Handgeschreven brief (verzoekschrift).
Origineel
Handgeschreven brief (verzoekschrift). 30 mei 1942. H. Koppels, plaatshouder (marktkoopman), Gaaspstraat 152, Amsterdam. Directie Marktwezen, Amsterdam. Nº 103/55/1 M. 1942 2/6
[Handgeschreven aantekening rechtsboven:] nv. Insp
Amsterdam 30 Mei 1942.
Aan de Directie Marktwezen alhier
Mijne Heeren.
Ondergeteekende H. Koppels plaats-houder
no 152 Gaaspstraat, bericht U dat
hij met ingang van 1 Junij 1942 wordt
tewerkgesteld in een der Rijkswerkkampen
te Staphorst. Beleefd verzoek ik U.
mijn plaats voor mij te willen reserveeren
gedurende de tijd dat ik daar moet verblijven.
Hopende een gunstig antwoord van Uwentwege
te mogen ontvangen.
[Onderaan rechts:] 103 In deze brief verzoekt H. Koppels, een Amsterdamse marktkoopman, de Directie Marktwezen om zijn vaste staanplaats op de markt aan te houden. De reden voor dit verzoek is zijn aanstaande tewerkstelling in een "Rijkswerkkamp" in Staphorst, die op 1 juni 1942 zal ingaan. De toon van de brief is formeel en beleefd, wat gebruikelijk was voor correspondentie met overheidsinstanties. Koppels lijkt er op dat moment nog vanuit te gaan dat zijn afwezigheid tijdelijk zal zijn en dat hij na terugkeer zijn werkzaamheden op de markt weer kan hervatten. De brief is een administratief bewijsstuk van hoe de bezettingsmaatregelen direct ingrepen op het dagelijks leven en de economische zelfstandigheid van burgers. De brief is geschreven in een cruciale fase van de Tweede Wereldoorlog in Nederland. Vanaf begin 1942 werden Joodse mannen via de arbeidsbemiddeling opgeroepen voor tewerkstelling in werkkampen van de Rijksdienst voor de Werkverruiming, verspreid over Nederland (waaronder kampen bij Staphorst). Hoewel dit gepresenteerd werd als een maatregel tegen werkloosheid, was het in werkelijkheid een methode van de Duitse bezetter om Joodse mannen te isoleren en te concentreren.
De schrijver, H. Koppels, woonde in de Gaaspstraat, een straat in de Rivierenbuurt waar in die tijd veel Joodse Amsterdammers woonden. De hoop die uit de brief spreekt — dat hij zijn plek op de markt enkel tijdelijk hoeft te laten reserveren — bleek voor de overgrote meerderheid van de mannen in deze werkkampen een valse hoop. In de nacht van 2 op 3 oktober 1942 werden de mannen uit bijna alle werkkampen weggevoerd naar kamp Westerbork, om van daaruit gedeporteerd te worden naar de vernietigingskampen in het Oosten. H. Koppels Marktwezen
Samenvatting
In deze brief verzoekt H. Koppels, een Amsterdamse marktkoopman, de Directie Marktwezen om zijn vaste staanplaats op de markt aan te houden. De reden voor dit verzoek is zijn aanstaande tewerkstelling in een "Rijkswerkkamp" in Staphorst, die op 1 juni 1942 zal ingaan. De toon van de brief is formeel en beleefd, wat gebruikelijk was voor correspondentie met overheidsinstanties. Koppels lijkt er op dat moment nog vanuit te gaan dat zijn afwezigheid tijdelijk zal zijn en dat hij na terugkeer zijn werkzaamheden op de markt weer kan hervatten. De brief is een administratief bewijsstuk van hoe de bezettingsmaatregelen direct ingrepen op het dagelijks leven en de economische zelfstandigheid van burgers.
Historische Context
De brief is geschreven in een cruciale fase van de Tweede Wereldoorlog in Nederland. Vanaf begin 1942 werden Joodse mannen via de arbeidsbemiddeling opgeroepen voor tewerkstelling in werkkampen van de Rijksdienst voor de Werkverruiming, verspreid over Nederland (waaronder kampen bij Staphorst). Hoewel dit gepresenteerd werd als een maatregel tegen werkloosheid, was het in werkelijkheid een methode van de Duitse bezetter om Joodse mannen te isoleren en te concentreren.
De schrijver, H. Koppels, woonde in de Gaaspstraat, een straat in de Rivierenbuurt waar in die tijd veel Joodse Amsterdammers woonden. De hoop die uit de brief spreekt — dat hij zijn plek op de markt enkel tijdelijk hoeft te laten reserveren — bleek voor de overgrote meerderheid van de mannen in deze werkkampen een valse hoop. In de nacht van 2 op 3 oktober 1942 werden de mannen uit bijna alle werkkampen weggevoerd naar kamp Westerbork, om van daaruit gedeporteerd te worden naar de vernietigingskampen in het Oosten.