Zakelijke correspondentie (brief).
Origineel
Zakelijke correspondentie (brief). 3 februari 1942. N.V. Handelmaatschappij v/h J. T. Dinkeloo (gevestigd O.Z. Voorburgwal 43, Amsterdam-C). Den WelEd. Heer Inspecteur van het Marktwezen, Jan van Galenstraat 14, Amsterdam-West. IMPORT EXPORT
N.V. Handelmaatschappij v/h
J. T. DINKELOO
Slijp- en Polijstartikelen
Technische artikelen
Tel. 41957. Na 18 uur 86546
Postgironummer 404009
Bankrel.: Incasso Bank N.V.
Bijkantoor Bilderdijkstraat
No 85/5/ M. 1942 5/2
Den WelEd. Heer
Inspecteur van het Marktwezen
Jan van Galenstraat 14
AMSTERDAM.
=========== West
AMSTERDAM-C. 3 Februari 1942
O.Z. VOORBURGWAL 43
Ons schrijven: Uw schrijven: Betreft:
Betreft kaart gericht aan J.T. Dinkeloo, vd. d. Hoopstraat 33, thans de Wed. J.E.M. Dinkeloo-Avontuur, voor wie de belangen door mij worden behartigd.
========================================================================
Mijnheer,
Naar aanleiding van een briefkaart geadresseerd als boven genoemd, waarbij een onzer werd opgeroepen ten Uwent te komen (op de kaart werd geen reden vermeld), deel ik U mede dat ik mij hedenmorgen ten Uwent vervoegde, doch daar, volgens mij, onnoodig te lang moest wachten, waarbij mij tweemaal werd medegedeeld toen ik over het wachten reclameerde dat de mij antwoordende persoon "de zaak niet behandelde en ik maar rustig moest afwachten", waarna ik er terecht aan ging twijfelen of het geval ueberhaupt wel "behandeld" werd,
deel ik U mede, dat ik mijn tijd, in verband met bij mij loopende Wehrwichtige orders, te kostbaar vind, om nutteloos in een wachtlokaal van het Marktwezen te zitten.
Derhalve verzoek ik U beleefd doch dringend deze zaak zoo mogelijk schriftelijk te willen afdoen, of indien niet anders mogelijk, mij bij aanmelding zoo vlug mogelijk te helpen of te doen helpen door die persoon die "de zaak wel behandeld".
Gaarne van U hoorend, ben ik,
hoogachtend,
[Handtekening]
[Logo: Fischers Amarilcement]
ONZE AANBIEDINGEN ZIJN GEHEEL VRIJBLIJVEND K 260 De brief is een formele klacht over de bureaucratie en de wachttijden bij de inspectie van het Marktwezen. De schrijver (waarschijnlijk de directeur of zaakwaarnemer van de firma Dinkeloo) is ontboden via een briefkaart zonder duidelijke reden. Wanneer hij op kantoor verschijnt, wordt hij door het personeel van het kastje naar de muur gestuurd ("de zaak niet behandelde").
De toon is formeel-geërgerd. De schrijver gebruikt aanhalingstekens bij het woord "behandeld" om zijn sarcasme over de inefficiëntie van de ambtenaren te uiten. Opvallend is het gebruik van de term "Wehrwichtige orders". Dit is een cruciale term uit de bezettingstijd: het duidde aan dat het bedrijf werkzaamheden verrichtte die van essentieel belang waren voor de Duitse oorlogsvoering. De schrijver gebruikt dit als drukmiddel: zijn tijd is te kostbaar om te verkwisten aan bureaucratie omdat hij een bijdrage levert aan de (door de bezetter opgelegde) economie. Dit document stamt uit februari 1942, midden in de Duitse bezetting van Nederland. De firma J.T. Dinkeloo handelde in technische slijp- en polijstmaterialen, goederen die in de oorlogsindustrie van groot belang waren.
Het "Marktwezen" hield zich in die tijd onder andere bezig met prijsbeheersing en de distributie van schaarse goederen. Veel bedrijven stonden onder streng toezicht van de bezetter of de door de Duitsers gecontroleerde Nederlandse overheid. De aanwezigheid van de adelaar (Reichsadler) rechtsboven op het document, hoewel deels vervaagd door de stempel, suggereert dat het bedrijf onder direct toezicht stond of een specifieke vergunning/status had binnen het Duitse apparaat. De brief illustreert de dagelijkse spanningen tussen het bedrijfsleven en de trage ambtelijke molens tijdens de oorlog, waarbij de status van "Wehrwichtig" werd ingezet om prioriteit af te dwingen. J.E.M. Dinkeloo J.T. Dinkeloo N.V. Marktwezen