Handgeschreven brief.
Origineel
Handgeschreven brief. "Dinsdag" (gezien de paarse stempel onderaan waarschijnlijk verzonden of ontvangen rond 15 oktober 1942). Een anonieme gevangene (ondergetekende), een Joodse marktkoopman uit Amsterdam. Westerbork Dinsdag
Weledele Heer Directeur,
Ik ondergetekende zit thans op
Westerbork en mijn vrouw ligt thuis
in ’t 8ste maand Zwagerschap. [bedoeld wordt: zwangerschap]
Ik ben van het Rijkswerkkamp
Betlem regelrecht naar Westerbork
getransporteerd. Daarvoor, stond
ik als vaste plaatshouder op
het Mosplein in a’dam en
als voorkeurskaarthouder op de
Joodse markt in de Gaaspstraat.
Ik zou toen, omdat ik geregeld
kwam een vaste plaats krijgen.
Ik heb u nog een brief gezonden
dat ik de Markt verlaten
moest en naar een Rijkswerk
kamp Betlem ben overgeplaatst
ongeveer midden Mei. Thans
heb ik kans doormiddel van
een kaart van vaste standplaats
om verspert te worden. Mijn
textielvergunning heb ik ook
nog N. 33250 Ik sta ingeschre
ven bij de Kamer van Koophandel.
[Stempel/Aantekening onderaan:]
N= 103/145/1 M. 1942 15/10
103 * Persoonlijke situatie: De schrijver verkeert in een wanhopige positie. Hij is vanuit een werkkamp (Betlem) direct naar Westerbork gestuurd, terwijl zijn vrouw hoogzwanger (8 maanden) thuis in Amsterdam is achtergebleven.
* Beroep en status: De afzender was een erkende marktkoopman. Hij noemt specifieke locaties: het Mosplein (Amsterdam-Noord) en de Joodse markt in de Gaaspstraat (Amsterdam-Oost). De "voorkeurskaart" en de inschrijving bij de Kamer van Koophandel dienen als bewijs van zijn economische status.
* Doel van de brief: De kernzin is de wens om "verspert te worden". Dit verwijst naar de zogenaamde Sperre: een tijdelijke vrijstelling van deportatie naar "het Oosten" (de vernietigingskampen). Hij hoopt dat zijn status als officiële standplaatshouder hem een felbegeerde stempel op zijn persoonsbewijs kan opleveren via de Joodsche Raad.
* Taalgebruik: De brief bevat enkele spelfouten (zoals "Zwagerschap" in plaats van zwangerschap en "Betlem" voor Bethlehem), wat wijst op een gemiddeld opleidingsniveau, maar de brief is zakelijk en dwingend van toon vanwege de urgentie. Deze brief schetst een scherp beeld van de bureaucratische strijd om te overleven tijdens de Holocaust in Nederland.
- De Joodse Markten: Vanaf najaar 1941 mochten Joden alleen nog op specifiek aangewezen markten staan en kopen. De Gaaspstraat was een van die locaties. Voor kooplieden was een officiële vergunning van de Joodsche Raad en de gemeente essentieel.
- Rijkswerkkampen: De schrijver zat in kamp Bethlehem (nabij Gaanderen/Doetinchem). In oktober 1942 werden de meeste bewoners van de Nederlandse Joodse werkkampen plotseling afgevoerd naar Westerbork, vaak gelijktijdig met het ophalen van hun gezinsleden uit de steden.
- Westerbork en de 'Sperre': In Westerbork was de hoop op een Sperre het enige dat gevangenen scheidde van de wekelijkse trein naar Auschwitz of Sobibor. De Joodsche Raad beheerde lijsten van mensen die vanwege hun beroep of eerdere verdiensten "onmisbaar" zouden zijn. De schrijver probeert hier via zijn eerdere werkzaamheden alsnog aanspraak op te maken, in de hoop herenigd te worden met zijn zwangere vrouw of in ieder geval transport te voorkomen. Kamer van Koophandel