Afschrift van een ambtelijk besluit (burgemeestersbesluit).
Origineel
Afschrift van een ambtelijk besluit (burgemeestersbesluit). 25 februari 1942. [Stempel paars, linksboven:] No 85 / 6 / 2 ii. 1342 27/2
[Handgeschreven potlood, rechtsboven:] deto [?]
Afschrift
No. 201 L. M. 1942
[Stadswapen van Amsterdam]
De BURGEMEESTER ~~EN WETHOUDERS~~ VAN AMSTERDAM,
Gezien het rapport van den Directeur van het Marktwezen dd. 12 Februari 1942, no. 85/6/1 M. houdende mededeeling, dat M. [onderstreept in groen:] Soep, wonende Rapenburgerstraat 47 II, geen verder gebruik meer maakt van de hem bij beschikking dd. 17 Februari 1939, no. 811 L.M. verleende vergunning tot het plaatsen van kramen, bestemd om op de markt en Noordermarkt, Lindengracht en Uilenburg te worden gebruikt, op een anderen dan voor de markt bestemden tijd;
Heeft goedgevonden de vergunning tot het plaatsen van marktkramen, bij die beschikking verleend, bij deze in te trekken.
GM
Amsterdam, 25 Februari 1942.
De Burgemeester voornoemd,
[Handgeschreven in rood:] HT
(get.) Voûte
[Handgeschreven paraaf/teken]
De Gemeentesecretaris,
(get.) J. F. FRANKEN
[Handgeschreven in potlood, rechtsonder:] Geen schuld fl 1.07 te goed. * Bestuurlijke context: In de aanhef is de zinsnede "EN WETHOUDERS" doorgestreept. Dit is een direct gevolg van de Duitse bezetting; in augustus 1941 werd de macht van gemeenteraden en wethouders ingeperkt ten gunste van het 'Leidersbeginsel', waarbij de (door de bezetter aangestelde) burgemeester de volledige beslissingsbevoegdheid kreeg.
* Inhoud: Het document betreft de formele intrekking van een marktvergunning uit 1939 voor het plaatsen van kramen buiten markttijden op de Noordermarkt, Lindengracht en in Uilenburg. Als reden wordt opgegeven dat de betrokkene er "geen gebruik meer van maakt".
* Administratieve sporen: De aantekening rechtsonder ("fl 1.07 te goed") wijst op een financiële afwikkeling waarbij een klein bedrag aan te veel betaalde leges of marktgelden resteerde. De rode letters "HT" en de paraaf zijn interne archieftekens voor afhandeling. Dit document stamt uit februari 1942, een periode waarin de Jodenvervolging in Amsterdam in een stroomversnelling zat. De genoemde persoon, M. Soep (Mozes Soep), woonde aan de Rapenburgerstraat, in het hart van de Joodse buurt (Uilenburg). De markten op de Lindengracht en de Uilenburg waren van oudsher belangrijke locaties voor Joodse marktkooplieden.
Hoewel de officiële reden voor intrekking is dat hij "geen verder gebruik meer maakt" van de vergunning, is dit onlosmakelijk verbonden met de anti-Joodse maatregelen van de bezetter. Joodse ondernemers werden stelselmatig uit het economische leven verdrongen. In de loop van 1942 werd het voor Joden nagenoeg onmogelijk om nog legaal handel te drijven. Mozes Soep werd later dat jaar gedeporteerd en is op 30 september 1942 vermoord in Auschwitz. Dit schijnbaar banale bureaucratische document is daarmee een stille getuige van de systematische ontneming van de bestaansmiddelen van Joodse Amsterdammers. J.F. Franken M. Soep Marktwezen