Handgeschreven brief (verzoekschrift).
Origineel
Handgeschreven brief (verzoekschrift). 17 augustus 1942. L. de Magtige, Hertzogstraat 6-I, Amsterdam. Directeur van het Marktwezen, Amsterdam. Amsterdam 17/8 1942.
Den Weledelen Heer
Directeur van het Marktwezen
Alhier
[Stempel: Nº 103/94/1 M. 1942 19/8]
Mijnheer,
[Marginale notitie in potlood/inkt: mw. [?] Chef advies [initialen]]
Mijn dochter Celina de Magtige, geb. 19 Febr. 1924 mag mijn rechten in zaken vervangen (de daarop betrekking hebbende stukken zijn voor U ter inzage) en aangezien ik wel naar één der werkkampen zal moeten gaan, was mijn verzoek of mijn dochter mijn assistentie mag verleenen op de markt Gaaspstraat. Mijn vrouw gaat dan van de plaats gebruik maken.
Hopende U dit verzoek zult willen toestaan, teeken ik inmiddels
Hoogachtend
L. de Magtige
Hertzogstraat 6ᴵ De brief is een formeel verzoek van een marktkoopman aan de Amsterdamse marktmeester. De schrijver, L. de Magtige, anticipeert op zijn vertrek naar een "werkkamp" en probeert de continuïteit van zijn marktplaats op de Gaaspstraat te waarborgen voor zijn gezin. Hij stelt voor dat zijn achttienjarige dochter, Celina, hem vervangt/assisteert zodat zijn vrouw de handel kan voortzetten.
De toon is uiterst beleefd en bureaucratisch, wat contrasteert met de dreigende ondertoon van de deportatie ("naar één der werkkampen"). Het handschrift is een vlot, geoefend zakelijk handschrift uit de vroege 20e eeuw. Dit document is een aangrijpend voorbeeld van de bureaucratische werkelijkheid van de Jodenvervolging in bezet Nederland.
- De Gaaspstraat-markt: In 1941 stelden de Duitse bezetters specifieke "Jodenmarkten" in om Joodse handelaren en klanten te isoleren van de rest van de bevolking. De markt aan de Gaaspstraat was een van deze locaties.
- De Werkkampen: Augustus 1942 was een kritieke maand. De deportaties naar kampen in het oosten (Auschwitz) waren in juli begonnen, maar veel Joodse mannen werden ook opgeroepen voor werkkampen binnen Nederland (zoals kamp Conrad of Molengoot), die vaak als voorportaal voor deportatie dienden.
- Loods van overleving: Voor veel Joodse Amsterdammers was de marktplaats hun enige bron van inkomsten. Het overdragen van deze rechten aan familieleden was een wanhopige poging om de economische basis van het gezin te beschermen terwijl de gezinshoofden werden weggevoerd.
- Hertzogstraat: De afzender woonde in de Transvaalbuurt, een wijk die tijdens de bezetting zwaar getroffen werd door razzia's en deportaties. L. de Magtige Marktwezen
Samenvatting
De brief is een formeel verzoek van een marktkoopman aan de Amsterdamse marktmeester. De schrijver, L. de Magtige, anticipeert op zijn vertrek naar een "werkkamp" en probeert de continuïteit van zijn marktplaats op de Gaaspstraat te waarborgen voor zijn gezin. Hij stelt voor dat zijn achttienjarige dochter, Celina, hem vervangt/assisteert zodat zijn vrouw de handel kan voortzetten.
De toon is uiterst beleefd en bureaucratisch, wat contrasteert met de dreigende ondertoon van de deportatie ("naar één der werkkampen"). Het handschrift is een vlot, geoefend zakelijk handschrift uit de vroege 20e eeuw.
Historische Context
Dit document is een aangrijpend voorbeeld van de bureaucratische werkelijkheid van de Jodenvervolging in bezet Nederland.
- De Gaaspstraat-markt: In 1941 stelden de Duitse bezetters specifieke "Jodenmarkten" in om Joodse handelaren en klanten te isoleren van de rest van de bevolking. De markt aan de Gaaspstraat was een van deze locaties.
- De Werkkampen: Augustus 1942 was een kritieke maand. De deportaties naar kampen in het oosten (Auschwitz) waren in juli begonnen, maar veel Joodse mannen werden ook opgeroepen voor werkkampen binnen Nederland (zoals kamp Conrad of Molengoot), die vaak als voorportaal voor deportatie dienden.
- Loods van overleving: Voor veel Joodse Amsterdammers was de marktplaats hun enige bron van inkomsten. Het overdragen van deze rechten aan familieleden was een wanhopige poging om de economische basis van het gezin te beschermen terwijl de gezinshoofden werden weggevoerd.
- Hertzogstraat: De afzender woonde in de Transvaalbuurt, een wijk die tijdens de bezetting zwaar getroffen werd door razzia's en deportaties.