Handgeschreven memo of berekening.
Origineel
Handgeschreven memo of berekening. opstelling Brinkgreve ( 2
voor kisten :
Maandag 100 kisten op zijn kien om
te vullen
Dinsdag 100 " om naar de markt
te gaan
Woensdag 100 " van de veiling terug
Donderdag 100 " bij grossiers
Vrijdag 100 " bij winkeliers
Zaterdag 100 " omdat Zaterdags
geen leeg goed
mag worden
ingeleverd.
Maandag 100 " naar de veiling
700 kisten
X 489 tuinders
342.300 kisten.
rekening houdende met reparatie
en groote tuinders : rond 400.000
kisten Het document bevat een logistieke calculatie om de totale behoefte aan fust (kisten) voor een groep tuinders te bepalen. De auteur, Brinkgreve, hanteert een cyclus van zeven stappen (dagen) waarbij een gemiddelde tuinder 100 kisten per stap in omloop heeft:
1. Maandag: Klaarzetten/vullen.
2. Dinsdag: Transport naar de markt.
3. Woensdag: Retourstroom van de veiling.
4. Donderdag: Voorraad bij de groothandel (grossiers).
5. Vrijdag: Voorraad bij de detailhandel (winkeliers).
6. Zaterdag: Stilstand, omdat er op zaterdag geen emballage ingeleverd mag worden.
7. Maandag: Nieuwe zending naar de veiling.
De rekensom komt uit op 700 kisten per tuinder. Vermenigvuldigd met 489 tuinders resulteert dit in een basisbehoefte van 342.300 kisten. Er wordt een veiligheidsmarge ingebouwd voor defecte kisten ("reparatie") en grotere bedrijven, waardoor het eindtotaal wordt afgerond op 400.000 stuks. Dit document stamt waarschijnlijk uit de hoogtijdagen van het Nederlandse veilingwezen, toen het beheer van gezamenlijk fust (de kistenpool) een cruciale en kostbare operatie was voor coöperatieve veilingen. De naam "Brinkgreve" verwijst mogelijk naar een adviseur of functionaris die betrokken was bij de reorganisatie of planning van de logistieke middelen. De opmerking over de zaterdagse stopzetting van de inname van "leeg goed" is kenmerkend voor de toenmalige arbeidsregelingen en logistieke beperkingen. De nummering "( 2" suggereert dat dit een bijlage of een vervolgpagina is van een uitgebreider rapport.
Samenvatting
Het document bevat een logistieke calculatie om de totale behoefte aan fust (kisten) voor een groep tuinders te bepalen. De auteur, Brinkgreve, hanteert een cyclus van zeven stappen (dagen) waarbij een gemiddelde tuinder 100 kisten per stap in omloop heeft:
1. Maandag: Klaarzetten/vullen.
2. Dinsdag: Transport naar de markt.
3. Woensdag: Retourstroom van de veiling.
4. Donderdag: Voorraad bij de groothandel (grossiers).
5. Vrijdag: Voorraad bij de detailhandel (winkeliers).
6. Zaterdag: Stilstand, omdat er op zaterdag geen emballage ingeleverd mag worden.
7. Maandag: Nieuwe zending naar de veiling.
De rekensom komt uit op 700 kisten per tuinder. Vermenigvuldigd met 489 tuinders resulteert dit in een basisbehoefte van 342.300 kisten. Er wordt een veiligheidsmarge ingebouwd voor defecte kisten ("reparatie") en grotere bedrijven, waardoor het eindtotaal wordt afgerond op 400.000 stuks.
Historische Context
Dit document stamt waarschijnlijk uit de hoogtijdagen van het Nederlandse veilingwezen, toen het beheer van gezamenlijk fust (de kistenpool) een cruciale en kostbare operatie was voor coöperatieve veilingen. De naam "Brinkgreve" verwijst mogelijk naar een adviseur of functionaris die betrokken was bij de reorganisatie of planning van de logistieke middelen. De opmerking over de zaterdagse stopzetting van de inname van "leeg goed" is kenmerkend voor de toenmalige arbeidsregelingen en logistieke beperkingen. De nummering "( 2" suggereert dat dit een bijlage of een vervolgpagina is van een uitgebreider rapport.