Doorslag van een getypte brief (officieel schrijven).
Origineel
Doorslag van een getypte brief (officieel schrijven). 28 mei 1942. De Directeur (vermoedelijk van de Gemeentelijke Marktdienst Amsterdam). Wed. H. Vierra-Polak, 1e Van der Helststraat 40 II, Amsterdam-Zuid (Wijk 14). [Handgeschreven:] Verz. 29/5 Inspecteurs
[Getypt:]
HG.
de.de Wed.H.Vierra-Polak,
1e Van der Helststraat 40 II,
Amsterdam-Zuid.
Wijk: 14.
103/48/2 M. 28 Mei 1942.
Naar aanleiding van Uw brief d.d. 13 Mei jl. verleen ik
U hierbij tot uiterlijk 1 Juli a.s. uitstel van Uw verplichting om
regelmatig Uw plaats op de markt Gaaspstraat te bezetten.
U dient er echter voor te zorgen, dat het ook tijdens Uw
afwezigheid verschuldigde marktgeld geregeld wekelijks bij den dienst-
doenden marktambtenaar wordt betaald.
De Directeur, Dit document is een formele administratieve mededeling aan een marktkraamhoudster, mevrouw de weduwe H. Vierra-Polak. Zij krijgt uitstel van haar verplichting om haar standplaats op de markt in de Gaaspstraat fysiek te bezetten tot 1 juli 1942. Opvallend is de bureaucratische strengheid: hoewel ze niet aanwezig hoeft te zijn, blijft de verplichting tot het wekelijks betalen van het 'marktgeld' onverkort van kracht. De brief is gedateerd tijdens de Duitse bezetting van Nederland. De historische context van dit document is cruciaal. De markt in de Gaaspstraat in Amsterdam was vanaf november 1941 een van de door de bezetter aangewezen 'Joodse markten'. Joodse marktkooplieden werden gedwongen hun standplaatsen elders in de stad op te geven en mochten alleen nog op specifieke locaties zoals de Gaaspstraat staan, uitsluitend voor Joodse klanten.
De ontvanger, Henriëtte Vierra-Polak (geboren in 1883), was een Joodse vrouw. Het feit dat zij in mei 1942 om uitstel van haar bezettingsplicht vraagt, kan wijzen op persoonlijke omstandigheden, ziekte, of de toenemende restricties en dreiging waar de Joodse bevolking onder leed. Slechts enkele weken na deze brief, in de zomer van 1942, begonnen de grootschalige deportaties vanuit Amsterdam naar de vernietigingskampen. Uit archiefbronnen (zoals het Joods Monument) blijkt dat Henriëtte Vierra-Polak in mei 1943 in Sobibor is vermoord. Dit document illustreert hoe de gemeentelijke bureaucratie in Amsterdam gewoon doorliep en vasthield aan regels en gelden, terwijl de Joodse burgers voor wie deze regels golden, rechtstreeks in levensgevaar verkeerden. H. Vierra
Samenvatting
Dit document is een formele administratieve mededeling aan een marktkraamhoudster, mevrouw de weduwe H. Vierra-Polak. Zij krijgt uitstel van haar verplichting om haar standplaats op de markt in de Gaaspstraat fysiek te bezetten tot 1 juli 1942. Opvallend is de bureaucratische strengheid: hoewel ze niet aanwezig hoeft te zijn, blijft de verplichting tot het wekelijks betalen van het 'marktgeld' onverkort van kracht. De brief is gedateerd tijdens de Duitse bezetting van Nederland.
Historische Context
De historische context van dit document is cruciaal. De markt in de Gaaspstraat in Amsterdam was vanaf november 1941 een van de door de bezetter aangewezen 'Joodse markten'. Joodse marktkooplieden werden gedwongen hun standplaatsen elders in de stad op te geven en mochten alleen nog op specifieke locaties zoals de Gaaspstraat staan, uitsluitend voor Joodse klanten.
De ontvanger, Henriëtte Vierra-Polak (geboren in 1883), was een Joodse vrouw. Het feit dat zij in mei 1942 om uitstel van haar bezettingsplicht vraagt, kan wijzen op persoonlijke omstandigheden, ziekte, of de toenemende restricties en dreiging waar de Joodse bevolking onder leed. Slechts enkele weken na deze brief, in de zomer van 1942, begonnen de grootschalige deportaties vanuit Amsterdam naar de vernietigingskampen. Uit archiefbronnen (zoals het Joods Monument) blijkt dat Henriëtte Vierra-Polak in mei 1943 in Sobibor is vermoord. Dit document illustreert hoe de gemeentelijke bureaucratie in Amsterdam gewoon doorliep en vasthield aan regels en gelden, terwijl de Joodse burgers voor wie deze regels golden, rechtstreeks in levensgevaar verkeerden.