Handgeschreven brief (verzoekschrift).
Origineel
Handgeschreven brief (verzoekschrift). 15 oktober 1942. Een marktkoopman/vrouw (ondergetekende) die al ongeveer 30 jaar als "vaste" koopman werkzaam is. Nº /03/140/1 M. 1942 16/10 [stempel/schrif] 126
amsterdam 15-10-'42
Wel Edele Heer. [paraf/onleesbaar]
Woensdag 14 Oct. j.l. heb ik
ondergeteekende een onderhoud met
den Heer inspecteur van het markt,,
wezen gehad en daar besproken de
volgende zaak:
Ik ben n.l. nog in het bezit
van een Textiel vergunning en had
een voorkeurskaart voor de Joodsche
markt „Gaaspstraat”, maar kon
door ziekte van vier maanden
(Grippe) geen gebruik maken van
mijn plaats.
Zoodoende vraag ik beleefd u
medewerking om de plaats wederom
aan mij toe te kennen.
Mijn attesten van de specialisten
heb ik reeds aan den Heer
Inspecteur getoond.
Ik ben reeds ± 30 jaar vaste * Afzender: Een marktkoopman/vrouw (ondergetekende) die al ongeveer 30 jaar als "vaste" koopman werkzaam is.
* Inhoud: De schrijver verzoekt om teruggave van een standplaats voor de handel in textiel. De schrijver heeft een "voorkeurskaart" voor de Joodse markt in de Gaaspstraat, maar kon deze vier maanden niet gebruiken vanwege ziekte (influenza/griep). Er wordt verwezen naar een eerder gesprek met de inspecteur van het marktwezen en naar medische attesten van specialisten die als bewijs dienen voor de afwezigheid.
* Toon: Formeel en eerbiedig ("Wel Edele Heer", "beleefd u medewerking").
* Staat: Het document lijkt aan de onderzijde afgebroken of onvolledig, aangezien de laatste zin ("Ik ben reeds ± 30 jaar vaste") niet wordt voltooid met bijvoorbeeld "marktkramer". Dit document stamt uit oktober 1942, tijdens de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode waren de anti-Joodse maatregelen in volle gang. In 1941 waren Joodse marktkooplieden al verbannen van de reguliere markten. Er werden specifieke "Joodsche markten" ingesteld (zoals aan de Gaaspstraat in de Rivierenbuurt), waar alleen Joden mochten handelen en kopen.
De brief illustreert de precaire situatie van Joodse Amsterdammers: zij waren volledig afhankelijk van de grillen van het (door de bezetter gecontroleerde) ambtenarenapparaat om in hun levensonderhoud te kunnen voorzien. De vermelding van een "Textiel vergunning" is cruciaal, aangezien textiel in die tijd schaars was en streng werd gerantsoeneerd. Het feit dat de schrijver al 30 jaar op de markt staat, benadrukt hoe diep deze mensen geworteld waren in het Amsterdamse economische leven voordat zij door de bezetter werden geïsoleerd.
Samenvatting
- Afzender: Een marktkoopman/vrouw (ondergetekende) die al ongeveer 30 jaar als "vaste" koopman werkzaam is.
- Inhoud: De schrijver verzoekt om teruggave van een standplaats voor de handel in textiel. De schrijver heeft een "voorkeurskaart" voor de Joodse markt in de Gaaspstraat, maar kon deze vier maanden niet gebruiken vanwege ziekte (influenza/griep). Er wordt verwezen naar een eerder gesprek met de inspecteur van het marktwezen en naar medische attesten van specialisten die als bewijs dienen voor de afwezigheid.
- Toon: Formeel en eerbiedig ("Wel Edele Heer", "beleefd u medewerking").
- Staat: Het document lijkt aan de onderzijde afgebroken of onvolledig, aangezien de laatste zin ("Ik ben reeds ± 30 jaar vaste") niet wordt voltooid met bijvoorbeeld "marktkramer".
Historische Context
Dit document stamt uit oktober 1942, tijdens de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode waren de anti-Joodse maatregelen in volle gang. In 1941 waren Joodse marktkooplieden al verbannen van de reguliere markten. Er werden specifieke "Joodsche markten" ingesteld (zoals aan de Gaaspstraat in de Rivierenbuurt), waar alleen Joden mochten handelen en kopen.
De brief illustreert de precaire situatie van Joodse Amsterdammers: zij waren volledig afhankelijk van de grillen van het (door de bezetter gecontroleerde) ambtenarenapparaat om in hun levensonderhoud te kunnen voorzien. De vermelding van een "Textiel vergunning" is cruciaal, aangezien textiel in die tijd schaars was en streng werd gerantsoeneerd. Het feit dat de schrijver al 30 jaar op de markt staat, benadrukt hoe diep deze mensen geworteld waren in het Amsterdamse economische leven voordat zij door de bezetter werden geïsoleerd.