Ambtelijke brief/correspondentie.
Origineel
Ambtelijke brief/correspondentie. De Directeur (vermoedelijk van de Marktwezen of een verwante gemeentelijke dienst). De Wethouder voor de Levensmiddelen, Amsterdam ("Alhier"). [Rechtsboven handgeschreven:] Ur. Müller
VD/HG.
64/6/1 M.
21 April 1942.
Ontbinding huurcontract
W. van Smeerdijk.
den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r.
Hiermede heb ik de eer U te berichten, dat de groothandelaar in groenten W. van Smeerdijk, huurder van pakhuisafdeeling C 2 op de Centrale Markt, door den Inspecteur voor de Prijsbeheersching met ingang van 22 November 1941 is gestraft met sluiting van zijn zaak en stillegging der bedrijfsmiddelen, voorgoed, terwijl hem voorts voorgoed is verboden, als groothandelaar in groenten op te treden; deze straffen zijn begin Januari jl. in hooger beroep bevestigd.
Het met Van Smeerdijk gesloten huurcontract voor pakhuisafdeeling C 2 op de Centrale Markt liep op 31 Maart jl. af. Het komt mij gewenscht voor bedoeld contract gerekend te zijn ingegaan 1 Februari 1942 te ontbinden; de huurpenningen tot en met de maand Januari zijn door Van Smeerdijk voldaan.
Ik geef U mitsdien beleefd in overweging wel te willen bevorderen, dat bij Besluit van den Burgemeester het met W. van Smeerdijk gesloten huurcontract voor bovengenoemde pakhuisafdeeling op 1 Februari 1942 wordt ontbonden.
De Directeur, * Kernboodschap: De brief is een formeel verzoek aan de wethouder om een huurcontract voor een pakhuis (sectie C 2) op de Centrale Markt in Amsterdam met terugwerkende kracht (per 1 februari 1942) te laten ontbinden door de burgemeester.
* Aanleiding: De huurder, groothandelaar W. van Smeerdijk, is door de "Inspecteur voor de Prijsbeheersching" zwaar gestraft. Zijn zaak is definitief gesloten en hij heeft een beroepsverbod gekregen. Deze straf werd opgelegd in november 1941 en in hoger beroep bevestigd in januari 1942.
* Administratieve details: Hoewel het contract officieel pas op 31 maart 1942 zou aflopen, stelt de directeur voor om het per 1 februari te ontbinden, aangezien de huur tot die tijd is betaald en de ondernemer zijn beroep niet meer mag uitoefenen.
* Taalgebruik: Het document hanteert de voor die tijd gebruikelijke formele en ambtelijke stijl ("Hiermede heb ik de eer U te berichten", "beleefd in overweging wel te willen bevorderen"). De spelling is de toen geldende spelling (met 'sch' in woorden als 'Prijsbeheersching'). * Historische periode: April 1942 valt midden in de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog.
* Economische controle: De "Inspecteur voor de Prijsbeheersching" was een orgaan dat tijdens de bezetting streng toezag op prijzen en distributie om zwarte handel tegen te gaan, maar werd ook ingezet als instrument voor politieke controle. Harde straffen zoals een levenslang beroepsverbod en de "stillegging der bedrijfsmiddelen" waren ingrijpende maatregelen die de economische basis van ondernemers volledig vernietigden.
* Locatie: De Centrale Markt in Amsterdam (het huidige Food Center Amsterdam aan de Jan van Galenstraat) was het kloppend hart van de voedselvoorziening in de stad. Controle over wie daar mocht huren was essentieel voor de bezetter en het gemeentebestuur.
* Bestuur: De brief illustreert hoe de gemeentelijke bureaucratie bleef functioneren onder het toeziend oog van de (toen al door de bezetter benoemde) burgemeester en wethouders. De burgemeester had in deze periode de bevoegdheid om dergelijke besluiten per decreet te nemen.