Getypte brief op officieel briefpapier.
Origineel
Getypte brief op officieel briefpapier. 14 september 1942. Joodsche Raad voor Amsterdam (getekend door Dr. A. van der Laan, Algemeen Secretaris). JOODSCHE RAAD VOOR AMSTERDAM
VOORZITTERS { A. ASSCHER
{ Prof. Dr. D. COHEN
POSTGIRO 417242
AMSTERDAM-C., 14 Sept. 1942
Nieuwe Keizersgracht 58
Tel. 55003, 55136, 54970
Bij Uw antwoord te vermelden:
AFD. II AS
REF. L/B
den Heer Directeur van het Marktwezen
H i e r
=======
[Stempel: N^o 103/114/1 M. 1942 15/9] [Handgeschreven: p.i. Imp.]
Aangezien SAMUEL MATTEMAN, Tilanus-
straat 24, (geb. 29-10-85) gearres-
teerd is, verzoek ik U zijn vaste
marktplaats-Gaaspstraat over te
schrijven op naam van zijn vrouw:
EVA MATTEMAN-POLAK, Tilanusstraat 24,
(geb. 23-7-85)
en mij daarvan de bevestiging te
doen toekomen.
Hoogachtend,
[Signatuur: Dr A v d Laan]
(Dr.A.v.d.Laan)
Alg.Secretaris
[Onderaan rechts:] 103
[Linksonder:] Model 28 ALG 50.000 7784 — K 276 Deze brief is een zakelijke correspondentie van de Joodsche Raad gericht aan de Gemeente Amsterdam (Dienst Marktwezen). De kern van de brief is het verzoek om een marktvergunning voor een staanplaats in de Gaaspstraat over te schrijven.
De reden hiervoor is tragisch: de oorspronkelijke vergunninghouder, Samuel Matteman, is "gearresteerd". In de context van september 1942 betekende dit doorgaans dat hij was opgepakt voor deportatie. De Joodsche Raad probeert hier de economische positie van de achterblijvende echtgenote, Eva Matteman-Polak, te beschermen door de marktplaats op haar naam te krijgen, zodat zij een bron van inkomsten zou behouden. De brief dateert uit een uiterst kritieke fase van de Holocaust in Nederland. In de zomer en herfst van 1942 draaide de deportatiemachine op volle toeren. Joodse ondernemers en marktkooplieden werden systematisch uit het economische leven geweerd of weggevoerd.
De Gaaspstraat in de Amsterdamse Rivierenbuurt was de locatie van een specifieke markt voor Joden, nadat zij door de bezetter van de reguliere markten waren verbannen. Uit historisch onderzoek (o.a. Joods Monument) blijkt dat zowel Samuel Matteman als Eva Matteman-Polak kort na deze brief zijn gedeporteerd. Zij zijn beiden op 30 september 1942 vermoord in Auschwitz, slechts zestien dagen nadat deze brief werd geschreven. Dit document illustreert de wrange bureaucreatie die doorging terwijl de fysieke vernietiging van de Joodse gemeenschap in volle gang was. Gemeente Amsterdam Marktwezen
Samenvatting
Deze brief is een zakelijke correspondentie van de Joodsche Raad gericht aan de Gemeente Amsterdam (Dienst Marktwezen). De kern van de brief is het verzoek om een marktvergunning voor een staanplaats in de Gaaspstraat over te schrijven.
De reden hiervoor is tragisch: de oorspronkelijke vergunninghouder, Samuel Matteman, is "gearresteerd". In de context van september 1942 betekende dit doorgaans dat hij was opgepakt voor deportatie. De Joodsche Raad probeert hier de economische positie van de achterblijvende echtgenote, Eva Matteman-Polak, te beschermen door de marktplaats op haar naam te krijgen, zodat zij een bron van inkomsten zou behouden.
Historische Context
De brief dateert uit een uiterst kritieke fase van de Holocaust in Nederland. In de zomer en herfst van 1942 draaide de deportatiemachine op volle toeren. Joodse ondernemers en marktkooplieden werden systematisch uit het economische leven geweerd of weggevoerd.
De Gaaspstraat in de Amsterdamse Rivierenbuurt was de locatie van een specifieke markt voor Joden, nadat zij door de bezetter van de reguliere markten waren verbannen. Uit historisch onderzoek (o.a. Joods Monument) blijkt dat zowel Samuel Matteman als Eva Matteman-Polak kort na deze brief zijn gedeporteerd. Zij zijn beiden op 30 september 1942 vermoord in Auschwitz, slechts zestien dagen nadat deze brief werd geschreven. Dit document illustreert de wrange bureaucreatie die doorging terwijl de fysieke vernietiging van de Joodse gemeenschap in volle gang was.