J. Ephraim
Bekijk Verhaal ➔AI-Synthese 23
J. Ephraim was een marktkoopman actief op diverse locaties in Amsterdam, waaronder Mosplein, Joubertstraat, Lindengracht, Westerstraat, Ten Katestraat, Waterlooplein, Nieuwmarkt en Dapperstraat. In 1942 verzoekt hij toestemming om zijn moeder (Mevrouw S. Ephraim) te helpen bij haar marktkraam aan de Gaaspstraat, nadat zijn vader, S. Ephraim, kort daarvoor is overgeplaatst naar een werkkamp. Op 13 april 1942 staat hij geregistreerd als afzender aan de Gaaspstraat. In 1942 is hij afwezig op zijn adres Retiefstraat 11 II, wat wijst op detentie, onderduik of arrestatie. De liquidatie van zijn moeder's bedrijf aan de Gaaspstraat werd per 2 december 1942 opgeheven.
Lotgevallen
Relaties
Handel
Bron-evidence
verzoek ik U beleefd te homologeren, dat ik als assistent van mijn moeder de zaak verder drijf
Waar mijn moeder niet in staat is de zaak alleen te drijven
dat ik als assistent van mijn moeder de zaak verder drijf
Archiefdocumenten
Handgeschreven brief (verzoekschrift) met ambtelijke kanttekeningen.
* **Inhoud:** De schrijver, J. Ephraim, verzoekt de directeur van het Marktwezen om toestemming om zijn moeder te mogen helpen bij haar marktkraam. De aanleiding is urgent: zijn vader, S. Ephraim, is kort daarvoor "overgeplaatst naar een werkkamp". Omdat de kraam de enige bron van inkomsten is en de moeder het werk niet alleen aankan, vraagt de zoon om als assistent te mogen optreden. * **Taalgebruik:** De brief is gesteld in zeer formeel en beleefd Nederlands ("Weled. Geb. Heer", "beleefd te homologeren", "gunstige beschikking"), wat gebruikelijk was voor officiële correspondentie met overheidsinstanties in die tijd. * **Bureaucratisch proces:** Het document toont de trage ambtelijke weg. De brief is van 4 augustus. Op 6 augustus wordt om advies gevraagd. Op 11 augustus volgt een positief advies van een ondergeschikte afdeling. Pas op 14 september 1942 volgt het definitieve besluit: "geen bezwaar echter uitsluitend assistentie toestaan". Dit betekent dat de zoon niet zelfstandig de kraam mocht overnemen, maar enkel mocht helpen.
Administratieve notitie / indexkaart (mogelijk uit de administratie van de Joodse Raad).
Dit document is een administratief bewijsstuk betreffende **Jacob Ephraim**. Enkele belangrijke kenmerken: * **Status "Afwezige":** De notitie "naam en voornaam van afwezige J. Ephraim" suggereert dat Jacob op het moment van schrijven niet (meer) aanwezig was op zijn adres. In de context van 1942 betekende dit vaak dat iemand was ondergedoken of reeds was opgepakt. * **Administratieve nummers:** De codes (zoals 103/811/1) verwijzen naar de complexe dossier- en kaartenbak-administratie van de Joodse Raad voor Amsterdam. * **Namen:** Er wordt verwezen naar de heren **Van Moerkerken** en **Engels**. P. van Moerkerken was een bekende medewerker binnen de administratieve apparaten van de Joodse Raad. * **Locatie:** De Retiefstraat 11-II lag in de Transvaalbuurt, een Joodse wijk in Amsterdam-Oost die zwaar getroffen werd door razzia's.
Getypte brief met handgeschreven aantekeningen.
* **Inhoud:** De brief bevat een formele vergunning voor Mevrouw S. Ephraim om op haar marktplaats aan de Gaaspstraat te worden geholpen door haar zoon, J. Ephraim. * **Restricties:** Er wordt een scherp onderscheid gemaakt tussen 'bijstaan' en 'vervangen'. De zoon mag haar slechts helpen ("bystaan"), maar de vergunninghouder moet zelf aanwezig blijven ("niet vervangen"). De toestemming is bovendien "tot wederopzegging", wat betekent dat de overheid deze op elk moment kan intrekken. * **Administratieve correcties:** In de tekst is "Uw" doorgestreept en vervangen door het erboven getypte "den", waardoor de zin leest als: "Naar aanleiding van den brief...". In de kantlijn is ter verduidelijking van het onderwerp "/ van Uw zoon" toegevoegd. * **Identificatie:** Zoals gebruikelijk in deze periode worden de volledige naam en geboortedatum van de zoon (18 juli 1913) vermeld voor nauwkeurige identificatie door de autoriteiten.
Getypte brief met handgeschreven kanttekeningen en ambtelijke aantekeningen.
Deze brief is een indringend voorbeeld van de bureaucratische afhandeling van de Jodenvervolging in Amsterdam tijdens de Tweede Wereldoorlog. 1. **De Aanvraag:** Mevr. J. Ephraim verzoekt om haar marktplaats aan de Gaaspstraat terug te krijgen. Zij geeft aan dat haar bedrijf eerder was geliquideerd, maar dat deze liquidatie per 2 december 1942 zou zijn opgeheven. 2. **De Context van 'Liquidatie':** De term "liquidatie van mijn bedrijf" verwijst naar de stelselmatige onteigening van Joodse ondernemingen door de Duitse bezetter (via de Omnia-Treuhandgesellschaft). Het feit dat zij stelt dat de liquidatie is "opgeheven", kan wijzen op een wanhopige poging om weer een inkomen te verwerven of op een (juridische) misvatting over haar status. 3. **Ambtelijke Notities:** * De administratie van het Marktwezen noteert direct dat zij op 13 juli 1942 is "afgevoerd" (verwijderd van de marktlijsten) met een openstaande schuld van 1,20 gulden. 13 juli 1942 is saillant: dit was de week waarin de grootschalige deportaties vanuit Amsterdam naar kamp Westerbork begonnen. * Ambtenaar 'de Haan' probeert haar op te roepen voor 30 december 1942. 4. **De Afloop:** De laatste aantekening van 14 januari 1943 is veelzeggend: *"aan oproeping geen gevolg gegeven. Vertr. onbekend"*. Dit betekent dat mevrouw Ephraim niet op de oproep is verschenen en dat zij volgens de instanties was vertrokken naar een onbekende bestemming.
Archieflijst-vermeldingen
Administratieve lijst (Mutatielijst marktkooplieden).
| J. Ephraim | 18-7-13 | Retiefstraat 11 II | Gaaspstraat | 13-4-42 |
Koopliedenlijsten
Uilenburg — standplaats Gaaspstraat 13-4-42 -
Relevante Archieffragmenten
# TRANSCRIPTIE afz. J. E. Schrandt Corn. Anthoniszstr 49 II Amsterdam. Z.
# TRANSCRIPTIE J. Briënne Lupinestr. 31 Hilversum _
Franschman Isaäc geb 10-5-'99 van Rustenb str. 77 II naar Chr. de Wetstraat 16.
# TRANSCRIPTIE **Verhoor van den verdachte J. VLEESDRAAGER.**
# TRANSCRIPTIE J.G. Overkamp [rechtsboven:] pers. bew. A 35/623317 geb. 25/3 '91 Rozenstraat 50 ^II