Handgeschreven brief op voorbedrukt briefpapier.
Origineel
Handgeschreven brief op voorbedrukt briefpapier. 29 april 1942. M. Koster, 2e Jan Steenstraat 54, Amsterdam (Z). Dienst van het Marktwezen, Amsterdam. M. KOSTER
2e Jan Steenstraat 54
AMSTERDAM (Z)
Stamboek no. M 1806
No 103/45/1 M. 1942 1/5 [paars stempel]
Amsterdam (Z), 29 April 1942.
Aan den
Dienst van het Marktwezen.
Amsterdam.
Insp. [aantekening in marge]
Hb.
Hiermede bericht ik U, dat ik
heden geplaatst ben in één der
werkkampen van den Gem. Werkvoorziening.
Beleefd verzoek ik U, mijn plaats
op de markt Gaaspstraat No 191,
voor mij te reserveeren, gedurende dien
tijd van plaatsing.
Vertrouwende, U aan mijn verzoek
zult willen voldoen, verblijf ik,
Hoogachtend,
M. Koster [handtekening]
K 1906 [linksonder] In deze brief informeert M. Koster de Dienst van het Marktwezen over zijn gedwongen tewerkstelling ("geplaatst ben") in een werkkamp van de Gemeentelijke Werkvoorziening. Hij verzoekt formeel om zijn standplaats op de markt in de Gaaspstraat (nummer 191) voor hem gereserveerd te houden tijdens zijn afwezigheid.
De toon van de brief is opvallend zakelijk en beleefd, wat contrasteert met de grimmige realiteit van de situatie. Het stamboeknummer (M 1806) duidt op een officiële registratie als marktkoopman. De afkorting "Hb." als aanhef staat waarschijnlijk voor "Hooggeachte Heer" of "Hoogedele". Uit historisch onderzoek blijkt dat de afzender zeer waarschijnlijk Mordechai Koster is, een Joodse vruchtenhandelaar die in de 2e Jan Steenstraat woonde. Dit document is een getuigenis van de bureaucratische afwikkeling van de Jodenvervolging in Amsterdam tijdens de Tweede Wereldoorlog. In het voorjaar van 1942 werden Joodse mannen op grote schaal opgeroepen voor de zogeheten "werkkampen" van de Rijksdienst voor de Werkverruiming. Hoewel dit gepresenteerd werd als reguliere tewerkstelling via de Gemeentelijke Werkvoorziening, dienden deze kampen in werkelijkheid als verzamelpunten voor deportatie naar de vernietigingskampen.
De Gaaspstraatmarkt in de Rivierenbuurt was een belangrijke lokale markt. Voor Joodse ondernemers was het behoud van hun vergunning en standplaats een laatste strohalm van hoop op een terugkeer naar het normale leven. De realiteit was echter dat zij door de bezetter stelselmatig uit het economische verkeer werden gestoten. Mordechai Koster werd uiteindelijk in 1943 in Sobibor vermoord; zijn verzoek om reservering van zijn marktplaats bleek een tragische illustratie van de onwetendheid over het uiteindelijke lot dat hem en vele anderen te wachten stond. M. Koster Marktwezen
Samenvatting
In deze brief informeert M. Koster de Dienst van het Marktwezen over zijn gedwongen tewerkstelling ("geplaatst ben") in een werkkamp van de Gemeentelijke Werkvoorziening. Hij verzoekt formeel om zijn standplaats op de markt in de Gaaspstraat (nummer 191) voor hem gereserveerd te houden tijdens zijn afwezigheid.
De toon van de brief is opvallend zakelijk en beleefd, wat contrasteert met de grimmige realiteit van de situatie. Het stamboeknummer (M 1806) duidt op een officiële registratie als marktkoopman. De afkorting "Hb." als aanhef staat waarschijnlijk voor "Hooggeachte Heer" of "Hoogedele". Uit historisch onderzoek blijkt dat de afzender zeer waarschijnlijk Mordechai Koster is, een Joodse vruchtenhandelaar die in de 2e Jan Steenstraat woonde.
Historische Context
Dit document is een getuigenis van de bureaucratische afwikkeling van de Jodenvervolging in Amsterdam tijdens de Tweede Wereldoorlog. In het voorjaar van 1942 werden Joodse mannen op grote schaal opgeroepen voor de zogeheten "werkkampen" van de Rijksdienst voor de Werkverruiming. Hoewel dit gepresenteerd werd als reguliere tewerkstelling via de Gemeentelijke Werkvoorziening, dienden deze kampen in werkelijkheid als verzamelpunten voor deportatie naar de vernietigingskampen.
De Gaaspstraatmarkt in de Rivierenbuurt was een belangrijke lokale markt. Voor Joodse ondernemers was het behoud van hun vergunning en standplaats een laatste strohalm van hoop op een terugkeer naar het normale leven. De realiteit was echter dat zij door de bezetter stelselmatig uit het economische verkeer werden gestoten. Mordechai Koster werd uiteindelijk in 1943 in Sobibor vermoord; zijn verzoek om reservering van zijn marktplaats bleek een tragische illustratie van de onwetendheid over het uiteindelijke lot dat hem en vele anderen te wachten stond.