Handgeschreven brief met ambtelijke kanttekeningen.
Origineel
Handgeschreven brief met ambtelijke kanttekeningen. Elias Hillesum. [Linkerzijde - Brieftekst]
Zou u zo goed willen zijn en
mij per Expres zoo'n kaart
hier na toe opsturen Laat u
menselijkheid toonen En red
hier een menseleven die op
het punt staat gescheiden te
worden van vrouw en a.s. kind
Toont hier wat u kan. Mijn
naam is Elias Hillesum woont
Vrolikstr. 255 III a'dam (O)
thans adres: E Hillesum
Barak 64 Lager Westerbork
Drente zend het s.v.p. naar
dit adres en u heb weer een
goede daad verricht zoals
u zoveel gedaan heeft
Bij voorbaat mijn dank
Met Expres terug verzenden
E. Hillesum. Barak 64
Lager Westerbork
Drente
[Rechterzijde - Ambtelijke notities]
Bovenaan: ojo
Eerste notitie:
Heeft in 's Gravenhage
geen vaste plaats gehad.
J. 17/10 '42
Tweede notitie:
Het verzoek van E. Hillesum
kan m.i. niet worden
ingewilligd 19-10-'42
De Haan
Derde notitie:
N.a.v. uw brief dd ingekomen
op 15 dezer deel ik u mede,
dat aan het daarin vervatte
verzoek niet kon worden voldaan.
S.S.
Onderaan (in rood potlood):
103/145/2
27/10/42 JB De brief is een indringende smeekbede van Elias Hillesum, geschreven vanuit kamp Westerbork. De schrijver vraagt om een "kaart" – waarschijnlijk een 'Sperre' of een officiële vrijstelling – om te voorkomen dat hij gescheiden wordt van zijn vrouw en aanstaande kind. De taal is emotioneel geladen ("red hier een menseleven", "menselijkheid toonen") en bevat enkele grammaticale imperfecties die de haast en stress van het moment weerspiegelen.
De ambtelijke notities op de rechterzijde vormen een schril contrast met de wanhopige toon van de brief. Hierin is de kille bureaucratie van de Joodsche Raad of een overheidsinstantie zichtbaar. Er wordt gecontroleerd of Hillesum aan bepaalde administratieve criteria voldoet (zoals een vaste woonplaats in Den Haag, wat vaak een voorwaarde was voor specifieke beschermingslijsten). De uiteindelijke beslissing van de functionaris "De Haan" is negatief ("niet worden ingewilligd"), waarna de afwijzing formeel is vastgelegd en verzonden. De afzender, Elias (Mischa) Hillesum (1920-1943), was de broer van de inmiddels wereldberoemde dagboekschrijfster Etty Hillesum. Mischa stond bekend als een briljant pianist. De familie Hillesum woonde aan de Vrolikstraat 255-III in Amsterdam, het adres dat in de brief wordt genoemd.
In oktober 1942, de periode van deze brief, probeerden veel Joodse gevangenen in Westerbork via petities en verzoeken aan de Joodsche Raad of invloedrijke connecties een uitzonderingspositie te verkrijgen om deportatie naar "het Oosten" te voorkomen. De verwijzing naar Den Haag in de kanttekening suggereert dat er werd getracht Mischa op de zogenaamde 'Stam-lijst' (voor intellectuelen en kunstenaars) of de Barneveld-lijst te krijgen. Ondanks zijn uitzonderlijke talent en diverse pogingen van buitenaf om hem te redden, mocht dit niet baten. Mischa Hillesum werd uiteindelijk in 1943 gedeporteerd en kwam om het leven in Auschwitz (of tijdens transport naar Warschau). E. Hillesum