Officiële brief/beschikking.
Origineel
Officiële brief/beschikking. De Directeur (vermoedelijk van de Marktwezen-afdeling van de gemeente Amsterdam). Den Heer I.v. Praag, Ruyschstraat 106, Amsterdam-Oost. [Handgeschreven, rechtsboven:] Inspecteur
[Handgeschreven, middenboven:] Verzonden 10/6
[Stempel/Type, rechtsboven:] HB.
104/15/2 M.
10 Juni 1942.
den Heer I.v. Praag,
Ruyschstraat 106,
Amsterdam-Oost.
Wijk 11.
Naar aanleiding van Uw brief d.d. 5 Mei j.l.
verleen ik U hierby tot wederopzegging toestemming zich op Uw
plaats op de markt~~(en)~~ Joubertstraat
te laten bystaan - ~~niet vervangen~~ - door Uw zoon Ph.v. Praag,
geboren 15-9-15 en wonende Tilanusstraat 39, alhier.
De Directeur, * Inhoud: De brief is een officiële toestemming aan de heer Isaac van Praag om zich op zijn marktplaats in de Joubertstraat te laten bijstaan door zijn zoon, Philip van Praag.
* Beperkingen: De toestemming is strikt geformuleerd. Het is "tot wederopzegging" (het kan elk moment worden ingetrokken) en er wordt specifiek benadrukt dat de zoon hem mag bijstaan, maar hem niet mag vervangen. Dit wijst op een streng toezicht op wie er op de markt mag staan.
* Correcties: In de tekst is "(en)" achter "markt" weggekruist, wat aangeeft dat de vergunning slechts voor één specifieke markt geldt. Ook is de tekst aangepast om te benadrukken dat vervanging niet is toegestaan.
* Personen:
* I.v. Praag: Isaac van Praag (woonachtig Ruyschstraat 106).
* Ph.v. Praag: Philip van Praag, geboren op 15 september 1915. * Tijdsgewricht: De datum (10 juni 1942) is cruciaal. Nederland is bezet door nazi-Duitsland. De anti-Joodse maatregelen zijn in deze periode in volle gang. Sinds mei 1942 was het dragen van de Jodenster verplicht.
* Joodse Markten: De markt in de Joubertstraat (gelegen in de Transvaalbuurt) was in 1941 door de bezetter aangewezen als een van de weinige specifieke markten waar Joodse kooplieden nog mochten staan en waar alleen Joodse klanten mochten komen.
* Administratieve controle: Dit document illustreert de verstikkende bureaucratie waarmee Joodse burgers te maken hadden. Zelfs voor de hulp van een zoon bij een marktkraam was officiële toestemming van de gemeente (onder toezicht van de bezetter) nodig.
* Lot van de betrokkenen: Gezien de namen en de locaties (Ruyschstraat, Tilanusstraat) betreft het een Joodse familie. In de maanden direct na deze brief (vanaf juli 1942) begonnen de grootschalige deportaties vanuit Amsterdam naar de concentratie- en vernietigingskampen. Uit archieven (zoals het Joods Monument) blijkt dat zowel Isaac van Praag als Philip van Praag de Holocaust niet hebben overleefd; zij werden in 1942/1943 weggevoerd en vermoord. * I.v. Praag: Isaac van Praag (woonachtig Ruyschstraat 106). Gemeente Amsterdam Marktwezen
Samenvatting
- Inhoud: De brief is een officiële toestemming aan de heer Isaac van Praag om zich op zijn marktplaats in de Joubertstraat te laten bijstaan door zijn zoon, Philip van Praag.
- Beperkingen: De toestemming is strikt geformuleerd. Het is "tot wederopzegging" (het kan elk moment worden ingetrokken) en er wordt specifiek benadrukt dat de zoon hem mag bijstaan, maar hem niet mag vervangen. Dit wijst op een streng toezicht op wie er op de markt mag staan.
- Correcties: In de tekst is "(en)" achter "markt" weggekruist, wat aangeeft dat de vergunning slechts voor één specifieke markt geldt. Ook is de tekst aangepast om te benadrukken dat vervanging niet is toegestaan.
- Personen:
- I.v. Praag: Isaac van Praag (woonachtig Ruyschstraat 106).
- Ph.v. Praag: Philip van Praag, geboren op 15 september 1915.
Historische Context
- Tijdsgewricht: De datum (10 juni 1942) is cruciaal. Nederland is bezet door nazi-Duitsland. De anti-Joodse maatregelen zijn in deze periode in volle gang. Sinds mei 1942 was het dragen van de Jodenster verplicht.
- Joodse Markten: De markt in de Joubertstraat (gelegen in de Transvaalbuurt) was in 1941 door de bezetter aangewezen als een van de weinige specifieke markten waar Joodse kooplieden nog mochten staan en waar alleen Joodse klanten mochten komen.
- Administratieve controle: Dit document illustreert de verstikkende bureaucratie waarmee Joodse burgers te maken hadden. Zelfs voor de hulp van een zoon bij een marktkraam was officiële toestemming van de gemeente (onder toezicht van de bezetter) nodig.
- Lot van de betrokkenen: Gezien de namen en de locaties (Ruyschstraat, Tilanusstraat) betreft het een Joodse familie. In de maanden direct na deze brief (vanaf juli 1942) begonnen de grootschalige deportaties vanuit Amsterdam naar de concentratie- en vernietigingskampen. Uit archieven (zoals het Joods Monument) blijkt dat zowel Isaac van Praag als Philip van Praag de Holocaust niet hebben overleefd; zij werden in 1942/1943 weggevoerd en vermoord.