Financieel overzicht (Weekstaat No. 26).
Origineel
Financieel overzicht (Weekstaat No. 26). 22 juni t/m 27 juni 1942. Weekstaat No. 26. 22/6 t/m 27/6 '42.
Aangevoerd door grossiers
| Datum | Productenbedrag | Statiegeld |
|---|---|---|
| 20/6 | ƒ 2492.81 | ƒ 754.50 |
| 23/6 | 4382.10 | 1031.70 |
| 25/6 | 2995.96 | 891.60 |
| 27/6 | 4630.93 | 1342.30 |
| Totaal | ƒ 14501.80 | ƒ 4020.10 |
Nota's Joodsche Vereeniging
| Datum | Productenbedrag | Statiegeld | Totaal | Heffing (6%) | Totaal |
|---|---|---|---|---|---|
| 20/6 | ƒ 2492.81 | ƒ 754.50 | ƒ 3247.31 | ƒ 149.57 | ƒ 3396.88 |
| 23/6 | 4382.10 | 1031.70 | 5413.80 | 262.93 | 5676.73 |
| 25/6 | 2995.96 | 891.60 | 3887.56 | 179.76 | 4067.32 |
| 27/6 | 4630.93 | 1342.30 | 5973.23 | 277.86 | 6251.09 |
| Totaal | ƒ 14501.80 | ƒ 4020.10 | ƒ 18521.90 | ƒ 870.12 | ƒ 19392.02 |
Uitbetalingen grossiers.
| Post | Bedrag |
|---|---|
| Aanvoer Productenbedrag | ƒ 14501.80 |
| Aanvoer Statiegeld | ƒ 4020.10 |
| Totaal Aanvoer | ƒ 18521.90 |
| Af: behandeling vreemd fust | ƒ 101.02 |
| Af: diverse kosten | 18.19 |
| Totaal afhoudingen | ƒ 119.21 |
| Restant uit te betalen | ƒ 18402.69 |
Uitbetaald
- Per Kas: ƒ 2471.32
- Per Giro: 15705.90
- Per Postwissel: 225.47
- Totaal: ƒ 18402.69 Dit document is een boekhoudkundig overzicht van de aanvoer van goederen (waarschijnlijk voedingsmiddelen, gezien de term 'grossiers' en 'statiegeld/fust') voor de "Joodsche Vereeniging". Het document is opgedeeld in vier logische blokken:
- Aanvoer: De bruto waarde van de geleverde producten en het bijbehorende statiegeld.
- Nota's: De berekening van een extra heffing van 6%. Deze heffing werd bovenop het totaalbedrag (producten + statiegeld) gerekend. Het is opvallend dat deze heffing direct gerelateerd is aan de "Joodsche Vereeniging", wat kan duiden op een administratieve opslag of een verplichte afdracht.
- Specificatie uitbetaling: Hier worden kosten voor "vreemd fust" (emballage van derden) en diverse kosten in mindering gebracht op het totaalbedrag van de grossiers.
- Betaalwijze: Een specificatie van hoe het uiteindelijke bedrag van ƒ 18.402,69 is voldaan (contant, giro en postwissel).
De nauwkeurigheid van de getallen suggereert een strikte administratieve controle, kenmerkend voor de bureaucratische afhandeling van de Joodse zaken tijdens de bezetting. De datum van de weekstaat, eind juni 1942, is historisch zeer significant. Dit was de periode vlak voordat de grootschalige deportaties van Joden uit Nederland naar de vernietigingskampen in het oosten (via doorgangskamp Westerbork) in juli 1942 begonnen.
De "Joodsche Vereeniging" verwijst in deze context zeer waarschijnlijk naar de organisatie die verantwoordelijk was voor de logistiek en bevoorrading van Joodse instellingen (zoals ziekenhuizen, gaarkeukens of tehuizen) die onder toezicht stonden van de Joodsche Raad voor Amsterdam. In deze fase van de bezetting werden Joden steeds verder geïsoleerd en waren zij voor hun primaire levensbehoeften afhankelijk van de distributie via deze raad. De 6% heffing op de nota's zou een vorm van interne belasting kunnen zijn die door de Joodsche Raad werd geheven om haar eigen sociale voorzieningen en administratie te financieren, een praktijk die door de Duitse bezetter werd toegestaan (of afgedwongen) om de kosten van de Joodse gemeenschap op de gemeenschap zelf te verhalen.