door lijnen:]
A. H. Polstra 5/12 1912
Westermanstr. 46 I
[Schetsen van driehoeken/piramides]
H. P. Zwarts
Westermanstr. 46 hs
19 12/2 13.384 [doorstreept]
[Hoofdtekst onder de tweede lijn:]
Volendammers per 13/10 1942
in verdeeling zoetwatervisch
opnemen als dan
aalseizoen is afgeloopen.
N.V.C. bellen of er meer zw
naar A'dam komt: alle
V'dammer visschers + verhooging
in % der grossiers.
Hieromtrent adviseur
spreken! Ev. aan weth. voor-
leggen. voor per zw. [?]
N.V.C. zal
hiertoe zijn best doen! Dit document is een samengesteld vel papier dat waarschijnlijk dienst deed als kladblok voor een ambtenaar, vermoedelijk werkzaam bij de gemeente Amsterdam (gezien de verwijzing naar 'weth.' en 'A'dam').
Het bovenste gedeelte bevat oudere aantekeningen (1912) met namen en een adres in de Westermanstraat te Amsterdam. Het onderste, belangrijkste deel dateert uit de bezettingstijd (oktober 1942).
De kern van de notitie betreft de voedselvoorziening:
1. Visdistributie: Er wordt gesproken over het opnemen van Volendamse vissers in de verdeling van zoetwatervis, nu het aalseizoen ten einde loopt.
2. Logistiek & N.V.C.: De 'Nederlandsche Visscherij Centrale' (N.V.C.) moet worden gecontacteerd om te zien of er meer aanvoer naar Amsterdam mogelijk is. De N.V.C. was tijdens de oorlog het centrale orgaan dat toezag op de visserij en distributie.
3. Beleid: Er wordt geopperd om de marges (het percentage) voor de grossiers te verhogen. De schrijver noteert dat de adviseur geraadpleegd moet worden en dat het voorstel eventueel aan de wethouder moet worden voorgelegd. Tijdens de Duitse bezetting van Nederland was de voedselvoorziening aan strikte regels gebonden. Omdat de zeevisserij door de oorlogsvoering op de Noordzee (mijnen, militaire zones) grotendeels stillag, werd zoetwatervis uit het IJsselmeer van vitaal belang voor steden als Amsterdam.
De N.V.C. (opgericht in 1941) fungeerde als een door de bezetter gecontroleerd crisisorgaan om de visstroom te reguleren, prijzen vast te stellen en de zwarte handel te bestrijden. Deze notitie toont de ambtelijke achterkant van deze complexe distributieketen, waarbij geprobeerd werd de belangen van de vissers (uit Volendam), de handelaren (grossiers) en de hongerende bevolking van de stad op elkaar af te stemmen. A.H. Polstra H.P. Zwarts.
Samenvatting
Dit document is een samengesteld vel papier dat waarschijnlijk dienst deed als kladblok voor een ambtenaar, vermoedelijk werkzaam bij de gemeente Amsterdam (gezien de verwijzing naar 'weth.' en 'A'dam').
Het bovenste gedeelte bevat oudere aantekeningen (1912) met namen en een adres in de Westermanstraat te Amsterdam. Het onderste, belangrijkste deel dateert uit de bezettingstijd (oktober 1942).
De kern van de notitie betreft de voedselvoorziening:
1. Visdistributie: Er wordt gesproken over het opnemen van Volendamse vissers in de verdeling van zoetwatervis, nu het aalseizoen ten einde loopt.
2. Logistiek & N.V.C.: De 'Nederlandsche Visscherij Centrale' (N.V.C.) moet worden gecontacteerd om te zien of er meer aanvoer naar Amsterdam mogelijk is. De N.V.C. was tijdens de oorlog het centrale orgaan dat toezag op de visserij en distributie.
3. Beleid: Er wordt geopperd om de marges (het percentage) voor de grossiers te verhogen. De schrijver noteert dat de adviseur geraadpleegd moet worden en dat het voorstel eventueel aan de wethouder moet worden voorgelegd.
Historische Context
Tijdens de Duitse bezetting van Nederland was de voedselvoorziening aan strikte regels gebonden. Omdat de zeevisserij door de oorlogsvoering op de Noordzee (mijnen, militaire zones) grotendeels stillag, werd zoetwatervis uit het IJsselmeer van vitaal belang voor steden als Amsterdam.
De N.V.C. (opgericht in 1941) fungeerde als een door de bezetter gecontroleerd crisisorgaan om de visstroom te reguleren, prijzen vast te stellen en de zwarte handel te bestrijden. Deze notitie toont de ambtelijke achterkant van deze complexe distributieketen, waarbij geprobeerd werd de belangen van de vissers (uit Volendam), de handelaren (grossiers) en de hongerende bevolking van de stad op elkaar af te stemmen.