Getypt afschrift van een verzoekschrift/brief.
Origineel
Getypt afschrift van een verzoekschrift/brief. 1 juni 1942. A F S C H R I F T
Amsterdam 1 Juni 1942.
Mijnheer,
De ondergeteekende, H.Failé, wonende Vinkenstraat 21 III te
Amsterdam, van beroep vischventer, ingeschreven bij het Bureau
Voorbereiding Organisatie Detailhandel Ambacht, 's-Gravenhage,
onder nummer D.31023, neemt de vrijheid met het volgend verzoek
tot U te komen.
Ofschoon hij sedert 1932 in het bezit van een ventvergunning
voor visch is en steeds in den vischhandel zijn bestaan gevonden
heeft, weigert de Commissie op de vischmarkt hem een toewijzing
voor aal, daarom verzoekt ondergeteekende U het daarheen te
willen leiden, dat hem alsnog een toewijzing voor aal verstrekt
wordt.
Verleden jaar had hij een toewijzing voor aal en dit jaar wil
de bovengenoemde commissie hem geen toewijzing verstrekken,
terwijl velen anderen menschen, welke slechts gelegenheidsventers
zijn, wel een toewijzing wordt verleend.
Zooals U wel zult begrijpen is dit voor ondergeteekende een groot
financieel nadeel, temeer daar door de geringe aanvoer van andere
visch de verdiensten ver onder het noodzakelijk minimum blijven.
Hopende dat zulks voor U aanleiding zal zijn een onderzoek in
te doen stellen, opdat hij alsnog voor een toewijzing in aan-
merking zal komen en een spoedige en gunstige beschikking van U
tegemoetziende, bij voorbaat beleefd dankend, verblijf ik,
hoogachtend,
Uw dienstwillige dienaar,
w.g. H. Failé
P.S.
Indien noodzakelijk kan ik U de bewijzen van de vischgrossiers,
van wien ik mijn visch betrok, evenals de kwitanties van de
Gemeentelijke Vischhal nog toonen.
Voor eensluidend afschrift
NEDERLANDSCHE VISSCHERIJCENTRALE.
[Handtekening] * Kern van het probleem: H. Failé, een professionele visventer met een staat van dienst sinds 1932, klaagt over het feit dat hem een vergunning (toewijzing) voor de verkoop van aal wordt geweigerd door de marktcommissie.
* Argumentatie: Failé voert aan dat hij een gevestigde vakman is, terwijl "gelegenheidsventers" (gelukszoekers of minder ervaren handelaren) wel toewijzingen krijgen. Hij benadrukt de economische noodzaak: door de algemene schaarste aan vis (oorlogsomstandigheden) kan hij zonder de handel in aal niet meer in zijn levensonderhoud voorzien.
* Bewijsvoering: Hij biedt aan om zijn professionaliteit aan te tonen middels kwitanties van de Gemeentelijke Vischhal en verklaringen van groothandelaren.
* Toon: De brief is geschreven in de formele, onderdanige stijl die gebruikelijk was in correspondentie met overheidsinstanties in die tijd ("Uw dienstwillige dienaar"). * Oorlogseconomie: Het document dateert uit juni 1942, midden in de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode was er sprake van strikte distributie en schaarste. Goederen zoals vis werden niet vrij verhandeld, maar toegewezen via een systeem van vergunningen en "toewijzingen".
* Bureaucratisering: De vermelding van het "Bureau Voorbereiding Organisatie Detailhandel Ambacht" (onderdeel van de in 1941 ingestelde organisatie van het bedrijfsleven onder toezicht van de bezetter) toont de toenemende centrale controle op alle economische activiteiten.
* Nederlandsche Visscherijcentrale: Dit was het orgaan dat tijdens de bezetting toezicht hield op de visserijsector en de verdeling van visproducten. Dat Failé zich tot een hogere instantie wendt, wijst op de wanhoop van kleine zelfstandigen die door de nieuwe regels hun broodwinning zagen verdwijnen.
* Sociaal aspect: De brief geeft een inkijkje in de concurrentiestrijd op de Amsterdamse straatmarkt tijdens de oorlog, waarbij gevestigde handelaren zich moesten verdedigen tegen nieuwkomers in een krimpende markt. De Vinkenstraat was destijds een typische volksstraat in de buurt van de Haarlemmerdijk, waar veel kleine handwerklieden en kooplieden woonden. H. Fail P.S. Marktcommissie