Archief 745
Inventaris 745-392
Pagina 305
Dossier 90
Jaar 1942
Stadsarchief

Officieel afschrift van een besluit van de Burgemeester van Amsterdam.

Dossier: 399

Origineel

Officieel afschrift van een besluit van de Burgemeester van Amsterdam. № 85/13/2 M. 1942 2/5 [gestempeld/geschreven]

Afschrift
No. 399 L. M. 1942

[Wapen van Amsterdam]

De BURGEMEESTER ~~EN WETHOUDERS~~ VAN AMSTERDAM,

Gezien het schrijven van den Directeur van het Marktwezen dd. 20 April 1942, no 85/13/1 M., waaruit blijkt, dat door J. Brand [rood onderstreept], wonende Egelantiersstraat 166 II, geen verder gebruik wordt gemaakt van de hem bij beschikking dd. 29 November 1938, no. 811 L.M. verleende vergunning, om kramen, op een anderen dan voor de markt bestemden tijd, op te zetten of te hebben op de markt Mosplein [rood onderstreept];

Heeft goedgevonden voormelde beschikking hierbij in te trekken.

GM

Amsterdam, 30 April 1942.

De Burgemeester voornoemd,

(get.) Voûte [gestempeld]

De Gemeentesecretaris,

(get.) J. F. FRANKEN [gestempeld]

[Linksonder handgeschreven:]
Behandeld
13/5 '42
[Paraaf] Dit document is een administratief besluit waarin een marktvergunning formeel wordt ingetrokken. De vergunning was in 1938 verleend aan J. Brand voor het plaatsen van kramen op het Mosplein (Amsterdam-Noord) buiten de reguliere markttijden.

Opvallende kenmerken:
1. Bestuurlijke wijziging: In de aanhef is "EN WETHOUDERS" met de typemachine doorgestreept. Dit is een direct gevolg van de Duitse bezettingspolitiek. Per 1 september 1941 werden de gemeenteraden en de colleges van burgemeester en wethouders in Nederland buiten werking gesteld. De burgemeester kreeg volgens het 'leidersbeginsel' de volledige beslissingsbevoegdheid.
2. Personalia: De vergunninghouder, J. Brand, woonde in de Egelantiersstraat in de Jordaan.
3. Reden van intrekking: Er wordt gesteld dat de houder "geen verder gebruik maakt" van de vergunning. Hoewel de tekst neutraal klinkt, moet dit gezien worden in het licht van de tijd (april 1942). Het document dateert uit de periode van de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. De ondertekenaar, Edward Voûte, was de door de bezetter aangestelde (regerings)burgemeester van Amsterdam.

De datum, april 1942, is historisch saillant. In deze periode werden de anti-Joodse maatregelen in Amsterdam in hoog tempo opgevoerd. Hoewel de reden voor het niet meer gebruiken van de vergunning door J. Brand hier als vrijwillig ("geen verder gebruik wordt gemaakt") wordt gepresenteerd, was er in deze periode vaak sprake van gedwongen stopzetting van bedrijfsactiviteiten door Joodse ondernemers of marktkooplieden als gevolg van de 'Arianisering' van de economie of de toenemende restricties voor Joden om op markten te staan. Onderzoek in het Digitaal Monument Joodse Gemeenschap zou kunnen uitwijzen of de betreffende J. Brand tot de vervolgde bevolkingsgroep behoorde, wat de administratieve "intrekking" een wrange ondertoon geeft. J. Brand J.F. Franken Marktwezen

Samenvatting

Dit document is een administratief besluit waarin een marktvergunning formeel wordt ingetrokken. De vergunning was in 1938 verleend aan J. Brand voor het plaatsen van kramen op het Mosplein (Amsterdam-Noord) buiten de reguliere markttijden.

Opvallende kenmerken:
1. Bestuurlijke wijziging: In de aanhef is "EN WETHOUDERS" met de typemachine doorgestreept. Dit is een direct gevolg van de Duitse bezettingspolitiek. Per 1 september 1941 werden de gemeenteraden en de colleges van burgemeester en wethouders in Nederland buiten werking gesteld. De burgemeester kreeg volgens het 'leidersbeginsel' de volledige beslissingsbevoegdheid.
2. Personalia: De vergunninghouder, J. Brand, woonde in de Egelantiersstraat in de Jordaan.
3. Reden van intrekking: Er wordt gesteld dat de houder "geen verder gebruik maakt" van de vergunning. Hoewel de tekst neutraal klinkt, moet dit gezien worden in het licht van de tijd (april 1942).

Historische Context

Het document dateert uit de periode van de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. De ondertekenaar, Edward Voûte, was de door de bezetter aangestelde (regerings)burgemeester van Amsterdam.

De datum, april 1942, is historisch saillant. In deze periode werden de anti-Joodse maatregelen in Amsterdam in hoog tempo opgevoerd. Hoewel de reden voor het niet meer gebruiken van de vergunning door J. Brand hier als vrijwillig ("geen verder gebruik wordt gemaakt") wordt gepresenteerd, was er in deze periode vaak sprake van gedwongen stopzetting van bedrijfsactiviteiten door Joodse ondernemers of marktkooplieden als gevolg van de 'Arianisering' van de economie of de toenemende restricties voor Joden om op markten te staan. Onderzoek in het Digitaal Monument Joodse Gemeenschap zou kunnen uitwijzen of de betreffende J. Brand tot de vervolgde bevolkingsgroep behoorde, wat de administratieve "intrekking" een wrange ondertoon geeft.

Genoemde Personen 2

Producten

Kruidenier (Droog): Meel Olie & Techniek: Machine Olie & Techniek: Olie Vis & Zee: Aal Vis & Zee: Vis

Thema's

Jodenster/Maatregelen

Organisaties

Marktwezen

Kooplieden in dit dossier 1

M. Soep Uilenburg

Gerelateerde Documenten 6