Officiële correspondentie (brief).
Origineel
Officiële correspondentie (brief). 13 Maart 1942. De Burgemeester van Amsterdam (E.J. Voûte). Rijksbureau voor Oude Materialen en Afvalstoffen, 's-Gravenhage. [Linksboven in paarse stempel:]
№ 101/3/M. 1942 16/3
[Daaronder getypt:]
L.M. 709
-1940-
[Rechtsboven handgeschreven:]
MW.
[Rechtsboven getypt:]
Aan het Rijksbureau voor
Oude Materialen en Afvalstoffen,
Paleisstraat 7,
's-G_R_A_V_E_N_H_A_G_E_
[Handgeschreven toevoeging en datum:]
13 Maart 1942.
Uw schrijven van 29 Januari j.l. No. 21262 heb ik om advies in handen gesteld van den Directeur voor Sociale Zaken alhier.
Deze bericht mij het toekennen van een wekelijkschen geldelijken bijsteun aan de kleinhandelaren in oude materialen en afvalstoffen niet wenschelijk te vinden. De verdiensten van die handelaren kunnen op dit oogenblik in het algemeen geschat worden op f 17.50 à f 20.- per week. Zij verhandelen n.l. niet alleen lompen, doch ook andere artikelen. Deze laatste zelfs in grooteren omvang. Ik denk hier aan apparaten als oude stofzuigers, radiotoestellen e.d.
De financieele omstandigheden der genoemde handelaren zijn dan ook sedert November j.l. eenigermate verbeterd. Dat neemt niet weg, dat, indien zich gevallen mochten voordoen, waarin de verdiensten van een handelaar voor zijn gezin kennelijk te kort schieten, uiteraard hulp zal worden geboden.
Ten slotte bericht ik U, dat wat betreft de in mijn vorig schrijven aangeduide prijsverhooging, is gedacht aan de op 1 December 1941 opnieuw vastgestelde prijzen van oude metalen.
vM De Burgemeester van Amsterdam,
(get) Voûte
de Gemeentesecretaris,
(get) J. P. Franken * Onderwerp: De brief behandelt een verzoek om wekelijkse financiële bijstand voor kleine handelaren in oud ijzer, lompen en afvalstoffen (de zogenaamde 'voddenboeren').
* Besluitvorming: Op advies van de Directeur van Sociale Zaken wijst de burgemeester de structurele bijstand af. De reden is dat de inkomsten van deze handelaren (geschat op 17,50 tot 20 gulden per week) als voldoende worden beschouwd.
* Economische verschuiving: Het document merkt op dat de handelaren niet langer alleen in lompen handelen, maar steeds meer in afgedankte technische apparatuur zoals stofzuigers en radio's. Dit wijst op een groeiende schaarste en de noodzaak tot hergebruik van materialen tijdens de oorlogsjaren.
* Uitzonderingen: Hoewel algemene steun wordt afgewezen, blijft er ruimte voor individuele hulp in schrijnende gevallen ("indien de verdiensten... kennelijk te kort schieten").
* Prijsbeleid: Er wordt verwezen naar nieuwe, vastgestelde prijzen voor oude metalen per 1 december 1941, wat duidt op een streng gereguleerde markt. Dit document stamt uit het voorjaar van 1942, midden in de Duitse bezetting van Nederland. De ondertekenaar, Edward Voûte, was de door de bezetter benoemde burgemeester van Amsterdam.
De rol van het Rijksbureau voor Oude Materialen en Afvalstoffen was in deze periode cruciaal. Vanwege de blokkades en de oorlogsproductie was er een enorm tekort aan grondstoffen. Oud metaal, textiel en rubber waren essentieel voor de Duitse oorlogsindustrie. De handelaren waarover deze brief gaat, vormden de onderste schakel in de keten van de recycling-economie die door de bezetter strak werd georganiseerd. De weigering van extra bijstand past in het beleid om de kosten voor de sociale voorzieningen te drukken, terwijl de handel zelf door de schaarste lucratiever was geworden dan voor de oorlog.