Brief (slotpagina/fragment).
Origineel
Brief (slotpagina/fragment). J. Jacobs. Daarmede vraag ik U beleefd
of ik zoodoende op de markt
Gaaspstraat ook assistentie
voor mijn zoon kunt krijgen.
Bij voorbaat mijn dank met
de meeste hoogachting
J. Jacobs.
Joden Breestraat 52 II
Amsterdam. Het document is het afsluitende deel van een verzoekschrift. De schrijver, J. Jacobs, wendt zich tot een instantie (mogelijk de Marktmeester of een gemeentelijke afdeling) met een beleefd verzoek om "assistentie" voor zijn zoon op de markt in de Gaaspstraat.
Opvallende taalkundige en tekstuele details:
* Spelling: Er wordt gebruikgemaakt van de oude spelling ("zoodoende"), wat wijst op een datering van vóór de spellingshervorming van 1947.
* Grammatica: In de vierde regel schrijft de auteur "of ik... kunt krijgen". Dit is grammaticaal incorrect (het zou "kan" moeten zijn), wat kan duiden op een verschrijving of een beperkte formele scholing van de schrijver.
* Adres: De Jodenbreestraat wordt hier geschreven als "Joden Breestraat", een schrijfwijze die destijds vaker voorkwam. Het Romeinse cijfer "II" achter het huisnummer duidt op de tweede verdieping. De historische context van dit document is zeer specifiek en beladen. De vermelding van de markt in de Gaaspstraat is een cruciale aanwijzing. Tijdens de Duitse bezetting van Nederland werden Joodse Amsterdammers vanaf medio 1941 geweerd van reguliere markten. Als gevolg hiervan werden er speciale "Joodse markten" ingesteld, waaronder die in de Gaaspstraat (gelegen in de Transvaalbuurt).
De afzender woont in de Jodenbreestraat, het hart van de oude Joodse buurt van Amsterdam. Het verzoek om "assistentie voor mijn zoon" heeft zeer waarschijnlijk betrekking op een vergunning voor de zoon om te mogen helpen bij een marktkraam. In deze periode was het bezit van de juiste papieren en vergunningen voor Joden van levensbelang om een inkomen te behouden en voorlopig gevrijwaard te blijven van tewerkstelling of deportatie. Dit document getuigt van de bureaucratische realiteit waarmee Joodse burgers te maken kregen tijdens de vroege jaren van de vervolging. J. Jacobs
Samenvatting
Het document is het afsluitende deel van een verzoekschrift. De schrijver, J. Jacobs, wendt zich tot een instantie (mogelijk de Marktmeester of een gemeentelijke afdeling) met een beleefd verzoek om "assistentie" voor zijn zoon op de markt in de Gaaspstraat.
Opvallende taalkundige en tekstuele details:
* Spelling: Er wordt gebruikgemaakt van de oude spelling ("zoodoende"), wat wijst op een datering van vóór de spellingshervorming van 1947.
* Grammatica: In de vierde regel schrijft de auteur "of ik... kunt krijgen". Dit is grammaticaal incorrect (het zou "kan" moeten zijn), wat kan duiden op een verschrijving of een beperkte formele scholing van de schrijver.
* Adres: De Jodenbreestraat wordt hier geschreven als "Joden Breestraat", een schrijfwijze die destijds vaker voorkwam. Het Romeinse cijfer "II" achter het huisnummer duidt op de tweede verdieping.
Historische Context
De historische context van dit document is zeer specifiek en beladen. De vermelding van de markt in de Gaaspstraat is een cruciale aanwijzing. Tijdens de Duitse bezetting van Nederland werden Joodse Amsterdammers vanaf medio 1941 geweerd van reguliere markten. Als gevolg hiervan werden er speciale "Joodse markten" ingesteld, waaronder die in de Gaaspstraat (gelegen in de Transvaalbuurt).
De afzender woont in de Jodenbreestraat, het hart van de oude Joodse buurt van Amsterdam. Het verzoek om "assistentie voor mijn zoon" heeft zeer waarschijnlijk betrekking op een vergunning voor de zoon om te mogen helpen bij een marktkraam. In deze periode was het bezit van de juiste papieren en vergunningen voor Joden van levensbelang om een inkomen te behouden en voorlopig gevrijwaard te blijven van tewerkstelling of deportatie. Dit document getuigt van de bureaucratische realiteit waarmee Joodse burgers te maken kregen tijdens de vroege jaren van de vervolging.