Handgeschreven ambtelijke notitie / besluit.
Origineel
Handgeschreven ambtelijke notitie / besluit. e. Mol, pl. Gaasterland 15-6-'42
afgewezen wegens bedenkingen.
V 15/11 '42
Ingevolge de laatste
[doorgehaald: be] beslissing moge aan
textielhandelaren geen plaats
op de J. markten worden
verleend.
Het verzoek dient dan
ook te worden afgewezen.
403/165/2 [in rood] 16-11-'42
de Haar [ondertekend]
bericht dat aan
verzoek niet kan
worden voldaan.
JS [geparafeerd] Het document is een intern ambtelijk besluit uit het najaar van 1942. De kern van de tekst betreft de uitsluiting van textielhandelaren van de zogenaamde "J. markten" (Joodse markten).
De tekst is opgebouwd uit verschillende lagen:
1. Bovenaan: Een vroege aantekening uit juni 1942 betreffende "e. Mol" (mogelijk een aanvrager of dossiernaam) in de regio Gaasterland, waarbij al "bedenkingen" worden geuit.
2. Midden: Een beleidsmatige beslissing (gedateerd november 1942) die stelt dat textielhandelaren geen plek meer krijgen op deze specifieke markten. De schrijver verwijst naar "de laatste beslissing", wat duidt op een verandering in de regelgeving van bovenaf.
3. Onderaan: De administratieve afhandeling ("bericht dat aan verzoek niet kan worden voldaan"), ondertekend door ambtenaren (De Haar en JS).
De afkorting "J. markten" staat voor Joodse markten. Dit waren specifieke markten die door de Duitse bezetter waren ingesteld om Joodse handelaren en kopers te isoleren van de rest van de bevolking. Dit document is een direct bewijs van de bureaucratische uitvoering van de anti-Joodse maatregelen tijdens de Tweede Wereldoorlog in Nederland.
Vanaf 1941 werden Joden stapsgewijs uit het openbare leven en de reguliere economie verdrongen. In veel steden werden aparte markten voor Joden aangewezen (zoals in Amsterdam op het Waterlooplein en het Gaaspstraat-kwartier). In 1942 werd de regelgeving rondom deze markten steeds restrictiever. Het verbod voor textielhandelaren om daar te staan, zoals in dit document beschreven, was onderdeel van het proces waarbij de Joodse bevolking systematisch hun middelen van bestaan werden ontnomen ("Entjudung" van de economie). De vermelding van Gaasterland suggereert dat deze maatregelen ook strikt werden gehandhaafd in de meer landelijke provincies zoals Friesland.
Samenvatting
Het document is een intern ambtelijk besluit uit het najaar van 1942. De kern van de tekst betreft de uitsluiting van textielhandelaren van de zogenaamde "J. markten" (Joodse markten).
De tekst is opgebouwd uit verschillende lagen:
1. Bovenaan: Een vroege aantekening uit juni 1942 betreffende "e. Mol" (mogelijk een aanvrager of dossiernaam) in de regio Gaasterland, waarbij al "bedenkingen" worden geuit.
2. Midden: Een beleidsmatige beslissing (gedateerd november 1942) die stelt dat textielhandelaren geen plek meer krijgen op deze specifieke markten. De schrijver verwijst naar "de laatste beslissing", wat duidt op een verandering in de regelgeving van bovenaf.
3. Onderaan: De administratieve afhandeling ("bericht dat aan verzoek niet kan worden voldaan"), ondertekend door ambtenaren (De Haar en JS).
De afkorting "J. markten" staat voor Joodse markten. Dit waren specifieke markten die door de Duitse bezetter waren ingesteld om Joodse handelaren en kopers te isoleren van de rest van de bevolking.
Historische Context
Dit document is een direct bewijs van de bureaucratische uitvoering van de anti-Joodse maatregelen tijdens de Tweede Wereldoorlog in Nederland.
Vanaf 1941 werden Joden stapsgewijs uit het openbare leven en de reguliere economie verdrongen. In veel steden werden aparte markten voor Joden aangewezen (zoals in Amsterdam op het Waterlooplein en het Gaaspstraat-kwartier). In 1942 werd de regelgeving rondom deze markten steeds restrictiever. Het verbod voor textielhandelaren om daar te staan, zoals in dit document beschreven, was onderdeel van het proces waarbij de Joodse bevolking systematisch hun middelen van bestaan werden ontnomen ("Entjudung" van de economie). De vermelding van Gaasterland suggereert dat deze maatregelen ook strikt werden gehandhaafd in de meer landelijke provincies zoals Friesland.