Handgeschreven brief (verzoekschrift).
Origineel
Handgeschreven brief (verzoekschrift). Geschreven kort na 29 april 1942 (de datum van ontslag uit het kamp); de archiefstempel vermeldt "15/5" (15 mei 1942). J. Premseler, Rapenburgerstraat 45 II, Amsterdam. Een officiële instantie in Amsterdam (gezien de aanhef en de context waarschijnlijk de marktmeester of sociale dienst). [Stempel/geschreven in paars/blauw:] № 103/47/I M. 1942 15/5
[Geschreven:] Amsterdam
[In de marge:] 1
Weledele Heer.
[Rechtsboven paraaf:] m.v. [onleesbaar]
Op 29 April 1942 ben ik ontsla-
gen en afgekeurd uit het Orve
ltekamp. Ik moest inmiddels weer
steun aanvragen, doch wanneer ik
mijn fruitvergunning en tevens een
vaste standplaats in de Gaaspstraat
op het Marktterrein zou krijgen wil
ik geen steun genieten. Ik hoop dat
U zo beleefd wilt zijn en mij hier-
mede te willen begunstigen.
U inmiddels
dankend
J. Premseler
Rapenburgerstraat
45 II
Amsterdam * Kernboodschap: De schrijver, J. Premseler, verzoekt om een fruitvergunning en een vaste standplaats op de markt in de Gaaspstraat. Hij geeft aan dat hij is ontslagen en medisch afgekeurd uit "het Orveltekamp". Indien hij de vergunning krijgt, hoeft hij geen beroep meer te doen op de sociale bijstand ("steun").
* Taalgebruik: Formeel en uiterst beleefd. De schrijver hanteert de destijds gebruikelijke archaïsche beleefdheidsvormen ("Weledele Heer", "begunstigen").
* Fysieke staat: Het document is goed leesbaar, geschreven in een duidelijk handschrift op gelinieerd papier. Dit document is historisch zeer relevant vanwege de datum en de genoemde locaties:
- Kamp Orvelte: Dit was een werkkamp in Drenthe, opgezet door de Rijksdienst voor de Werkverruiming. Vanaf begin 1942 werden hier Joodse mannen tewerkgesteld voor zware lichamelijke arbeid (ontginning). Veel van deze mannen werden in oktober 1942 via Westerbork gedeporteerd. Dat Premseler 'afgekeurd' werd, wijst op een zwakke gezondheid, wat hem op dat moment terug deed keren naar Amsterdam.
- Joodse Markten: De genoemde Gaaspstraat in de Rivierenbuurt was een van de locaties waar de Duitse bezetter 'Joodse markten' had ingesteld. Vanaf september 1941 mochten Joden alleen nog kopen en verkopen op specifiek aangewezen markten.
- Woonplaats: De Rapenburgerstraat lag in het hart van de Joodse buurt van Amsterdam.
- Overlevingsstrategie: De brief toont de poging van een individu om binnen de steeds nauwer wordende grenzen van de bezetting een legaal middel van bestaan te vinden en onafhankelijk te blijven van de "steun", ondanks de precaire situatie waarin Joodse burgers zich in het voorjaar van 1942 bevonden. J. Premseler
Samenvatting
- Kernboodschap: De schrijver, J. Premseler, verzoekt om een fruitvergunning en een vaste standplaats op de markt in de Gaaspstraat. Hij geeft aan dat hij is ontslagen en medisch afgekeurd uit "het Orveltekamp". Indien hij de vergunning krijgt, hoeft hij geen beroep meer te doen op de sociale bijstand ("steun").
- Taalgebruik: Formeel en uiterst beleefd. De schrijver hanteert de destijds gebruikelijke archaïsche beleefdheidsvormen ("Weledele Heer", "begunstigen").
- Fysieke staat: Het document is goed leesbaar, geschreven in een duidelijk handschrift op gelinieerd papier.
Historische Context
Dit document is historisch zeer relevant vanwege de datum en de genoemde locaties:
- Kamp Orvelte: Dit was een werkkamp in Drenthe, opgezet door de Rijksdienst voor de Werkverruiming. Vanaf begin 1942 werden hier Joodse mannen tewerkgesteld voor zware lichamelijke arbeid (ontginning). Veel van deze mannen werden in oktober 1942 via Westerbork gedeporteerd. Dat Premseler 'afgekeurd' werd, wijst op een zwakke gezondheid, wat hem op dat moment terug deed keren naar Amsterdam.
- Joodse Markten: De genoemde Gaaspstraat in de Rivierenbuurt was een van de locaties waar de Duitse bezetter 'Joodse markten' had ingesteld. Vanaf september 1941 mochten Joden alleen nog kopen en verkopen op specifiek aangewezen markten.
- Woonplaats: De Rapenburgerstraat lag in het hart van de Joodse buurt van Amsterdam.
- Overlevingsstrategie: De brief toont de poging van een individu om binnen de steeds nauwer wordende grenzen van de bezetting een legaal middel van bestaan te vinden en onafhankelijk te blijven van de "steun", ondanks de precaire situatie waarin Joodse burgers zich in het voorjaar van 1942 bevonden.