Administratieve notitie / indexkaart (mogelijk uit de administratie van de Joodse Raad).
Origineel
Administratieve notitie / indexkaart (mogelijk uit de administratie van de Joodse Raad). [Linksboven]
P Ephraim
[Rechtsboven, diagonaal]
Uitreiking!
[Midden boven]
naam en voornaam van
afwezige J. Ephraim
[paraaf: Ephr]
[Centraal]
Jacob. Ephraim.
18/7/1913.
Retiefstraat. 11 II
[In cirkel aan de rechterzijde]
Behoort
bij no
103/811/1 II/42
[Onderaan]
brief
103/811/1 II/42 nog bij Hr. van
Moerkerken of Hr. Engels (p/a 10/8!)
[Rechtsonder] v 10/9 '42 Dit document is een administratief bewijsstuk betreffende Jacob Ephraim. Enkele belangrijke kenmerken:
* Status "Afwezige": De notitie "naam en voornaam van afwezige J. Ephraim" suggereert dat Jacob op het moment van schrijven niet (meer) aanwezig was op zijn adres. In de context van 1942 betekende dit vaak dat iemand was ondergedoken of reeds was opgepakt.
* Administratieve nummers: De codes (zoals 103/811/1) verwijzen naar de complexe dossier- en kaartenbak-administratie van de Joodse Raad voor Amsterdam.
* Namen: Er wordt verwezen naar de heren Van Moerkerken en Engels. P. van Moerkerken was een bekende medewerker binnen de administratieve apparaten van de Joodse Raad.
* Locatie: De Retiefstraat 11-II lag in de Transvaalbuurt, een Joodse wijk in Amsterdam-Oost die zwaar getroffen werd door razzia's. Jacob Ephraim (1813-1943) was een Joodse Amsterdammer. Uit historische bronnen (zoals het Joods Monument) blijkt dat hij inderdaad op de Retiefstraat 11-II woonde. De datum op het kaartje, september 1942, valt in de periode van de meest intensieve deportaties uit Amsterdam. Jacob Ephraim is uiteindelijk gedeporteerd naar het vernietigingskamp Sobibor, waar hij op 9 juli 1943 is vermoord. Dit document vormt een tastbaar fragment van de bureaucratische processen die voorafgingen aan de deportatie van Joodse burgers tijdens de bezetting. J. Ephraim P. van Moerkerken
Samenvatting
Dit document is een administratief bewijsstuk betreffende Jacob Ephraim. Enkele belangrijke kenmerken:
* Status "Afwezige": De notitie "naam en voornaam van afwezige J. Ephraim" suggereert dat Jacob op het moment van schrijven niet (meer) aanwezig was op zijn adres. In de context van 1942 betekende dit vaak dat iemand was ondergedoken of reeds was opgepakt.
* Administratieve nummers: De codes (zoals 103/811/1) verwijzen naar de complexe dossier- en kaartenbak-administratie van de Joodse Raad voor Amsterdam.
* Namen: Er wordt verwezen naar de heren Van Moerkerken en Engels. P. van Moerkerken was een bekende medewerker binnen de administratieve apparaten van de Joodse Raad.
* Locatie: De Retiefstraat 11-II lag in de Transvaalbuurt, een Joodse wijk in Amsterdam-Oost die zwaar getroffen werd door razzia's.
Historische Context
Jacob Ephraim (1813-1943) was een Joodse Amsterdammer. Uit historische bronnen (zoals het Joods Monument) blijkt dat hij inderdaad op de Retiefstraat 11-II woonde. De datum op het kaartje, september 1942, valt in de periode van de meest intensieve deportaties uit Amsterdam. Jacob Ephraim is uiteindelijk gedeporteerd naar het vernietigingskamp Sobibor, waar hij op 9 juli 1943 is vermoord. Dit document vormt een tastbaar fragment van de bureaucratische processen die voorafgingen aan de deportatie van Joodse burgers tijdens de bezetting.