Handgeschreven brief/notitie.
Origineel
Handgeschreven brief/notitie. 6 juni 1942. S. Cauweres (mogelijk Lauweres, maar de 'C' is waarschijnlijker gezien de schrijfwijze). [Stempels en handgeschreven notities bovenaan:]
№ 103/56/1 M. 1942 9/6 6/6/42
[Brieftekst:]
Weled. Heeren,
Hiermede bericht
ik UEd. dat ik
Maandag 8 Juni 1942
naar het P.W.K.
ga, en zoodoende
mijn plaats № 137
Gaaspstraat niet kan
innemen
Inmiddels
Hoogachtend,
S. Cauweres.
Retiefstraat 59 h
Amst d.
[In kader onderaan:]
(Gaaspstraat)
[Onderaan:]
n.i. admin. aagm. * Inhoud: De afzender stelt een instantie (waarschijnlijk de marktmeester of een gemeentelijke afdeling) ervan op de hoogte dat hij/zij op maandag 8 juni 1942 niet aanwezig kan zijn op de marktplaats aan de Gaaspstraat (standplaats nummer 137).
* Reden: De afzender vermeldt dat hij naar het "P.W.K." gaat. In de context van Amsterdam in 1942 staat dit vrijwel zeker voor een werkkamp of een tewerkstellingsproject (zoals Puttershoek of de Provinciale Werkgelegenheidscommissie).
* Schrift: Het document is geschreven in een duidelijk, enigszins gehaast cursief handschrift met gebruik van destijds gebruikelijke beleefdheidsvormen ("Weled. Heeren", "UEd.").
* Locatie: De Retiefstraat en de Gaaspstraat bevinden zich beide in de Amsterdamse Transvaalbuurt, een wijk die tijdens de bezetting werd aangewezen als Joodse wijk. Dit document is een aangrijpend voorbeeld van de administratieve neerslag van de Jodenvervolging in Amsterdam tijdens de Tweede Wereldoorlog.
1. Gaaspstraat: De markt in de Gaaspstraat werd in november 1941 door de bezetter aangewezen als een van de weinige markten waar Joodse handelaren nog mochten staan, nadat zij van de reguliere markten waren verbannen.
2. Datum (juni 1942): Dit is exact de periode waarin de grootschalige oproepen voor de "werkverruiming" (tewerkstelling in werkkampen in Nederland) begonnen, wat vaak een voorbode was van latere deportatie naar de kampen in het oosten.
3. Administratie: De stempels en de notitie "n.i. admin. aagm." (niet in administratie aangemerkt/aangenomen) wijzen erop dat dit briefje werd verwerkt door een gemeentelijke bureaucratie die, ondanks de deportaties, de administratie van marktplaatsen nauwgezet bleef bijhouden. De afzender probeert door dit bericht waarschijnlijk zijn of haar vergunning of standplaats formeel "netjes" achter te laten, niet wetende dat terugkeer onwaarschijnlijk was. S. Cauweres
Samenvatting
- Inhoud: De afzender stelt een instantie (waarschijnlijk de marktmeester of een gemeentelijke afdeling) ervan op de hoogte dat hij/zij op maandag 8 juni 1942 niet aanwezig kan zijn op de marktplaats aan de Gaaspstraat (standplaats nummer 137).
- Reden: De afzender vermeldt dat hij naar het "P.W.K." gaat. In de context van Amsterdam in 1942 staat dit vrijwel zeker voor een werkkamp of een tewerkstellingsproject (zoals Puttershoek of de Provinciale Werkgelegenheidscommissie).
- Schrift: Het document is geschreven in een duidelijk, enigszins gehaast cursief handschrift met gebruik van destijds gebruikelijke beleefdheidsvormen ("Weled. Heeren", "UEd.").
- Locatie: De Retiefstraat en de Gaaspstraat bevinden zich beide in de Amsterdamse Transvaalbuurt, een wijk die tijdens de bezetting werd aangewezen als Joodse wijk.
Historische Context
Dit document is een aangrijpend voorbeeld van de administratieve neerslag van de Jodenvervolging in Amsterdam tijdens de Tweede Wereldoorlog.
1. Gaaspstraat: De markt in de Gaaspstraat werd in november 1941 door de bezetter aangewezen als een van de weinige markten waar Joodse handelaren nog mochten staan, nadat zij van de reguliere markten waren verbannen.
2. Datum (juni 1942): Dit is exact de periode waarin de grootschalige oproepen voor de "werkverruiming" (tewerkstelling in werkkampen in Nederland) begonnen, wat vaak een voorbode was van latere deportatie naar de kampen in het oosten.
3. Administratie: De stempels en de notitie "n.i. admin. aagm." (niet in administratie aangemerkt/aangenomen) wijzen erop dat dit briefje werd verwerkt door een gemeentelijke bureaucratie die, ondanks de deportaties, de administratie van marktplaatsen nauwgezet bleef bijhouden. De afzender probeert door dit bericht waarschijnlijk zijn of haar vergunning of standplaats formeel "netjes" achter te laten, niet wetende dat terugkeer onwaarschijnlijk was.