Officieel handgeschreven bericht/notitie op een voorgedrukt formulier (Alg. Zaken-Model No. 14).
Origineel
Officieel handgeschreven bericht/notitie op een voorgedrukt formulier (Alg. Zaken-Model No. 14). [Stempel linksboven:]
BIJBLAD VAN:
M. No. 103/80/1 194.2
DOORGEZONDEN: 4/8
[Rode inkt midden boven:] 103/80/2
[Potlood rechtsboven:] 255
[Hoofdtekst:]
Naar aanleiding van
Uw brief dd. 1 dezer deel ik U mede,
dat de U verleende voorkeurskaart voor
de markt Gaaspstraat inmiddels in
opdracht van de S. D. A. is ingetrokken.
Aangezien momenteel (losse of vaste) plaatsen
op de Joodsche markten niet meer worden verstrekt,
~~kan~~ kunt U niet meer als marktkoopman
worden aangemerkt.
[Handtekening/Initialen:] AS
[Drukkersteken linksonder:]
Alg. Zaken-Model No. 14
14333-1000-7-'41-1727 Dit document is een formele kennisgeving aan een marktkoopman van Joodse afkomst waarin wordt medegedeeld dat zijn vergunning (voorkeurskaart) voor de markt in de Gaaspstraat is ingetrokken. De intrekking gebeurt in opdracht van de S.D.A., wat staat voor de Sociale Dienst Amsterdam.
De tekst bevat significante doorhalingen en toevoegingen die de definitieve aard van de uitsluiting benadrukken:
1. De toevoeging "(losse of vaste)" verduidelijkt dat er geen enkele vorm van standplaats meer mogelijk is.
2. De toevoeging "niet meer" boven de regel bij het verstrekken van plaatsen onderstreept de nieuwe, restrictieve realiteit.
3. De wijziging van "kan" naar "kunt" en de conclusie dat de geadresseerde niet meer als "marktkoopman worden aangemerkt" betekent een formeel beroepsverbod. Het document dateert uit 1942, een cruciale fase in de Duitse bezetting van Nederland waarin de vervolging van de Joodse bevolking intensiveerde. Vanaf eind 1941 werden Joodse Amsterdammers steeds meer geïsoleerd van het openbare leven. Er werden specifieke "Joodse markten" ingesteld, waaronder die in de Gaaspstraat (gelegen in de Rivierenbuurt), waar uitsluitend Joden mochten kopen en verkopen.
Dit briefje illustreert de bureaucratische uitvoering van de anti-Joodse maatregelen. De Sociale Dienst Amsterdam speelde een actieve rol in het registeren en beperken van de economische bewegingsvrijheid van Joodse burgers. Door het intrekken van de voorkeurskaart werd de betrokkene effectief zijn middel van bestaan ontnomen, een proces dat vaak de opmaat vormde naar verdere onteigening en uiteindelijke deportatie. De droge, zakelijke toon van het bericht contrasteert scherp met de ingrijpende gevolgen voor het leven van de ontvanger. M. No
Samenvatting
Dit document is een formele kennisgeving aan een marktkoopman van Joodse afkomst waarin wordt medegedeeld dat zijn vergunning (voorkeurskaart) voor de markt in de Gaaspstraat is ingetrokken. De intrekking gebeurt in opdracht van de S.D.A., wat staat voor de Sociale Dienst Amsterdam.
De tekst bevat significante doorhalingen en toevoegingen die de definitieve aard van de uitsluiting benadrukken:
1. De toevoeging "(losse of vaste)" verduidelijkt dat er geen enkele vorm van standplaats meer mogelijk is.
2. De toevoeging "niet meer" boven de regel bij het verstrekken van plaatsen onderstreept de nieuwe, restrictieve realiteit.
3. De wijziging van "kan" naar "kunt" en de conclusie dat de geadresseerde niet meer als "marktkoopman worden aangemerkt" betekent een formeel beroepsverbod.
Historische Context
Het document dateert uit 1942, een cruciale fase in de Duitse bezetting van Nederland waarin de vervolging van de Joodse bevolking intensiveerde. Vanaf eind 1941 werden Joodse Amsterdammers steeds meer geïsoleerd van het openbare leven. Er werden specifieke "Joodse markten" ingesteld, waaronder die in de Gaaspstraat (gelegen in de Rivierenbuurt), waar uitsluitend Joden mochten kopen en verkopen.
Dit briefje illustreert de bureaucratische uitvoering van de anti-Joodse maatregelen. De Sociale Dienst Amsterdam speelde een actieve rol in het registeren en beperken van de economische bewegingsvrijheid van Joodse burgers. Door het intrekken van de voorkeurskaart werd de betrokkene effectief zijn middel van bestaan ontnomen, een proces dat vaak de opmaat vormde naar verdere onteigening en uiteindelijke deportatie. De droge, zakelijke toon van het bericht contrasteert scherp met de ingrijpende gevolgen voor het leven van de ontvanger.