Archiefdocument
Origineel
4 november 1942. Onbekend (waarschijnlijk een personeelschef of directeur). zijn kan uw zich van de
waarheid overtuigen, ik was tot
nogtoe gesteund door ziekte uitkeering
en vraag uw nu beleefd de plaats
terug om mijn in mijn onderhoud
te kunnen voorzien
In de hoop uw een
gunstige beschikking voor mij
maakt en mij spoedig uw
Geëerd antwoord afwachtende
zoo blijf ik Hoogachtend
Mej: R. Kinsbergen
[Aantekening in ander handschrift:]
m. i. geen bezwaar.
besproken met Directeur
4-11-'42
de Raaf [?]
[Aantekening linksonder:]
opgeroepen:
in dezer dagen
J. 4/11 '42
[Aantekening rechtsonder:]
vrt. 7/11 '42 Deze brief is het slotblad van een verzoekschrift waarin Mejuffrouw R. Kinsbergen vraagt om herinstelling in haar functie. Ze geeft aan dat ze hiervoor een ziektewetuitkering ontving, maar nu weer zelfstandig in haar levensonderhoud wil voorzien. De tekst bevat een kleine verschrijving ("mijn in mijn onderhoud" in plaats van "mij in mijn"), wat kan duiden op een zekere spanning of haast bij het schrijven.
De brief is voorzien van ambtelijke kanttekeningen. Iemand (mogelijk 'de Raaf') heeft genoteerd dat er "geen bezwaar" is na overleg met de directeur. Linksonder is genoteerd dat de schrijfster "in dezer dagen" (zeer spoedig) is opgeroepen voor een gesprek. De afhandeling van dit verzoek lijkt dus zeer vlot te zijn verlopen. De datum, 4 november 1942, is cruciaal voor de historische context. Nederland was op dat moment bezet door nazi-Duitsland en de Jodenvervolging was in volle gang. De achternaam Kinsbergen is veelvoorkomend binnen de Joodse gemeenschap in Amsterdam.
Voor Joodse werknemers was het in 1942 van levensbelang om een vaste baan te hebben; dit kon leiden tot een tijdelijke vrijstelling van deportatie (een 'Sperre'). Het verzoek om "in mijn onderhoud te kunnen voorzien" krijgt tegen deze achtergrond een extra lading: werk betekende in die periode vaak niet alleen inkomen, maar ook een (broze) vorm van veiligheid. De spoed waarmee het verzoek werd behandeld, kan erop wijzen dat de werkgever de urgentie van haar situatie begreep. R. Kinsbergen
Samenvatting
Deze brief is het slotblad van een verzoekschrift waarin Mejuffrouw R. Kinsbergen vraagt om herinstelling in haar functie. Ze geeft aan dat ze hiervoor een ziektewetuitkering ontving, maar nu weer zelfstandig in haar levensonderhoud wil voorzien. De tekst bevat een kleine verschrijving ("mijn in mijn onderhoud" in plaats van "mij in mijn"), wat kan duiden op een zekere spanning of haast bij het schrijven.
De brief is voorzien van ambtelijke kanttekeningen. Iemand (mogelijk 'de Raaf') heeft genoteerd dat er "geen bezwaar" is na overleg met de directeur. Linksonder is genoteerd dat de schrijfster "in dezer dagen" (zeer spoedig) is opgeroepen voor een gesprek. De afhandeling van dit verzoek lijkt dus zeer vlot te zijn verlopen.
Historische Context
De datum, 4 november 1942, is cruciaal voor de historische context. Nederland was op dat moment bezet door nazi-Duitsland en de Jodenvervolging was in volle gang. De achternaam Kinsbergen is veelvoorkomend binnen de Joodse gemeenschap in Amsterdam.
Voor Joodse werknemers was het in 1942 van levensbelang om een vaste baan te hebben; dit kon leiden tot een tijdelijke vrijstelling van deportatie (een 'Sperre'). Het verzoek om "in mijn onderhoud te kunnen voorzien" krijgt tegen deze achtergrond een extra lading: werk betekende in die periode vaak niet alleen inkomen, maar ook een (broze) vorm van veiligheid. De spoed waarmee het verzoek werd behandeld, kan erop wijzen dat de werkgever de urgentie van haar situatie begreep.