Handgeschreven memo/notitie.
Origineel
Handgeschreven memo/notitie. [Tekst in rood potlood:]
Er moet zakelijk worden
gerapporteerd.
Ontoelaatbare uitdrukkingen
vermijden, ~~en steeds de feiten~~
~~noemen~~ althans wat de brigade
betreft.
Indien dergelijke
personen voor eenige tijd ver-
maand worden, verwijderd zouden
dat ze eerst gewaarschuwd zijn.
Weten nl. zeer goed wat ze
wel en wat ze niet mogen doen
17-4-'42
Berger
[Tekst in zwart potlood, links onderaan:]
Opbergen
20-4-'42
de Boer Het document is een interne instructie betreffende de stijl en procedure van rapporteren. De opsteller, Berger, benadrukt dat rapportages "zakelijk" moeten zijn en dat "ontoelaatbare uitdrukkingen" vermeden moeten worden. Er is een duidelijke correctie zichtbaar (doorgehaalde tekst), wat wijst op een directe formulering van de gedachten van de schrijver.
De kern van de instructie lijkt te gaan over de omgang met "dergelijke personen" (mogelijk arrestanten of verdachten). De schrijver stelt dat men pas tot strengere maatregelen (zoals verwijdering) mag overgaan nadat zij eerst officieel gewaarschuwd of vermaand zijn. De onderbouwing hiervoor is dat deze personen heel goed op de hoogte zijn van de regels ("Weten nl. zeer goed wat ze wel en wat ze niet mogen doen"). De datum (april 1942) plaatst dit document midden in de Tweede Wereldoorlog tijdens de Duitse bezetting van Nederland. De term "de brigade" suggereert dat dit een memo is binnen een politie-eenheid of de Marechaussee.
In deze periode stonden de politiediensten onder grote druk van de bezetter, maar moesten zij zich formeel nog houden aan strikte administratieve protocollen. Het gebruik van rood potlood was in die tijd gebruikelijk voor officieren of meerderen om bevelen of correcties aan te geven. De notitie "Opbergen" van de Boer drie dagen later laat zien dat de instructie is verwerkt in de administratieve workflow. Marechaussee Politie
Samenvatting
Het document is een interne instructie betreffende de stijl en procedure van rapporteren. De opsteller, Berger, benadrukt dat rapportages "zakelijk" moeten zijn en dat "ontoelaatbare uitdrukkingen" vermeden moeten worden. Er is een duidelijke correctie zichtbaar (doorgehaalde tekst), wat wijst op een directe formulering van de gedachten van de schrijver.
De kern van de instructie lijkt te gaan over de omgang met "dergelijke personen" (mogelijk arrestanten of verdachten). De schrijver stelt dat men pas tot strengere maatregelen (zoals verwijdering) mag overgaan nadat zij eerst officieel gewaarschuwd of vermaand zijn. De onderbouwing hiervoor is dat deze personen heel goed op de hoogte zijn van de regels ("Weten nl. zeer goed wat ze wel en wat ze niet mogen doen").
Historische Context
De datum (april 1942) plaatst dit document midden in de Tweede Wereldoorlog tijdens de Duitse bezetting van Nederland. De term "de brigade" suggereert dat dit een memo is binnen een politie-eenheid of de Marechaussee.
In deze periode stonden de politiediensten onder grote druk van de bezetter, maar moesten zij zich formeel nog houden aan strikte administratieve protocollen. Het gebruik van rood potlood was in die tijd gebruikelijk voor officieren of meerderen om bevelen of correcties aan te geven. De notitie "Opbergen" van de Boer drie dagen later laat zien dat de instructie is verwerkt in de administratieve workflow.