Administratief bijblad of dossiernotitie (Alg. Zaken-Model No. 14).
Origineel
Administratief bijblad of dossiernotitie (Alg. Zaken-Model No. 14). [Stempel linksboven:]
BIJBLAD VAN:
M. No. 104/15/1 1942.
DOORGEZONDEN: 7/5
[Handgeschreven in rood potlood boven stempel:]
104/15/2
[Rechtsboven:]
400
[Midden boven:]
I. van Praag
pl. 23 Joubertstraat
H. Renz,
om advies
8-5-'42 [paraaf]
[Midden:]
Wat bedoelt van Praag met
aanvraag om restitutie marktgeld?
[Links midden:]
m.i.
Tegen inwilliging
verzoek geen bezwaren
[Rechts midden:]
Hr. Renz
advies
29-5-'42
de Haan
[Onderste gedeelte, onder scheidingslijn:]
Restitutie marktgeld is onzin.
Renz heeft natuurlijk f 2,00 van v. Praag
marktgeld laten betalen.
3-6-'42
de Haan
[Linksonder:]
Alg. Zaken-Model No. 14
14333-1000-7-'41-1727 Dit document is een intern ambtelijk stuk betreffende een verzoek van de heer I. van Praag (waarschijnlijk wonend in de Joubertstraat 23 te Amsterdam) voor de teruggave (restitutie) van betaald marktgeld. Het dossier doorloopt verschillende stadia:
1. 7-8 mei 1942: Het verzoek wordt binnengebracht en ter advisering voorgelegd aan de heer H. Renz (marktcommissaris). Er is initieel onduidelijkheid over de precieze bedoeling van het verzoek.
2. Eind mei 1942: Een ambtenaar noteert "m.i. [mijns inziens] Tegen inwilliging verzoek geen bezwaren", wat duidt op een positief advies.
3. 3 juni 1942: De definitieve beslissing van ene 'de Haan' is echter resoluut afwijzend. De bewering dat de restitutie "onzin" is omdat de f 2,00 "natuurlijk" betaald moest worden, sluit het dossier af. Het document dateert uit het voorjaar van 1942, een kritieke periode voor de Joodse bevolking in Amsterdam tijdens de Duitse bezetting. De Joubertstraat ligt in de Transvaalbuurt, een wijk die door de bezetter was aangewezen als onderdeel van 'Judenviertel I'.
In deze periode werden Joodse marktkooplieden steeds verder uit het economische leven verdrongen. Vanaf 1941 mochten zij enkel nog op speciaal aangewezen Joodse markten staan. Het is zeer waarschijnlijk dat de heer Van Praag marktgeld had betaald voor een standplaats die hij door de anti-Joodse verordeningen niet meer mocht of kon innemen, wat de reden was voor zijn verzoek om restitutie. De botte afwijzing door de ambtenaar ("onzin") is typerend voor de wijze waarop de bureaucratie in bezet Nederland vaak meewerkte aan de marginalisering en beroving van Joodse burgers. I. van Praag H. Renz de Haan.
Samenvatting
Dit document is een intern ambtelijk stuk betreffende een verzoek van de heer I. van Praag (waarschijnlijk wonend in de Joubertstraat 23 te Amsterdam) voor de teruggave (restitutie) van betaald marktgeld. Het dossier doorloopt verschillende stadia:
1. 7-8 mei 1942: Het verzoek wordt binnengebracht en ter advisering voorgelegd aan de heer H. Renz (marktcommissaris). Er is initieel onduidelijkheid over de precieze bedoeling van het verzoek.
2. Eind mei 1942: Een ambtenaar noteert "m.i. [mijns inziens] Tegen inwilliging verzoek geen bezwaren", wat duidt op een positief advies.
3. 3 juni 1942: De definitieve beslissing van ene 'de Haan' is echter resoluut afwijzend. De bewering dat de restitutie "onzin" is omdat de f 2,00 "natuurlijk" betaald moest worden, sluit het dossier af.
Historische Context
Het document dateert uit het voorjaar van 1942, een kritieke periode voor de Joodse bevolking in Amsterdam tijdens de Duitse bezetting. De Joubertstraat ligt in de Transvaalbuurt, een wijk die door de bezetter was aangewezen als onderdeel van 'Judenviertel I'.
In deze periode werden Joodse marktkooplieden steeds verder uit het economische leven verdrongen. Vanaf 1941 mochten zij enkel nog op speciaal aangewezen Joodse markten staan. Het is zeer waarschijnlijk dat de heer Van Praag marktgeld had betaald voor een standplaats die hij door de anti-Joodse verordeningen niet meer mocht of kon innemen, wat de reden was voor zijn verzoek om restitutie. De botte afwijzing door de ambtenaar ("onzin") is typerend voor de wijze waarop de bureaucratie in bezet Nederland vaak meewerkte aan de marginalisering en beroving van Joodse burgers.