Handgeschreven brief (verzoekschrift) met ambtelijke kanttekeningen.
Origineel
Handgeschreven brief (verzoekschrift) met ambtelijke kanttekeningen. 4 augustus 1942. J. Ephraim, Retiefstraat 11 II, Amsterdam O. [Linksboven, archiefkenmerk:]
№ 103/84/1 M. 1842 6/8
[Rechtsboven:]
[Paraaf]
Amsterdam 4-8-’42.
[Afzender:]
J. Ephraim
Retiefstraat 11 II
Amsterdam O.
[Ambtelijke aantekening rechtsmidden:]
m.v. Zorg A
(Th. v. Meerhuizen)
s.v.p. advies
thans 6/8 42
[Paraaf]
Tegen inwilliging
van bijgaand verzoek
bestaat mijnerz. geen bezwaar
11/8 42 [Handtekening]
[Geadresseerde:]
Aan den Weled. Geb. Heer Directeur van het Marktwezen
Jan van Galenstraat
Amsterdam.
[Kantlijnnotitie links, in handschrift:]
M. i. geen
bezwaar
echter uitsluitend
assistentie
toestaan
14-9-42
[Handtekening]
[Rode aantekening links:]
Model
103/84/k
[Brieftekst:]
Weled. Geb. Heer,
Hierdoor ben ik zo vrij, onder Uw aandacht te
brengen, dat mijn vader, de Heer S. Ephraim, die een
vaste standplaats heeft op de Joodse markt
Gaaspstraat, sinds enige dagen overgeplaatst is
naar een werkkamp.
Waar mijn moeder niet in
staat is de zaak alleen te drijven en deze markt
haar enige bron van inkomsten is, verzoek ik U
beleefd te homologeren, dat ik als assistent van
mijn moeder de zaak verder drijf.
Uw gunstige beschikking gaarne tegemoetziende
teken ik met de meeste
Hoogachting
J. Ephraim * Inhoud: De schrijver, J. Ephraim, verzoekt de directeur van het Marktwezen om toestemming om zijn moeder te mogen helpen bij haar marktkraam. De aanleiding is urgent: zijn vader, S. Ephraim, is kort daarvoor "overgeplaatst naar een werkkamp". Omdat de kraam de enige bron van inkomsten is en de moeder het werk niet alleen aankan, vraagt de zoon om als assistent te mogen optreden.
* Taalgebruik: De brief is gesteld in zeer formeel en beleefd Nederlands ("Weled. Geb. Heer", "beleefd te homologeren", "gunstige beschikking"), wat gebruikelijk was voor officiële correspondentie met overheidsinstanties in die tijd.
* Bureaucratisch proces: Het document toont de trage ambtelijke weg. De brief is van 4 augustus. Op 6 augustus wordt om advies gevraagd. Op 11 augustus volgt een positief advies van een ondergeschikte afdeling. Pas op 14 september 1942 volgt het definitieve besluit: "geen bezwaar echter uitsluitend assistentie toestaan". Dit betekent dat de zoon niet zelfstandig de kraam mocht overnemen, maar enkel mocht helpen. * Historische periode: De brief dateert uit augustus 1942, een dieptepunt in de geschiedenis van de Jodenvervolging in Nederland. De deportaties naar de kampen in het oosten waren op dat moment in volle gang.
* De "Joodse Markt": De genoemde markt in de Gaaspstraat was een van de weinige plekken waar Joden in Amsterdam vanaf eind 1941 nog mochten handelen en winkelen, nadat zij van reguliere markten waren verbannen door de Duitse bezetter.
* "Werkkamp": De term "overgeplaatst naar een werkkamp" was in 1942 vaak een eufemisme voor de eerste stap in het deportatieproces. Veel Joodse mannen werden opgeroepen voor werkkampen in Nederland, van waaruit ze later naar doorgangskamp Westerbork en vervolgens naar vernietigingskampen werden gestuurd.
* Betekenis: Dit document illustreert de schrijnende situatie van Joodse gezinnen die, terwijl hun familieleden werden weggevoerd, probeerden te overleven binnen de verstikkende regels van de bureaucratie van de bezetter en de meewerkende gemeentelijke instanties. Het contrast tussen de persoonlijke tragedie van de afzender en de droge, zakelijke afhandeling door de ambtenaren is zeer groot. J. Ephraim S. Ephraim Marktwezen
Samenvatting
- Inhoud: De schrijver, J. Ephraim, verzoekt de directeur van het Marktwezen om toestemming om zijn moeder te mogen helpen bij haar marktkraam. De aanleiding is urgent: zijn vader, S. Ephraim, is kort daarvoor "overgeplaatst naar een werkkamp". Omdat de kraam de enige bron van inkomsten is en de moeder het werk niet alleen aankan, vraagt de zoon om als assistent te mogen optreden.
- Taalgebruik: De brief is gesteld in zeer formeel en beleefd Nederlands ("Weled. Geb. Heer", "beleefd te homologeren", "gunstige beschikking"), wat gebruikelijk was voor officiële correspondentie met overheidsinstanties in die tijd.
- Bureaucratisch proces: Het document toont de trage ambtelijke weg. De brief is van 4 augustus. Op 6 augustus wordt om advies gevraagd. Op 11 augustus volgt een positief advies van een ondergeschikte afdeling. Pas op 14 september 1942 volgt het definitieve besluit: "geen bezwaar echter uitsluitend assistentie toestaan". Dit betekent dat de zoon niet zelfstandig de kraam mocht overnemen, maar enkel mocht helpen.
Bron-evidence
9
dat mijn vader, de Heer S. Ephraim, die een vaste standplaats heeft op de Joodse markt Gaaspstraat
sinds enige dagen overgeplaatst is naar een werkkamp
verzoek ik U beleefd te homologeren, dat ik als assistent van mijn moeder de zaak verder drijf
Waar mijn moeder niet in staat is de zaak alleen te drijven
en deze markt haar enige bron van inkomsten is
dat mijn vader, de Heer S. Ephraim, die een vaste standplaats heeft op de Joodse markt Gaaspstraat
sinds enige dagen overgeplaatst is naar een werkkamp
dat ik als assistent van mijn moeder de zaak verder drijf
en deze markt haar enige bron van inkomsten is
Historische Context
- Historische periode: De brief dateert uit augustus 1942, een dieptepunt in de geschiedenis van de Jodenvervolging in Nederland. De deportaties naar de kampen in het oosten waren op dat moment in volle gang.
- De "Joodse Markt": De genoemde markt in de Gaaspstraat was een van de weinige plekken waar Joden in Amsterdam vanaf eind 1941 nog mochten handelen en winkelen, nadat zij van reguliere markten waren verbannen door de Duitse bezetter.
- "Werkkamp": De term "overgeplaatst naar een werkkamp" was in 1942 vaak een eufemisme voor de eerste stap in het deportatieproces. Veel Joodse mannen werden opgeroepen voor werkkampen in Nederland, van waaruit ze later naar doorgangskamp Westerbork en vervolgens naar vernietigingskampen werden gestuurd.
- Betekenis: Dit document illustreert de schrijnende situatie van Joodse gezinnen die, terwijl hun familieleden werden weggevoerd, probeerden te overleven binnen de verstikkende regels van de bureaucratie van de bezetter en de meewerkende gemeentelijke instanties. Het contrast tussen de persoonlijke tragedie van de afzender en de droge, zakelijke afhandeling door de ambtenaren is zeer groot.