Handgeschreven brief met ambtelijke aantekeningen en stempels.
Origineel
Handgeschreven brief met ambtelijke aantekeningen en stempels. 7 juli 1942. Mevr. B. van der Hoek, 2de Boerhaavestraat 42, Amsterdam. [Linksboven:]
N° 103/109/1 M. 1942 9/9
[Rechtsboven:]
979
7.7.42
[Midden:]
Wel. Ed. Heer!
In antwoord op uw brief, deel ik u mede dat
mijn man al reeds 5 weken in een kamp zit
Ik wist niet beter dat mijn man u er van
verwittigd heb. In dien uw van mij wat te
vorderen heb, dan wil ik u gaarne het bedrag
op sturen. In de hoop dat wanneer mijn
man weer thuis is hij een plaats op de
markt kan krijgen. U weet wel hoe
op het oogenblik de sitiatie is, daar by
zal ik ook waarschijnlijk dezen week weg
moeten naar Duitsland. Dus in antwoord
te gaarne ziende noem ik mij.
Hoogachtend
Mev. B v d Hoek
2de Boerhaavestraat 42
A’dam.
[Aantekening onderaan:]
Mw. v d Hoek moet beslissen of zij persoonlijk
van marktplaats gebruik wenst te maken.
modelbriefje. [Handtekening] 9/7 42
[Linksonder:]
103/109/2
[Stempel onderaan:]
GEZIEN
DE INSPECTEUR,
[Handtekening: De Boer]
[Rechtsonder:]
10 3 * Inhoud: De brief is een reactie van een vrouw op een schrijven van de gemeente (waarschijnlijk de Marktwezen-inspectie). Ze legt uit dat haar man al vijf weken in een kamp verblijft. Ze biedt aan openstaande schulden te betalen in de hoop dat hij zijn marktplaats kan behouden voor na zijn terugkeer. Schrijnend is de vermelding dat zij zelf die week waarschijnlijk naar Duitsland "moet" vertrekken.
* Toon: De toon is beleefd en formeel ("Wel. Ed. Heer", "Hoogachtend"), maar de ondertoon is wanhopig en getuigt van de onzekere situatie waarin het gezin verkeert.
* Ambtelijke afhandeling: De ambtelijke reactie onderaan de brief is zakelijk en bijna onverschillig tegenover de persoonlijke tragedie; er wordt enkel geconstateerd dat zij moet beslissen of ze de marktplaats zelf wil gebruiken. Dit document is een aangrijpend voorbeeld van de bureaucratische afwikkeling van de Jodenvervolging in Amsterdam tijdens de Tweede Wereldoorlog.
1. Datum: Juli 1942 markeert het begin van de grootschalige deportaties van Joden uit Nederland naar de vernietigingskampen. De zin "weg moeten naar Duitsland" is een direct eufemisme voor de oproepen voor de 'werkverschaffing' in het oosten.
2. De afzender: De 2de Boerhaavestraat in Amsterdam-Oost was een straat waar veel Joodse gezinnen woonden. Uit archiefonderzoek blijkt dat op nummer 42-I het gezin Van der Hoek-Kanes woonde. Betje van der Hoek-Kanes en haar man Salomon van der Hoek zijn beiden omgekomen in de kampen (Salomon in augustus 1942 in Auschwitz, Betje in september 1942 in Auschwitz).
3. Economische uitsluiting: Joodse marktkooplieden werden stelselmatig van de markten verdreven door anti-Joodse maatregelen. Deze brief toont de poging van een achterblijvende echtgenote om nog enige vorm van economische zekerheid (de marktvergunning) vast te houden, terwijl de fysieke dreiging van deportatie al onafwendbaar was. Marktwezen