Getypte brief (doorslag of officieel afschrift) met handgeschreven kanttekening.
Origineel
Getypte brief (doorslag of officieel afschrift) met handgeschreven kanttekening. 16 september 1942. De Directeur (vermoedelijk van de Marktwezen/Gemeente Amsterdam). Mevrouw S. Winnik, Quellijnstraat 112 A II, Amsterdam-Zuid. Handgeschreven (blauw/paars potlood/inkt):
Verzonden 16/9
Getypt:
HB.
Mevrouw S. Winnik,
Quellijnstraat 112 A II,
Amsterdam-Zuid.
Wijk 14.
103/90/3 M. 16 September 1942.
Naar aanleiding van Uw brief d.d. 3 September j.l. bericht ik U, dat geen vrijstelling van betaling van marktgeld kan worden verleend bij tewerkstelling in een rijkswerkkamp voor Joden. De aan Uw echtgenoot verleende marktplaats op de markt Gaaspstraat zal derhalve worden ingetrokken, tenzij U persoonlijk van de plaats gebruik wenscht te maken en mij daarvan onder opgave van het door U te verkoopen artikel ten spoedigste kennis geeft.
De Directeur, De brief is een zakelijke, maar dwingende mededeling van een gemeentelijke instantie (waarschijnlijk de Dienst van het Marktwezen in Amsterdam) aan de echtgenote van een Joodse koopman.
De kern van de brief is de afwijzing van een verzoek om vrijstelling van staangeld (marktgeld). De reden voor het verzoek was dat de echtgenoot niet op de markt kon staan vanwege zijn gedwongen tewerkstelling in een "rijkswerkkamp voor Joden". De autoriteiten stellen hier dat dit geen geldige reden is voor vrijstelling.
Bovendien wordt gedreigd met de intrekking van de vergunning voor de marktplaats aan de Gaaspstraat. Mevrouw Winnik krijgt de optie om de plaats zelf in te nemen, maar moet dan direct laten weten wat zij gaat verkopen. De woorden "persoonlijk" en "ten spoedigste" zijn onderstreept om de nadruk en urgentie aan te geven. Dit document dateert uit september 1942, een cruciale fase in de Jodenvervolging in Nederland. In de loop van 1942 werden duizenden Joodse mannen opgeroepen voor de zogenaamde werkverruiming en afgevoerd naar werkkampen in Nederland. Dit was vaak een voorbode voor deportatie naar Westerbork en vervolgens naar de vernietigingskampen in het Oosten.
De genoemde "markt Gaaspstraat" was een van de drie specifieke Joodse markten die door de bezetter in november 1941 in Amsterdam waren ingesteld (naast de markt op het Waterlooplein en de Joubertstraat). Joden mochten alleen nog op deze markten hun waren verkopen en kopen.
De brief illustreert de nietsontziende bureaucratie van die tijd: terwijl een gezinshoofd is weggevoerd naar een werkkamp, blijft de overheid strikt vasthouden aan financiële verplichtingen en administratieve regels, waardoor het achtergebleven gezin verder in het nauw werd gedreven en hun bron van inkomsten dreigde te verliezen. S. Winnik Winnik krijgt (Mevrouw) Gemeente Amsterdam Marktwezen
Samenvatting
De brief is een zakelijke, maar dwingende mededeling van een gemeentelijke instantie (waarschijnlijk de Dienst van het Marktwezen in Amsterdam) aan de echtgenote van een Joodse koopman.
De kern van de brief is de afwijzing van een verzoek om vrijstelling van staangeld (marktgeld). De reden voor het verzoek was dat de echtgenoot niet op de markt kon staan vanwege zijn gedwongen tewerkstelling in een "rijkswerkkamp voor Joden". De autoriteiten stellen hier dat dit geen geldige reden is voor vrijstelling.
Bovendien wordt gedreigd met de intrekking van de vergunning voor de marktplaats aan de Gaaspstraat. Mevrouw Winnik krijgt de optie om de plaats zelf in te nemen, maar moet dan direct laten weten wat zij gaat verkopen. De woorden "persoonlijk" en "ten spoedigste" zijn onderstreept om de nadruk en urgentie aan te geven.
Bron-evidence
16
Naar aanleiding van Uw brief d.d. 3 September j.l. bericht ik U, dat geen vrijstelling van betaling van marktgeld kan worden verleend bij tewerkstelling in een rijkswerkkamp voor Joden. De aan Uw echtgenoot verleende marktplaats op de markt Gaaspstraat zal derhalve worden ingetrokken
De aan Uw echtgenoot verleende marktplaats op de markt Gaaspstraat zal derhalve worden ingetrokken, tenzij U persoonlijk van de plaats gebruik wenscht te maken
en mij daarvan onder opgave van het door U te verkoopen artikel ten spoedigste kennis geeft
Mevrouw S. Winnik, Quellijnstraat 112 A II, Amsterdam-Zuid
Naar aanleiding van Uw brief d.d. 3 September j.l. bericht ik U, dat geen vrijstelling van betaling van marktgeld kan worden verleend
bericht ik U, dat geen vrijstelling van betaling van marktgeld kan worden verleend
tenzij U persoonlijk van de plaats gebruik wenscht te maken
Mevrouw S. Winnik, Quellijnstraat 112 A II, Amsterdam-Zuid
Mevrouw S. Winnik, Quellijnstraat 112 A II, Amsterdam-Zuid. Wijk 14
De aan Uw echtgenoot verleende marktplaats op de markt Gaaspstraat zal derhalve worden ingetrokken
De aan Uw echtgenoot verleende marktplaats op de markt Gaaspstraat
Mevrouw S. Winnik, Quellijnstraat 112 A II, Amsterdam-Zuid.
De aan Uw echtgenoot verleende marktplaats op de markt Gaaspstraat
Naar aanleiding van Uw brief d.d. 3 September j.l. bericht ik U, dat geen vrijstelling van betaling van marktgeld kan worden verleend
bericht ik U, dat geen vrijstelling van betaling van marktgeld kan worden verleend
De aan Uw echtgenoot verleende marktplaats op de markt Gaaspstraat zal derhalve worden ingetrokken
Historische Context
Dit document dateert uit september 1942, een cruciale fase in de Jodenvervolging in Nederland. In de loop van 1942 werden duizenden Joodse mannen opgeroepen voor de zogenaamde werkverruiming en afgevoerd naar werkkampen in Nederland. Dit was vaak een voorbode voor deportatie naar Westerbork en vervolgens naar de vernietigingskampen in het Oosten.
De genoemde "markt Gaaspstraat" was een van de drie specifieke Joodse markten die door de bezetter in november 1941 in Amsterdam waren ingesteld (naast de markt op het Waterlooplein en de Joubertstraat). Joden mochten alleen nog op deze markten hun waren verkopen en kopen.
De brief illustreert de nietsontziende bureaucratie van die tijd: terwijl een gezinshoofd is weggevoerd naar een werkkamp, blijft de overheid strikt vasthouden aan financiële verplichtingen en administratieve regels, waardoor het achtergebleven gezin verder in het nauw werd gedreven en hun bron van inkomsten dreigde te verliezen.