Handgeschreven briefkaart / administratieve kennisgeving.
Origineel
Handgeschreven briefkaart / administratieve kennisgeving. 10 augustus 1942. [Rechtsboven:]
10-8-42. Adam
12/8 873 [met blauwe onderstreping]
marktkant.
hyg. afd.
[Linksboven/Midden (stempel en handschrift):]
№ 103/00/11 M. 1942
[Hoofdtekst:]
Weled. Heeren
Hiermede bericht ik uw dat wij
de Markt in de Gaaspstraat
deze week niet kunnen bezoeken
daar wij beide ziek zijn.
Hoogachtend,
M. Okker S. Blom.
N. Prinsengracht 48 III De brief is een formele afmelding gericht aan een gemeentelijke instantie, vermoedelijk het Marktkantoor van Amsterdam (gezien de notitie "marktkant."). De schrijvers, het echtpaar Okker-Blom, laten weten dat zij vanwege ziekte die week niet aanwezig kunnen zijn op de markt in de Gaaspstraat.
De tekst is opgesteld in het Nederlands van die tijd (met het archaïsche gebruik van "uw" in plaats van "u"). De administratieve krabbels rechtsboven duiden op een ontvangstregistratie op 12 augustus, twee dagen na verzending. De verwijzing naar "hyg. afd." suggereert dat de ziekmelding werd doorgeleid naar de hygiënische afdeling voor controle of registratie. Dit ogenschijnlijk alledaagse briefje is historisch zeer beladen vanwege de datum en locatie:
1. Joodse Markten: De markt in de Gaaspstraat was een van de weinige plekken waar Joden in Amsterdam vanaf eind 1941 nog handel mochten drijven of inkopen mochten doen, nadat zij van de reguliere markten waren verbannen door de Duitse bezetter.
2. De Afzenders: Uit historische bronnen (zoals het Joods Monument) blijkt dat Maurits Okker (geb. 1885) en Schoontje Blom (geb. 1883) op het genoemde adres woonden.
3. De Tragiek: De brief is gedateerd op 10 augustus 1942, een periode waarin de deportaties vanuit Amsterdam naar de vernietigingskampen in volle gang waren. Slechts vijf weken na het schrijven van dit bericht, op 17 september 1942, zijn zowel Maurits Okker als Schoontje Blom vermoord in Auschwitz. Dit document toont hoe zij, ondanks de dreiging en hun ziekte, tot op het laatst probeerden te voldoen aan de administratieve regels van de bezettingsbureaucratie. M. Okker N. Prinsengracht S. Blom
Samenvatting
De brief is een formele afmelding gericht aan een gemeentelijke instantie, vermoedelijk het Marktkantoor van Amsterdam (gezien de notitie "marktkant."). De schrijvers, het echtpaar Okker-Blom, laten weten dat zij vanwege ziekte die week niet aanwezig kunnen zijn op de markt in de Gaaspstraat.
De tekst is opgesteld in het Nederlands van die tijd (met het archaïsche gebruik van "uw" in plaats van "u"). De administratieve krabbels rechtsboven duiden op een ontvangstregistratie op 12 augustus, twee dagen na verzending. De verwijzing naar "hyg. afd." suggereert dat de ziekmelding werd doorgeleid naar de hygiënische afdeling voor controle of registratie.
Historische Context
Dit ogenschijnlijk alledaagse briefje is historisch zeer beladen vanwege de datum en locatie:
1. Joodse Markten: De markt in de Gaaspstraat was een van de weinige plekken waar Joden in Amsterdam vanaf eind 1941 nog handel mochten drijven of inkopen mochten doen, nadat zij van de reguliere markten waren verbannen door de Duitse bezetter.
2. De Afzenders: Uit historische bronnen (zoals het Joods Monument) blijkt dat Maurits Okker (geb. 1885) en Schoontje Blom (geb. 1883) op het genoemde adres woonden.
3. De Tragiek: De brief is gedateerd op 10 augustus 1942, een periode waarin de deportaties vanuit Amsterdam naar de vernietigingskampen in volle gang waren. Slechts vijf weken na het schrijven van dit bericht, op 17 september 1942, zijn zowel Maurits Okker als Schoontje Blom vermoord in Auschwitz. Dit document toont hoe zij, ondanks de dreiging en hun ziekte, tot op het laatst probeerden te voldoen aan de administratieve regels van de bezettingsbureaucratie.