Handgeschreven brief (verzoekschrift/correspondentie).
Origineel
Handgeschreven brief (verzoekschrift/correspondentie). 21 oktober 1942. Onbekend (ondertekend met initialen, mogelijk "TH"). A dam 21/10 1942
M.H. : [rechtsboven doorgehaald: nu. Hosp]
Naar aanleiding van uw be-
richt voor de vaste plaats
op de markt in de Gaaspstr
zoo zou ik uw willen vragen
of uw deze nog even wil vast-
houden. Ik lig al eenige weken
in een verpleging maar ga
nu weer wat vooruit en mijn
man is in Westerbork nu ben
ik heel alleen en had niemand
die dat voor mij verzorgd.
De achterstallige schuld zal
ik uw nog ommegaande be-
talen gaarne had ik uw mede
werking daar ik eerdaags de
verpleging kan verlaten
gelieve op te geven hoeveel
schuld ik heb aan het adres
M Cousin dar zal het
worden voldaan
3de Oosterparkstr 35
TH
A dam In deze brief verzoekt de schrijfster (gezien de context van de "man in Westerbork") de beheerder van de markten om haar vaste staanplaats op de markt in de Gaaspstraat te behouden. Ze legt uit dat ze de afgelopen weken in een verpleeginrichting heeft gelegen, maar dat haar gezondheid nu vooruitgaat.
De brief is aangrijpend door de zakelijke toon waarmee een persoonlijke tragedie wordt gemeld: de schrijfster is alleen komen te staan omdat haar echtgenoot naar kamp Westerbork is weggevoerd. Hierdoor was er niemand om haar zaken, zoals de betaling voor de marktplaats, waar te nemen. Ze belooft de achterstallige schuld direct ("ommegaande") te voldoen zodra ze het precieze bedrag weet. De betaling zal verlopen via een tussenpersoon of adres: M. Cousin aan de 3de Oosterparkstraat 35. Dit document stamt uit een diepzwart jaar van de Duitse bezetting (1942). De context is cruciaal voor het begrip van de situatie:
- De Gaaspstraat-markt: De markt in de Gaaspstraat (Amsterdam-Oost) werd in november 1941 door de bezetter aangewezen als één van de weinige markten waar Joodse kooplieden nog mochten staan, nadat zij van de reguliere markten waren verbannen. Het was een zogeheten "Joodse markt".
- Westerbork: De vermelding dat haar man in Westerbork verblijft in oktober 1942, duidt erop dat hij is opgepakt voor deportatie. Westerbork fungeerde op dat moment als Polizeiliches Durchgangslager van waaruit de treinen naar de vernietigingskampen in het oosten vertrokken.
- Administratieve vervolging: De brief toont aan hoe Joodse Amsterdammers, te midden van ziekte en deportatie, nog steeds te maken hadden met de onverbiddelijke gemeentelijke bureaucratie en de noodzaak om hun bron van inkomsten (de marktplaats) te behouden om te kunnen overleven.
- Adres: De 3de Oosterparkstraat lag in de Transvaalbuurt, een wijk die in 1942 door de nazi's was aangewezen als 'Joodse wijk' (Judenviertel). M. Cousin Gemeente Amsterdam Marktwezen
Samenvatting
In deze brief verzoekt de schrijfster (gezien de context van de "man in Westerbork") de beheerder van de markten om haar vaste staanplaats op de markt in de Gaaspstraat te behouden. Ze legt uit dat ze de afgelopen weken in een verpleeginrichting heeft gelegen, maar dat haar gezondheid nu vooruitgaat.
De brief is aangrijpend door de zakelijke toon waarmee een persoonlijke tragedie wordt gemeld: de schrijfster is alleen komen te staan omdat haar echtgenoot naar kamp Westerbork is weggevoerd. Hierdoor was er niemand om haar zaken, zoals de betaling voor de marktplaats, waar te nemen. Ze belooft de achterstallige schuld direct ("ommegaande") te voldoen zodra ze het precieze bedrag weet. De betaling zal verlopen via een tussenpersoon of adres: M. Cousin aan de 3de Oosterparkstraat 35.
Historische Context
Dit document stamt uit een diepzwart jaar van de Duitse bezetting (1942). De context is cruciaal voor het begrip van de situatie:
- De Gaaspstraat-markt: De markt in de Gaaspstraat (Amsterdam-Oost) werd in november 1941 door de bezetter aangewezen als één van de weinige markten waar Joodse kooplieden nog mochten staan, nadat zij van de reguliere markten waren verbannen. Het was een zogeheten "Joodse markt".
- Westerbork: De vermelding dat haar man in Westerbork verblijft in oktober 1942, duidt erop dat hij is opgepakt voor deportatie. Westerbork fungeerde op dat moment als Polizeiliches Durchgangslager van waaruit de treinen naar de vernietigingskampen in het oosten vertrokken.
- Administratieve vervolging: De brief toont aan hoe Joodse Amsterdammers, te midden van ziekte en deportatie, nog steeds te maken hadden met de onverbiddelijke gemeentelijke bureaucratie en de noodzaak om hun bron van inkomsten (de marktplaats) te behouden om te kunnen overleven.
- Adres: De 3de Oosterparkstraat lag in de Transvaalbuurt, een wijk die in 1942 door de nazi's was aangewezen als 'Joodse wijk' (Judenviertel).