Ambtelijk bijblad/adviesnotitie op een voorgedrukt formulier (Alg. Zaken-Model No. 14).
Origineel
Ambtelijk bijblad/adviesnotitie op een voorgedrukt formulier (Alg. Zaken-Model No. 14). [Links bovenin, gestempeld kader:]
BIJBLAD VAN:
M. No. 103/101/1 1942
DOORGEZONDEN: 2/9
[Rechts bovenin, potlood:]
953
[Bovenaan, handgeschreven:]
A. Roodveldt, pl 200 t.v. Gasmch. [Gasmachinefabriek?]
th. v. Meerkerke
[Centraal gedeelte, handgeschreven:]
advies
4-9-42
de Haen
[Handtekening/Paraaf, mogelijk M. Grijseels]
Mijn bezwaar tegen inwilliging
van bijgaand verzoek en bezwaar
tegen aspirant P. Cullaas, geb. 20.9.-'92.
[Onderaan, handgeschreven:]
m.i. geen bezwaar 15/9-42 [Paraaf]
(Model briefje)
18-9-42
de Haen
[Rechts onderin, rood potlood:]
103/101/2
[Links onderin, gedrukte voetnoot:]
Alg. Zaken-Model No. 14
14333-1000-7-'41-1727 * Inhoud: Het document betreft een intern ambtelijk advies over een niet nader gespecificeerd verzoek (mogelijk een aanstelling of vergunning). Er wordt initieel bezwaar geuit tegen de inwilliging van het verzoek, specifiek gericht tegen een "aspirant P. Cullaas" (geboren in 1892). Later in de maand (15 september) wordt er echter genoteerd dat er "mijns inziens" (m.i.) geen bezwaar meer is.
* Personen:
* de Haen: De behandelend ambtenaar die de voortgang bewaakt.
* P. Cullaas: De persoon die onderwerp is van het bezwaar.
* A. Roodveldt & th. v. Meerkerke: Betrokkenen, mogelijk de indieners van het verzoek of personen verbonden aan de genoemde "Gasmch." (Gasmachinefabriek).
* Proces: De vermelding "(Model briefje)" suggereert dat de uiteindelijke beslissing via een standaardformulier naar de betrokkene(n) is gecommuniceerd. Dit document stamt uit de periode van de Duitse bezetting van Nederland (1942). De ambtelijke terminologie ("aspirant", "inwilliging verzoek") en de gebruikte formulieren zijn typerend voor de Nederlandse bureaucratie in die tijd, die onder toezicht van de bezetter grotendeels bleef functioneren. Dossiers met nummering zoals 103/101 wijzen vaak op personeelszaken, politiedossiers of vergunningaanvragen bij gemeentelijke of provinciale archieven. De precieze aard van het bezwaar tegen Cullaas (politiek, moreel of professioneel) blijft in dit korte overzichtsblad onvermeld. A. Roodveldt M. Grijseels M. No P. Cullaas
Samenvatting
- Inhoud: Het document betreft een intern ambtelijk advies over een niet nader gespecificeerd verzoek (mogelijk een aanstelling of vergunning). Er wordt initieel bezwaar geuit tegen de inwilliging van het verzoek, specifiek gericht tegen een "aspirant P. Cullaas" (geboren in 1892). Later in de maand (15 september) wordt er echter genoteerd dat er "mijns inziens" (m.i.) geen bezwaar meer is.
- Personen:
- de Haen: De behandelend ambtenaar die de voortgang bewaakt.
- P. Cullaas: De persoon die onderwerp is van het bezwaar.
- A. Roodveldt & th. v. Meerkerke: Betrokkenen, mogelijk de indieners van het verzoek of personen verbonden aan de genoemde "Gasmch." (Gasmachinefabriek).
- Proces: De vermelding "(Model briefje)" suggereert dat de uiteindelijke beslissing via een standaardformulier naar de betrokkene(n) is gecommuniceerd.
Historische Context
Dit document stamt uit de periode van de Duitse bezetting van Nederland (1942). De ambtelijke terminologie ("aspirant", "inwilliging verzoek") en de gebruikte formulieren zijn typerend voor de Nederlandse bureaucratie in die tijd, die onder toezicht van de bezetter grotendeels bleef functioneren. Dossiers met nummering zoals 103/101 wijzen vaak op personeelszaken, politiedossiers of vergunningaanvragen bij gemeentelijke of provinciale archieven. De precieze aard van het bezwaar tegen Cullaas (politiek, moreel of professioneel) blijft in dit korte overzichtsblad onvermeld.