Brief / Verzoekschrift aan de overheid.
Origineel
Brief / Verzoekschrift aan de overheid. 14 oktober 1942. Rebecca Blits (geboren 7 december 1873 te Amsterdam). De Directeur van het Marktwezen, Amsterdam. [Stempel/Aantekening bovenaan:]
Nº /103/144/1 M. 1942 15/10 [handgeschreven] [paraf]
A.dam, 14 Oct '42
Den WelE. Heer Directeur
Marktwezen
Jan van Galenstr
Alhier.
WelE. H.
Ondergetekende, Rebecca Blits
geb: 7 December 1873 te Amsterdam
verzoekt U beleefd het hier-
ondervermelde in overwe-
ging te willen nemen, waar-
voor bij voorbaat mijn wel-
gemeenden dank.
Sinds 1924 was ik als markt-
koopvrouw bezitster eener
vaste marktplaats Dapperstr.
voor verkoop van textielwaren.
Door te weinig toewijzingen van
mijn leveranciers werd ik ge-
noodzaakt om van de gelegen-
heid tot bezetten eener plaats
op één der Joodsche markten
geen gebruik te maken.
Wel bleef ik mijn zaken op
[onderaan rechts:] 26 In deze brief wendt de 68-jarige Rebecca Blits zich tot de Amsterdamse marktmeester. De kern van haar schrijven is een verantwoording over haar afwezigheid op de markt.
- Status: Zij was sinds 1924 een gevestigde koopvrouw op de Dappermarkt (Dapperstraat).
- Problematiek: Zij verklaart dat zij geen gebruik heeft gemaakt van de haar toegewezen plek op een van de speciaal ingerichte 'Joodse markten'.
- Reden: De reden die zij opgeeft is economisch van aard: door de oorlogsomstandigheden en de anti-Joodse maatregelen kreeg zij van haar leveranciers onvoldoende goederen (textiel) toegewezen om een kraam rendabel te kunnen exploiteren.
De brief breekt onderaan de pagina af, midden in een zin waarin zij waarschijnlijk uitlegt hoe zij haar resterende zaken heeft afgehandeld of wat haar huidige status is. Dit document is een aangrijpend voorbeeld van de bureaucratische afwikkeling van de uitsluiting van Joodse burgers tijdens de Duitse bezetting van Nederland.
- Segregatie: Vanaf september 1941 mochten Joodse marktkooplieden niet meer op de reguliere markten staan. Er werden in Amsterdam specifieke 'Joodse markten' ingesteld (zoals op het Waterlooplein en het Gaaspereiland).
- Economische verstikking: Naast de fysieke segregatie werden Joden afgesneden van hun toeleveringsketens. Rebecca Blits beschrijft hier precies dit proces: ze heeft formeel nog het recht op een plek, maar kan feitelijk niet werken omdat leveranciers haar niets meer sturen.
- Persoonlijk lot: Rebecca Blits (geboren Polak) was een weduwe die ten tijde van dit schrijven woonde aan de Tilanusstraat 15-II. Uit historische bronnen (zoals het Joods Monument) blijkt dat zij enkele maanden na het schrijven van deze brief is gedeporteerd. Rebecca Blits werd op 14 mei 1943 vermoord in vernietigingskamp Sobibor. De zakelijke, bijna onderdanige toon van de brief vormt een schril contrast met de vreselijke realiteit van de Holocaust die op dat moment in volle gang was. H. Marktwezen
Samenvatting
In deze brief wendt de 68-jarige Rebecca Blits zich tot de Amsterdamse marktmeester. De kern van haar schrijven is een verantwoording over haar afwezigheid op de markt.
- Status: Zij was sinds 1924 een gevestigde koopvrouw op de Dappermarkt (Dapperstraat).
- Problematiek: Zij verklaart dat zij geen gebruik heeft gemaakt van de haar toegewezen plek op een van de speciaal ingerichte 'Joodse markten'.
- Reden: De reden die zij opgeeft is economisch van aard: door de oorlogsomstandigheden en de anti-Joodse maatregelen kreeg zij van haar leveranciers onvoldoende goederen (textiel) toegewezen om een kraam rendabel te kunnen exploiteren.
De brief breekt onderaan de pagina af, midden in een zin waarin zij waarschijnlijk uitlegt hoe zij haar resterende zaken heeft afgehandeld of wat haar huidige status is.
Historische Context
Dit document is een aangrijpend voorbeeld van de bureaucratische afwikkeling van de uitsluiting van Joodse burgers tijdens de Duitse bezetting van Nederland.
- Segregatie: Vanaf september 1941 mochten Joodse marktkooplieden niet meer op de reguliere markten staan. Er werden in Amsterdam specifieke 'Joodse markten' ingesteld (zoals op het Waterlooplein en het Gaaspereiland).
- Economische verstikking: Naast de fysieke segregatie werden Joden afgesneden van hun toeleveringsketens. Rebecca Blits beschrijft hier precies dit proces: ze heeft formeel nog het recht op een plek, maar kan feitelijk niet werken omdat leveranciers haar niets meer sturen.
- Persoonlijk lot: Rebecca Blits (geboren Polak) was een weduwe die ten tijde van dit schrijven woonde aan de Tilanusstraat 15-II. Uit historische bronnen (zoals het Joods Monument) blijkt dat zij enkele maanden na het schrijven van deze brief is gedeporteerd. Rebecca Blits werd op 14 mei 1943 vermoord in vernietigingskamp Sobibor. De zakelijke, bijna onderdanige toon van de brief vormt een schril contrast met de vreselijke realiteit van de Holocaust die op dat moment in volle gang was.