Handgeschreven ambtelijke brief/memo.
Origineel
Handgeschreven ambtelijke brief/memo. 11 juni 1942 (met een reactie van 15 juni 1942). J. Renz. Den Heer Inspecteur (vermoedelijk van de Dienst der Markten, Amsterdam). [Links boven:]
Joubertstraat
[Rechts boven:]
11 Juni 1942
Den Heer
Inspecteur
[Hoofdtekst:]
Aangaande het verzoek van
W. Belifante pl: h: no 169, om
toestemming voor iemand welke
hem mag vervangen zou ik U in
overweging willen geven, het niet
toe te staan. -
J. Renz
[In rood potlood diagonaal:]
Waarom niet??
15-6-’42
de Haan
[Onderste tekstgedeelte, antwoord op de rode vraag:]
Op het doktersbriefje staat alleen
vermeld, niet lang staan, (daarvoor
kan Belifante een stoel nemen) en
verkoop op een markt zoo als de
Joubertstraat, is toch zeker geen
zwaar werk.
J. Renz In dit document adviseert ambtenaar J. Renz negatief op een verzoek van marktkoopman W. Belinfante. Belinfante heeft om gezondheidsredenen gevraagd of iemand hem mag vervangen bij zijn marktkraam (plaatsnummer 169) in de Joubertstraat.
De hiërarchie binnen de gemeentelijke dienst wordt zichtbaar door de rode aantekening van een superieur (De Haan), die op 15 juni kritisch vraagt naar de reden voor de afwijzing. Renz beargumenteert vervolgens onderaan de brief dat de medische noodzaak niet groot genoeg is: volgens hem kan de man ook op een stoel gaan zitten en is de handel op deze specifieke markt fysiek niet zwaar. De toon van de brief is formeel, maar de afwijzing van het medisch argument getuigt van een strenge, weinig empathische houding. De datum (juni 1942) en de locatie (Joubertstraat) geven dit document een beladen historische context. De Joubertstraat ligt in de Transvaalbuurt in Amsterdam-Oost, een wijk die tijdens de Duitse bezetting grotendeels door Joden werd bewoond. In 1941 had de bezetter de markt in de Joubertstraat aangewezen als een 'Joodse markt', nadat Joden van de reguliere markten waren verdreven.
De achternaam Belinfante is een bekende Sefardisch-Joodse naam. Het is zeer waarschijnlijk dat de verzoeker een Joodse koopman was die probeerde zijn broodwinning veilig te stellen terwijl de anti-Joodse maatregelen steeds nijpender werden. Slechts enkele weken na deze brief, in juli 1942, begonnen de grootschalige deportaties vanuit Amsterdam naar de concentratie- en vernietigingskampen. Dit document illustreert hoe de bureaucratie tot in detail bleef functioneren en verzoeken om ontlasting afwees, terwijl de totale rechteloosheid van de Joodse bevolking al een feit was. J. Renz W. Belifante W. Belinfante
Samenvatting
In dit document adviseert ambtenaar J. Renz negatief op een verzoek van marktkoopman W. Belinfante. Belinfante heeft om gezondheidsredenen gevraagd of iemand hem mag vervangen bij zijn marktkraam (plaatsnummer 169) in de Joubertstraat.
De hiërarchie binnen de gemeentelijke dienst wordt zichtbaar door de rode aantekening van een superieur (De Haan), die op 15 juni kritisch vraagt naar de reden voor de afwijzing. Renz beargumenteert vervolgens onderaan de brief dat de medische noodzaak niet groot genoeg is: volgens hem kan de man ook op een stoel gaan zitten en is de handel op deze specifieke markt fysiek niet zwaar. De toon van de brief is formeel, maar de afwijzing van het medisch argument getuigt van een strenge, weinig empathische houding.
Historische Context
De datum (juni 1942) en de locatie (Joubertstraat) geven dit document een beladen historische context. De Joubertstraat ligt in de Transvaalbuurt in Amsterdam-Oost, een wijk die tijdens de Duitse bezetting grotendeels door Joden werd bewoond. In 1941 had de bezetter de markt in de Joubertstraat aangewezen als een 'Joodse markt', nadat Joden van de reguliere markten waren verdreven.
De achternaam Belinfante is een bekende Sefardisch-Joodse naam. Het is zeer waarschijnlijk dat de verzoeker een Joodse koopman was die probeerde zijn broodwinning veilig te stellen terwijl de anti-Joodse maatregelen steeds nijpender werden. Slechts enkele weken na deze brief, in juli 1942, begonnen de grootschalige deportaties vanuit Amsterdam naar de concentratie- en vernietigingskampen. Dit document illustreert hoe de bureaucratie tot in detail bleef functioneren en verzoeken om ontlasting afwees, terwijl de totale rechteloosheid van de Joodse bevolking al een feit was.