Ambtelijke correspondentie / memo betreffende een huurovereenkomst.
Origineel
Ambtelijke correspondentie / memo betreffende een huurovereenkomst. 18 april 1942 (met een latere aantekening van 21/4/42). [Linksboven:]
Ontbinding
huurcontract
W. v. Smeerdijk
————
[Rechtsboven:]
A’dam 18/4 1942.
W.h.M. 64/6/117 [in rode inkt]
21/4/42 #8 [in blauw potlood]
[Inhoud:]
Hiermede heb ik de eer U te berichten, dat de groothandelaar in groenten W. van Smeerdijk, huurder v. pakhuisafdeeling C 2 op de C.M., door den Insp. v. Prijsbeheersching m.i.v. 22 November 1941 is gestraft met sluiting v. zijn zaak en stillegging der bedrijfsmiddelen, voorgoed, terwijl hem voorts voorgoed is verboden, als groothandelaar in groenten op te treden; deze straffen zijn begin Januari jl. in hooger beroep bevestigd.
Het met van Smeerdijk gesloten huurcontract voor pakhuisafd. C. 2 op de C.M. loopt op 31 Maart jl. af. Het komt mij gewenscht voor bedoeld contract gerekend te zijn ingegaan 1 Februari 1942 te ontbinden; de huurpenningen t/m de maand Januari zijn door van Smeerdijk voldaan.
Ik geef U mitsdien beleefd in overweging wel te willen bevorderen, dat bij besluit v. de Gem. het met W. v. Smeerdijk gesloten huurcontract voor bovengenoemde pakhuisafdeeling op 1 Februari 1942 wordt ontbonden.
[Onderaan rechts, handtekening/paraaf:]
D A v * Onderwerp: De brief betreft het verzoek tot officiële ontbinding van een huurcontract van een pakhuisruimte op de Centrale Markthallen (C.M.) in Amsterdam.
* Reden: De huurder, de groentegroothandelaar W. van Smeerdijk, is door de Inspectie van de Prijsbeheersching zwaar gestraft. Hij heeft een levenslang beroepsverbod gekregen en zijn bedrijf is definitief gesloten.
* Administratieve afhandeling: De schrijver stelt voor om de huur met terugwerkende kracht per 1 februari 1942 te beëindigen, aangezien de huur tot en met januari al is betaald. Hoewel het contract juridisch pas op 31 maart afliep, wordt hier om een eerdere ontbinding gevraagd vanwege de gedwongen bedrijfssluiting. Dit document stamt uit de periode van de Duitse bezetting van Nederland (1940-1945). De Inspecteur van de Prijsbeheersching was een orgaan dat tijdens de oorlog streng toezag op prijzen en distributie om zwarte handel tegen te gaan. Straffen zoals een levenslang beroepsverbod en de "stillegging van bedrijfsmiddelen" waren draconische maatregelen die vaak werden ingezet bij overtredingen van de distributiewetten.
De afkorting C.M. staat voor de Centrale Markthallen aan de Jan van Galenstraat in Amsterdam, destijds het zenuwcentrum voor de voedselvoorziening van de stad. Het document illustreert hoe de oorlogsenquêtes en de strenge economische regelgeving direct ingrepen op de lokale handel en de gemeentelijke administratie van vastgoed.