Handgeschreven brief (verzoekschrift).
Origineel
Handgeschreven brief (verzoekschrift). 19 mei 1942. E. Alexander (in de tekst gespeld als "Halixander"), verblijvende in Rijks Werkkamp Molengoot. Nº 103/52/1 M. 1942 21/5
Hardenberg (O) 19 - 5 '42
Weledele Heer
Ondergeteekende E. Halixander thans verblijvend
Rijks Werkkamp Molengoot kamer 19 te Hardenberg (Overijssel)
doet een beroep op U Edele hem zoo spoedig mogelijk te
helpen om hier uit het kamp te komen, wanneer het in Uw
macht is althans.
Hij heeft gedacht, daar hij een vaste standplaats in de
Gaaspstraat heeft en tevens van levensmiddelen, hij wel in
aanmerking zou komen om vrijstelling te krijgen, nu roept hij
U hulp in daar U meer kan doen dan hij zelf.
U weet wie ik ben en ook dat ik Vader ben van 3 kinderen altijd
gezwoegd heb om rond te komen dus U begrijpt hoe zwaar het mij
valt om dat allemaal achter te laten, ook komt er bij dat ik hier
met boven mijn krachten werken niet meer dan ± f 12 per week naar
huis kan sturen zegge en schrijven twaalf gulden, aan U hoef ik
zeer zeker niet te vertellen dat met zoo'n bedrag in deze dure tijd
een vrouw daar onmogelijk van kan rond komen, ook weet U wat
voor een persoon ik ben ik kan het niet volharden.
Er zijn mij hier eeniger gevallen ter gehooren gekomen die vrij zijn
gesteld omdat zij ook in het levensmiddelenbedrijf zijn deze
menschen waren ook reeds in het kamp.
Mijnheer ik hoop dat U alles in het werk zal stellen om mij hier uit het
kamp te krijgen want heusch ik houd het hier niet uit, U begrijpt toch wel
dat mijn gedachten steeds bij mijn huisgezin zijn. In het volste vertrouwen
zie ik een gunstig antwoord van U tegemoet. Bijvoorbaat bedankt. reken ik
Uw. d.w.d.
E. Halixander. Vroeger staanplaatshouder Alb. Cuijpstraat. * Inhoud: De brief is een noodkreet van een Joodse man die is tewerkgesteld in werkkamp Molengoot. Hij verzoekt een (niet nader genoemde) hooggeplaatste persoon om hulp bij zijn vrijlating.
* Argumentatie: De schrijver voert drie hoofdredenen aan voor zijn vrijlating:
1. Economisch/Maatschappelijk belang: Hij heeft een vaste standplaats in de levensmiddelen (op de Albert Cuypmarkt en Gaaspstraat) en stelt dat anderen in dezelfde sector wel zijn vrijgesteld.
2. Gezinsomstandigheden: Hij heeft de zorg voor drie kinderen en een vrouw die niet kunnen rondkomen van de 12 gulden die hij vanuit het kamp naar huis stuurt.
3. Fysieke gesteldheid: Hij geeft aan dat het werk "boven zijn krachten" is en dat hij het mentaal en fysiek niet kan volhouden ("niet volharden").
* Toon: De toon is onderdanig maar wanhopig ("Uw dienstwillige dienaar", "heusch ik houd het hier niet uit"). De wisseling tussen de derde persoon ("Ondergeteekende", "Hij") en de eerste persoon ("ik") gedurende de brief onderstreept de persoonlijke nood. * Rijkswerkkamp Molengoot: Dit was een van de werkverschaffingskampen die tijdens de Tweede Wereldoorlog door de Nederlandse overheid (onder Duitse druk) werden gebruikt om Joodse mannen te isoleren. Molengoot opende in 1942.
* Tijdsgeest: De brief is geschreven in mei 1942, slechts enkele maanden voordat de grootschalige deportaties vanuit de werkkampen naar kamp Westerbork en vervolgens naar de vernietigingskampen in Polen (Auschwitz en Sobibor) begonnen (oktober 1942).
* Joodse Raad: Hoewel de ontvanger niet expliciet wordt genoemd, werden dergelijke verzoeken vaak gericht aan de Joodse Raad voor Amsterdam, in de hoop dat zij een "Sperre" (vrijstelling) konden regelen op basis van maatschappelijk onmisbaar werk.
* Taalgebruik: Het gebruik van de spelling "Halixander" is opvallend; waarschijnlijk betreft het Elias Alexander. De spelling "Alb. Cuijpstraat" en "Gaaspstraat" refereert aan bekende locaties in de Amsterdamse Rivierenbuurt en De Pijp, destijds wijken met een grote Joodse populatie. E. Alexander E. Halixander