Weekstaat (financieel overzicht)
Origineel
Weekstaat (financieel overzicht) 12 oktober tot en met 17 oktober 1942 № 59/10/69 M. 1942 ²/₁₁
WEEKSTAAT No. 42; 12 Oct. tot en met 17 Oct. 1942.
Aangevoerd door Grossiers:
| Datum | Prod. bedrag | Statie geld | Totaal | Heffing | Totaal |
| :--- | :--- | :--- | :--- | :--- | :--- |
| 13/10 '42 | f. 2191.10 | f. 1286.78 | | | |
| 15/10 | 3420.03 | 2227.40 | | | |
| 17/10 | 3854.54 | 2944.14 | | | |
| | f. 9465.67 | f. 6458.32 | | | |
Nota’s Joodsche Vereeniging:
| Datum | | | | | |
| :--- | :--- | :--- | :--- | :--- | :--- |
| 13/10 | f. 2191.10 | f. 1286.78 | f. 3477.88 | f. 131.47 | f. 3609.35 |
| 15/10 | 3420.03 | 2227.40 | 5647.43 | 136.80 | 5784.23 |
| 17/10 | 3854.54 | 2944.14 | 6798.68 | 154.19 | 6952.87 |
| | f. 9465.67 | f. 6458.32 | f. 15923.99 | f. 422.46 | f. 16346.45 |
Uitbetalingen Grossiers
Aanvoer
13/10 t/m 17/10 '42 f. 9465.67 f. 6458.32 f. 15923.99
af: behandeling vreemd fust 133.46
diverse onkosten 18.70 152.16
f. 15771.83
Uitbetaald:
per giro f. 15737.95
per postwissel 33.88 f. 15771.83 Dit document is een nauwkeurige boekhoudkundige verantwoording van goederen (waarschijnlijk levensmiddelen, gezien de term "grossiers" en "fust") die geleverd zijn aan of via de "Joodsche Vereeniging".
- Financiële structuur: Er wordt onderscheid gemaakt tussen de productwaarde (f. 9465,67) en het statiegeld (f. 6458,32). Opvallend is de post "Heffing", die bovenop het totaalbedrag komt.
- Kostenposten: Er worden bedragen ingehouden voor de "behandeling van vreemd fust" (emballage) en "diverse onkosten", waarna het nettobedrag wordt uitgekeerd aan de grossiers via giro en postwissel.
- Terminologie: De spelling "Joodsche Vereeniging" en "Statie geld" is conform de toenmalige schrijfwijze. De precisie van de bedragen wijst op een strikt gecontroleerde administratie. Het document dateert uit oktober 1942, een kritieke fase in de Tweede Wereldoorlog in Nederland. De grootschalige deportaties naar de vernietigingskampen waren op dat moment in volle gang.
De "Joodsche Vereeniging" verwijst hoogstwaarschijnlijk naar een afdeling van de Joodse Raad voor Amsterdam (of een lokale afdeling elders). De Joodse Raad werd door de Duitse bezetter gedwongen om de Joodse gemeenschap zelf te besturen en te administreren, inclusief de distributie van voedsel en goederen in een steeds verder geïsoleerde en verarmde gemeenschap.
De "heffingen" op deze facturen werden vaak gebruikt om de eigen organisatie van de Joodse Raad te financieren of om sociale zorg binnen de Joodse gemeenschap te bekostigen, aangezien zij door de bezetter waren afgesneden van reguliere staatshulp. Dit soort documenten vormt het papieren bewijs van de bureaucratische gevangenschap waarin de Joodse bevolking destijds verkeerde.